‘Broederliefde en de kapsalon zijn het culturele erfgoed van de toekomst’
Hoogleraar Stadsgeschiedenis Paul van de Laar zwaait na bijna dertig jaar af. In zijn afscheidsrede legde hij Rotterdam op de sofa. De stad is op zoek naar een nieuwe identiteit, maar komt moeilijk los van het culturele zelfbeeld van de hardwerkende havenstad.

Bij zijn afscheid ging Paul van de Laar op zoek naar de Rotterdamse stadspsyche.
Afbeelding door: Pien Düthmann
“Mijn afsluitende rap was een hit, beweert men”, mailt Paul van de Laar trots na zijn afscheidsrede op de laatste vrijdag van mei. In plaats van een gewone conclusie sloot de hoogleraar Stadsgeschiedenis zijn rede af met een rap waarin hij de ziel van Rotterdam samenvatte. “Onder de hashtag mi have een droom schuilt een kosmopolitisch verlangen: een superdiverse stad voor iedereen. Maar dromen, zijn ze maakbaar?”
Symbool van het nieuwe Rotterdam
In Grand Café Loos legt Van de Laar een week later uit waarom hij zijn rede rappend eindigde. Een van zijn promovendi doet onderzoek naar hiphop in Rotterdam, en toen hij samen met Peter Scholten het boek De echte Rotterdammer komt van buiten schreef, realiseerde hij zich hoe veelzeggend hiphop is voor diversiteit. “Migratieonderzoek gaat altijd over sociale factoren, taal, integreren of normen en waarden. In een superdiverse stad als Rotterdam zie je al die verschillende culturen samenkomen in jongerencultuur en zich automatisch vermengen in de muziek.”
Broederliefde is een fantastisch voorbeeld, zegt Van de Laar. “De leden zijn van Kaapverdische, Curaçaose en Dominicaanse afkomst, ze dragen soms djellaba’s gewoon omdat het lekker zit, hun muziek bevat allerlei culturele invloeden.”
De rapgroep brak in 2016 records met het album Hard work pays off 2 en won een MTV Award. De single ‘Jungle’ werd een monsterhit en het meest gestreamde nummer op Spotify. Uit ieder Rotterdams raam leek dat jaar Broederliefde te komen, of het nu een Kralingse studentenkamer of een auto op de West-Kruiskade was. “In de academische wereld wordt hiphop vaak niet als cultuur gezien, maar in Rotterdam is het dat wel.”
Hiphop verbindt en versmelt culturen. “Rotterdam is niet alleen maar De Doelen, het Rotterdams Philharmonisch of de havenbaronnen. Denk ook aan het portret van Winne bij het Kruisplein. Het zijn symbolen van het nieuwe Rotterdam.”
Kapsalon-index
Na bijna dertig jaar als Rotterdams stadshistoricus is Van de Laar met emeritaat. Van collega’s kreeg hij bij zijn afscheid een portret, gemaakt door Nathan van der Veer, die onder andere portretten tekent van bekende en minder bekende Rotterdammers. Het komt aan de muur in zijn werkkamer, ‘want er is in de woonkamer geen plek meer naast het portret van mijn vrouw’. Op de illustratie wordt Van de Laar omringd door symbolen en attributen verwijzend naar zijn carrière. Met prominent in het midden een grote kapsalon.
‘Misschien hebben we een kapsalon-index nodig die meetelt als we de stad herinrichten’
Van de Laar hield in 2011 voor Studium Generale een lezing over de sociaal-culturele betekenis van de kapsalon en werd daarna regelmatig gebeld door media om iets over de populaire snack te zeggen. “Dan was er weer iemand in Amsterdam die claimde dat hij de kapsalon had bedacht en moest ik reageren”, vertelt hij lachend. Toch was het onderzoek serieus, zegt hij. “In snacken zit bijna geen sociale hiërarchie. Iedereen eet weleens een bitterbal. De drempel om een snackbar te beginnen is laag voor ondernemers.” En de kapsalon is een voorbeeld van vermenging van culturen in een superdiverse stad. De snack is onderdeel geworden van de Rotterdamse identiteit. “Broederliefde en de kapsalon zijn het culturele erfgoed van de toekomst.”
