Direct naar inhoud

Advertentie

Advertentie Studentendrukwerk

Deze promovenda onderzoekt waarom het aantal vrouwelijke hoogleraren achterblijft

Gepubliceerd op:

Op de Erasmus Universiteit zijn nog steeds veel meer mannen dan vrouwen hoogleraar. Volgens de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2018 ligt het aantal vrouwelijke hoogleraren momenteel op 13 procent aan de EUR. Bij het Erasmus MC is dit 20,8 procent. De EUR heeft een streefcijfer gesteld voor eind 2020, namelijk 20 procent. Maar met de huidige stand van zaken redt de universiteit dat niet eens, tenzij er een uitzonderlijke inhaalslag plaatsvindt. “Dat is één van de redenen waarom dit project belangrijk is”, vertelt Daphne van Helden, die sinds kort aan het onderzoek ‘Academic Leadership: Mining the Gender Gap’ werkt.

Afbeelding door: Aysha Gasanova

Lees meer

Om door te stromen van universitair hoofddocent naar het hoogleraarschap moeten vrouwen zich veelal vaker en langer bewijzen om dergelijke kansen te krijgen. “Het eenzijdige beeld van de ideale academicus kent een mannelijke connotatie. Het lijkt alsof vrouwen – en ook mannen die niet in de categorie ‘ideale academicus’ vallen – extra hard moeten werken om zich te bewijzen”, aldus Van Helden.

Van Helden focust zich in dit onderzoek op de positie van de universitaire hoofddocenten. “We willen graag inzicht krijgen in de barrières. Wat komen ze tegen in hun weg richting hoogleraarschap?” licht ze toe. “Zeker in de academische wereld waar het om individualisme en competitie draait, is het van belang om te kijken of ze de toegang hebben tot de juiste mensen en de juiste tools.”

‘Het eenzijdige beeld van de ideale academicus kent een mannelijke connotatie.’

Stereotypering

“De hoofdvraag van dit onderzoek is: hoe kunnen we de verschillen in doorstroomkansen tussen mannen en vrouwen van subtop (universitaire hoofddocent) naar topfuncties (hoogleraarschap) in de academische wereld verklaren?” vertelt Van Helden.

Meer over vrouwelijke hoogleraren

Om dit te onderzoeken gaat ze 65 tot 70 universitaire hoofddocenten selecteren, zowel mannen als vrouwen, van alle faculteiten aan de EUR. Ze gaat de hoofddocenten daarna minstens drie jaar volgen. “Doordat hopelijk alle faculteiten aan de EUR mee willen werken, wordt het mogelijk om ook te kijken in hoeverre cultuur en institutionele aspecten bepalend zijn voor de doorgroeimogelijkheden”, vervolgt ze. “Daarnaast wil ik ook kijken naar de sociale aspecten: bij wie kunnen de hoofddocenten terecht voor vragen of, wanneer ze een idee hebben, wie zou hen verder kunnen helpen en hoe loopt die lijn precies?”

Er zijn veel factoren die de doorstroom kunnen vertragen, vertelt Van Helden. Een vaak genoemd voorbeeld is stereotypering. “Vrouwen kunnen vaak niet aan het stereotype voldoen”, licht ze toe. “Een hoofddocent heeft een vrij belangrijke leiderschapsfunctie in de organisatie. Maar leiderschap wordt vaak beschreven met zogenaamde ‘mannelijke’ eigenschappen, zoals autoriteit en moed.” Er is dus al veel ingevuld op basis van culturele waarde, waardoor vrouwen moeilijker aan de verwachting kunnen voldoen. “Natuurlijk heeft iedereen die zich niet kan herkennen in het stereotype er last van, maar dat geldt des te meer voor vrouwen”, vult Van Helden aan.

In de goede richting

“De scheve verhouding zag ik al vanuit de collegebanken”, vertelt Van Helden, die zowel een bachelor Bestuurskunde als de masteropleiding HR & Management aan de EUR heeft gedaan. “Ik zag amper vrouwen in de academische topfuncties. De literatuur die we lazen was veelal door mannen geschreven, voorbeelden die werden gegeven betroffen ‘mannelijke’ casussen. Hierdoor wordt er een vertekend beeld overgedragen aan studenten en wordt het beeld van de ideale academicus in stand gehouden.”

Meer over vrouwen in de wetenschap

In het algemeen is de goede weg al ingeslagen, vindt Van Helden. In de jaren 90 was landelijk maar 5 procent van de universitaire hoofddocenten en 3 procent van hoogleraren vrouw, tegenwoordig liggen de cijfers rond de 30 procent voor de universitaire hoofddocenten en 21 procent voor de hoogleraren. “Toch is het nog niet in verhouding”, zegt Van Helden. Daarom vindt ze het heel positief dat de universiteit zich voor dit onderzoek wil inzetten. “Het toont aan dat ze zelf zien dat er werk aan de winkel is.”

Over vier jaar verwacht Van Helden de resultaten te kunnen presenteren. Haar onderzoek valt onder de afdeling van Bestuurskunde van de faculteit ESSB, maar het idee is ontstaan bij de Raad van Bestuur van het Erasmus MC. “Bij het Erasmus MC stromen veel vrouwen in bij de opleiding geneeskunde, maar er blijven er weinig over. Ze zijn daar dus benieuwd hoe je ervoor kan zorgen dat talentvolle vrouwen niet de wetenschap verlaten”, vervolgt ze. “Het diversiteitskantoor is er ook bij betrokken. Zij houden zich al langer bezig met het onderwerp, dus ik kan ook van hun ervaringen leren. Zo zorg ik ervoor dat het onderzoek breed wordt gedragen.”

Bewustwording

Wat Van Helden in de eerste instantie wil bereiken met haar onderzoek is bewustwording, zowel op individueel als institutioneel niveau. “Dat we niet in ons eigen bubbeltje zitten maar kijken wat we kunnen doen om te zorgen voor gelijke kansen”, vertelt ze.

“Ik heb laatst een mooie quote gehoord tijdens de Women in Leadership Conference: ‘women are invited to the party but are not asked to dance’. Ik denk dat dat echt het punt is waar we staan”, vervolgt ze. “Nu is de tijd om daar beweging in te brengen.”

De redactie

Reacties

Reacties zijn gesloten.

Advertentie

Advertentie Studentendrukwerk