Mila Ivanova studeert Geneeskunde en schrijft voor EM. Ze pendelt regelmatig tussen Woudestein en Hoboken. In deze rubriek legt ze de verschillen en overeenkomsten bloot tussen ‘Oost’ en ‘West’. Deze keer gaat ze op zoek naar de beste studieplekken.

Alle studenten zoeken een goede studieplek. Op Woudestein zit iedereen (nu de UB tijdelijk dicht is) in het Polakgebouw. De geneeskundestudenten (en enkele verstekelingen van de overzijde) hebben het Onderwijscentrum. Aan fraaie architectuur op beide locaties geen gebrek, maar het is er óf te warm óf te koud.

Het Onderwijscentrum en het Polakgebouw: het ontwerp

Een zee van licht en ruimte tussen de rode lopers en het hoge dak, donker walnoothout en een patroon van glazen driehoeken in het plafond waar zonneschijn doorheen komt bij mooi weer. Aan de rechterkant rijst een vier verdiepingen hoge boekenkast op, terwijl aan de overige drie zijden collegezalen gesitueerd zijn. Dat zijn de karakteristieken van het Onderwijscentrum van het Erasmus MC, dat in 2012 de Rotterdam Architectuurprijs won.
Nog nieuwer is het Polakgebouw, een ander indrukwekkend architectonisch ontwerp, op campus Woudestein. Door de opmerkelijke positionering van de smalle trappen werd al eerder een vergelijking getrokken met een lithografie van M.C. Escher. Ook hier spelen glas en licht een grote rol.

Een kritische evaluatie van Polak

Niet alle studenten zijn even blij met de indrukwekkende ontwerpen van het Polakgebouw en de Onderwijscentrum. Thijs, derdejaars Econometrie, vat het probleem als volgt samen: “Het Polakgebouw ziet er mooi uit, maar is veel te klein en te warm, omdat de airco het niet doet.” Jan Bas, zesdejaars Economie, noemt een andere bijzonderheid van het gebouw en vooral van de wastafels. “Je kunt nooit een flesje water vullen in het Polak gebouw zonder een halve liter water te verspillen, omdat er te weinig ruimte is onder de kraan. Aangezien zo veel studenten dat zo vaak doen, kost het de Universiteit vast veel geld”, denkt hij. Zijn studiegenoot Werner is iets anders opgevallen: “De vijfde verdieping van het Polakgebouw is een jungle: je kunt je verstoppen achter de planten.”
“Ik vond de Universiteitsbibliotheek fijner, maar Polak is de op één na beste plek om te studeren”, concludeert Yenal, die International Business Administration studeert.

Bijna tweeduizend plaatsen te weinig?

Het Polakgebouw telt ‘maar’ negenhonderd studieplekken, dik twee keer meer dan het Onderwijscentrum, daarom is het in het Polakgebouw altijd meer dan druk. Omdat er bijna zeven keer meer studenten op Woudestein zitten dan op Hoboken. Maar Woudestein-studenten kunnen ook nog terecht in computerzalen over de hele campus.

Een kritische evaluatie van Onderwijscentrum

In het Onderwijscentrum daarentegen is het vaak rustig, en meestal kan men zonder al te veel moeite zelfs een computer bemachtigen. Behalve wanneer meerdere jaargangen vlak achter elkaar tentamens hebben, en dat gebeurt toch wel meerdere keren per jaar. Nee, het Onderwijscentrum kent een ander probleem: het is er meestal koud. Onafhankelijk van het weer buiten, binnen staat de thermostaat altijd laag. Dat is alleen een probleem als je uren achter elkaar stil moet zitten om te kunnen studeren. Gelukkig is er een (bijna) onbeperkte voorraad aan gratis thee en koffie om je aan op te warmen.

Bevrijde geneeskundestudenten

Jan Bas, de zesdejaars Economie, studeert wel eens in Onderwijscentrum van het Erasmus MC. Hem is een ander fenomeen opgevallen: “Geneeskundestudenten verlaten de collegezaal alsof ze een hele week in een Marc Dutroux-kelder opgesloten hebben gezeten, zo luidruchtig zijn ze.” Marijn, derdejaars geneeskundestudent, is het gedeeltelijk met hem eens. “De Medische Bibliotheek is niet altijd rustig en de computers zijn wat traag, maar het is het waard om hier te studeren omdat je veel werk kunt verzetten”, volgens hem.
Scholieren van het Erasmiaans Gymnasium, gelegen tegenover het Erasmus MC, zijn frequente bezoekers, net als Woudestein-studenten. “Tussen de medische boeken hoor je soms economische termen”, vertelt dokter-in-de-dop Marijn, “die ik overigens wel interessant vind: het is een goede herinnering aan het feit dat artsen breed opgeleid moeten zijn en het financiële aspect ook niet mogen vergeten.”