Bovendien zorgt de alomtegenwoordigheid van de kapsalon in het Rotterdamse straatbeeld voor uitdagingen, voor medici, politici en stedenbouwkundigen. “Het is een serieus gezondheidsvraagstuk. Op de Schiedamseweg in Delfshaven zitten 25 snackhuizen op nog geen kilometer. Misschien hebben we een kapsalon-index nodig die meetelt als we de stad herinrichten.”
Generalist
Van de Laar werd geboren in Amsterdam, ging naar school in Utrecht en kwam voor een studie Maatschappijgeschiedenis naar Rotterdam. Na de middelbare school werkte hij eerst in een administratieve functie bij Douwe Egberts. “Ik wist niet wat ik wilde studeren, want ik vond alles interessant: economie, rechten, sociologie, politiek, geschiedenis. Maar university colleges bestonden nog niet.” Hoewel hij zijn baas beloofde de interne accountancy-opleiding te volgen, werd het Maatschappijgeschiedenis. “Daar was een specialisatietraject Geschiedenis en communicatie, en ik vond pr en voorlichting interessant.”
Hij koos na zijn studie niet voor de communicatie maar voor de bedrijfsgeschiedenis, en rolde via onderzoek naar maritieme financiering en de haven de stadsgeschiedenis in. “Dat werd een beetje gezien als een hobbyvakgebied. Het klinkt ook wat stoffig, dus ik noem het graag science fiction of the urban past.” Een generalist bleef hij altijd. “Dat is het mooie aan stadsgeschiedenis: ik kijk vanuit allerlei disciplines naar verschillende onderwerpen. Of het nu hiphop of de kapsalon is of de rol van de haven.”

Bijna dertig jaar lang was Van de Laar dé stadshistoricus van Rotterdam. “Ik vind het een waanzinnige stad, maar het is ook mijn functie om een spiegel voor te houden.”
Afbeelding door: Pien Düthmann
Rotterdamse clichés
De haven speelt een belangrijke rol in de stadspsyche van Rotterdam, toont Van de Laar aan in zijn afscheidsrede. Eind negentiende eeuw ontstaat het beeld van de Transitopolis, Rotterdam als doorvoerhaven werd het uiterlijk, economische model en culturele zelfbeeld van de stad. Toen ontstonden de clichés van de werkstad, de opgestroopte mouwen en niet lullen maar poetsen. Ook de moderniseringsdrang van de wederopbouw past in de logica van de Transitopolis, en Rotterdam was, vermoedt Van de Laar, zonder economische depressie in de jaren dertig al getransformeerd tot verkeersstad.
Een eeuw later, rond 1970, begint dat beeld te kantelen. “Nieuwe generaties worden steeds kritischer op de haven.” Er komt een roep om oude stadswijken te behouden. Rotterdam moet een aantrekkelijke woonstad worden, een culturele stad, een hedonistische city lounge.
Race to the bottom
Tegelijkertijd staat de haven steeds verder van de stad af, zowel fysiek – de haven verplaatste steeds verder naar zee om steeds grotere olietankers en containerschepen te ontvangen – als economisch. “De gemeente is wel grootaandeelhouder van het havenbedrijf, maar de echte besluiten worden elders genomen”, zegt Van de Laar. “De grootste containerterminal-operator is een Chinees conglomeraat met hoofdkantoor in Hong Kong. Shell is dan wel Nederlands, maar besluiten worden genomen in het Verenigd Koninkrijk. Rotterdam is niet meer in control in de haven.”
Hij pleit voor een radicaal andere visie op de haven, samen met andere belangrijke havens in West-Europa. “Maak samen met Antwerpen, Hamburg en Bremen een economisch en ecologisch duurzaam model. Europese havens worden nu tegen elkaar uitgespeeld door grote global players. Want Chinese bedrijven zeggen: o, jullie willen de Elbe niet uitbaggeren, dan gaan we toch naar Rotterdam? Er komen steeds grotere schepen, waarvoor steeds meer gebaggerd moet worden, met enorme druk op het landschap als gevolg.” Het is een onhoudbare race to the bottom met gigantische ecologische implicaties. “Zonder gezamenlijke visie op een duurzame toekomst voor de havens in Europa komt daar geen eind aan. Misschien is een smartport ook wel een small port.”
‘Denk je dat ze in het veertiende-eeuwse Florence tegen elkaar zeiden: hoe voelt het nu om de Renaissance mee te maken?’
