Tien jaar geleden is op de Erasmus Universiteit het systeem ‘nominaal = normaal’ (N=N) ingevoerd. Sinds dat moment moeten studenten in het eerste studiejaar alle zestig studiepunten halen. Voordat N=N werd ingevoerd was veertig punten voldoende om door te mogen naar het tweede jaar. En meer studenten halen sindsdien in één jaar hun eerste jaar, schreven Stegers-Jager en Woltman al eerder op ScienceGuide. Maar die positieve effecten nemen wel af na het eerste jaar, zo blijkt uit ook uit recent onderzoek van Stegers-Jager en Woltman bij de opleiding Geneeskunde.

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven zei al in 2018 dat ze een einde wilde aan N=N. De Tweede Kamer stemde toen tegen het voorstel van Van Engelshoven. Twee jaar later is de Kamer wel voor een tijdelijke verlaging. In coronatijd zouden de eisen niet zo hoog moeten liggen, vindt een meerderheid. Universiteiten waren geen voorstander van een landelijke maatregel, maar gingen in januari ook overstag.

bsa

Kijk de video

Campus Talk: studenten verdeeld over het bindend studieadvies

De voorstanders van het bsa zeggen dat het hen motiveert om hard te werken, terwijl de…

De lat niet verlagen

In coronatijd verlagen is wat anders, maar wat Stegers-Jager en Woltman niet willen, is dat de lat in Rotterdam in het algemeen verlaagd wordt.  “Er zijn studenten die bewust kiezen voor Rotterdam omdat die lat zo hoog ligt”, zegt Woltman, die behalve docent ook programmadirecteur is van de geneeskundebachelor. “Maar een hoge lat zou geen direct verband moeten hebben met het bsa. We willen graag twee dingen: zorgen dat je een cohort studenten overhoudt dat qua interesse, inzet en potentie past bij de opleiding, en het stimuleren van nominaal studeren om zo het rendement te vergroten.” Dat zouden twee losse doelen moeten zijn, vinden de twee docenten. Nu wordt het bsa ingezet voor beide doelen. “Het bsa is oorspronkelijk ingevoerd om studenten naar de juiste studie te helpen, niet om het studierendement te vergroten”, meent Stegers-Jager.

Het bsa geeft niet mee. Haal je de zestig studiepunten niet, dan moet je van de opleiding. “Als je studenten een lat geeft waar ze overheen moeten springen, dan richten ze zich op het halen van die lat. Een jaar later zie je een dip, want de eis is weg en studenten zijn vrijer. “De bsa is daarnaast zo hard dat het ongewenste neveneffecten heeft”, zegt Stegers-Jager. Eén van de neveneffecten is een toename in stress, zo lieten Stegers-Jager en Woltman al in eerder onderzoek zien. “Als je de eis net niet haalt, wil dat niet automatisch zeggen dat je ongeschikt bent voor de studie”, vult Woltman aan.

Veel liever maak je het aantrekkelijk voor studenten om nominaal te studeren, dan om studenten af te wijzen als ze net niet voldoen aan zo’n hoge norm. Bij veel studies kunnen bijvoorbeeld enkele onvoldoendes gecompenseerd worden. Een hoog cijfer kan een laag cijfer wegstrepen. “Die stimuleringsregels laten zien dat het voordelig is voor jezelf om je best te doen”, zegt Woltman.

Meer persoonlijke aandacht

Als ze niet nominaal = normaal willen afschaffen, waar pleiten Stegers-Jager en Woltman dan wel voor? Meer onderzoek naar de langetermijneffecten van het bsa en het effect van strenge eisen op verschillende subgroepen van studenten. Promovendus Vera Broks doet nu dat onderzoek bij de opleiding Geneeskunde. Geneeskunde is al een uitzondering op de N=N-regel, omdat de eis hier 45 punten is. Deze uitzonderingspositie heeft volgens Woltman te maken met de groep studenten van de opleiding Geneeskunde. “Onze studenten zijn al sterk gemotiveerd”, zegt Woltman. Door de toelatingseisen ligt de drempel om binnen te komen al hoger dan bij veel andere studies. “Aan goal setting (zoals bij de Rotterdam School of Management, red.) hoeven we bijvoorbeeld niet te werken. Studenten willen arts worden, en een studie Geneeskunde is de enige manier.” Omdat iedere studie weer anders is, zouden Stegers-Jager en Woltman onderzoek per opleiding willen zien.

Stegers-Jager en Woltman zijn verder ook groot voorstander van meer persoonlijke aandacht voor studenten. “We zijn het aan studenten verplicht om ze te helpen en begeleiden, ook als ze niet bij de studie passen”, vindt Stegers-Jager. “Met dergelijke exitsupport kun je studenten helpen bij het nemen van het besluit om te stoppen en bij het zoeken van geschikte alternatieve opleidingen Studenten zijn jong als ze binnenkomen, vaak nog maar 18 jaar of jonger.”

Je wilt studenten motiveren en tegelijkertijd de tijd geven om te wennen, zeggen de twee docenten. “Met persoonlijke aandacht zie je of studenten inzet tonen en of ze passen bij de studie. Gerichte begeleiding kan helpen om zoveel mogelijk studenten in staat te stellen om nominaal te studeren en dat zou het uitgangspunt van een opleiding moeten zijn”, zegt Stegers-Jager. Studenten bij de opleiding die bij ze past krijgen, zou het doel moeten zijn, vinden de twee. Dat is namelijk goed voor de universiteit en voor de studenten.

Al één reactie — discussieer mee!