Over de verduurzamingsambities in de haven is hij sceptisch: “Als het bedrijfsleven heel hard roept: we zitten midden in een transitie, dan moet je sceptisch zijn. Dat zijn stakeholders met een bepaald belang. Denk je dat ze in het veertiende-eeuwse Florence tegen elkaar zeiden: hoe voelt het nu om de Renaissance mee te maken? Nee, dat weet je achteraf pas. ” Van de Laar noemt het ‘Gattopardo-transities’: alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft. “Pernis moet vergroenen zodat Rotterdam de belangrijkste energiehub en doorvoerhaven van de regio blijft.”
Hoewel Rotterdam een nieuwe identiteit probeert te vinden, blijft de haven dominant in de beeldtaal, ziet hij. “Dat narratief van de werkende stad is zo dominant: ‘Hier bonkt het kloppend hart van de stad.’ Er worden nog steeds metaforen gebruikt die teruggrijpen op de haven. Ook het imago van de stad die zich constant blijft vernieuwen is een erfenis van de Transitopolis.”
Experimentatiedrang
Zijn brede interesse voerde Van de Laar ook naar de museumwereld. In 2001 werd hij hoofd collecties van Museum Rotterdam, dat toen nog Historisch Museum Rotterdam heette, en van 2013 tot 2020 was hij daar directeur. Museum Rotterdam was een fijne afwisseling met de wetenschappelijke wereld. “Om te kunnen scoren zijn wetenschappers steeds meer specialist geworden. Ik kon me veel meer richten op publiekspublicaties, erfgoedonderzoek en experimentele tentoonstellingen maken.”
Hij is nog steeds buitengewoon trots op zijn eerste tentoonstelling over de geschiedenis van de stad. Bezoekers werden compleet computergestuurd via beelden en muziek door de expositie geleid. “Maar misschien was ik te vroeg, want het was 2003. In het gastenboek schreef iemand: welke idioot heeft dit bedacht?” Die experimentatiedrang heeft altijd in hem gezeten, zegt hij. “Als je een tentoonstelling inricht voor mensen met een museumkaart, ga je voor voorspelbaarheid en komt er geen vernieuwing. Ik weet zeker dat we een prijs hadden gewonnen voor meest vernieuwende stadshistorische expositie, als we die tentoonstelling op een grotere locatie hadden kunnen maken.”
Harde woorden
Zijn tijd als directeur bij Museum Rotterdam eindigde minder leuk. Na enkele jaren zonder vaste locatie, verhuisde het museum min of meer gedwongen naar het nieuw geopende Timmerhuis. “Dat was niet geschikt om exposities te houden, maar we waren een pop-upmuseum dus uiteindelijk maak je toch de keuze voor een vaste locatie.” De bezoekersaantallen vielen tegen en in 2020 volgde een pijnlijk advies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur: het museum moest sluiten.
'Als directeur steek je je nek uit, dan weet je dat die afgehakt kan worden'
Daarbij vielen ook harde woorden. Het museum zou geen coherente visie hebben. “Museum Rotterdam, zoals het nu is, zoals het nu heet: klaar mee”, zei voorzitter Jacob van der Goot van de Raad in NRC. “Ik vond dat wij geweldige ideeën hadden”, meent Van de Laar. “Alleen we hadden ambities die de gemeente niet kon of wilde honoreren.”
De harde woorden raakten hem niet zozeer, zegt Van de Laar. “Ik snap dat die functioneel waren: als subsidie stopt en een museum dicht moet, is het goed dat dat duidelijk is. En als directeur steek je je nek uit, dan weet je dat die afgehakt kan worden.” Wat wel tot slapeloze nachten leidde: “Dat je weet dat medewerkers hun baan verliezen omdat het museum dicht moest. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.”
Snoepjesverkoper
Grand Café Loos zit naast de Veerhaven, aan het einde van de Parklaan. Van de Laar wilde hier afspreken vanwege de beeldengroep die er staat, met bustes van belangrijke Rotterdammers. “Iedereen komt altijd met hetzelfde rijtje: Van Rijckevoorsel, Mees, Hoboken, Van Beuningen.” Die vier heren hebben een plekje gekregen in de beeldengroep, maar Van de Laar, die in het comité zat, is vooral blij met nummer vijf: Louis Jamin.
“Voor deftige Rotterdammers is Jamin toch een beetje een parvenu. Een snoepjesverkoper!” Toch is hij belangrijk voor Rotterdam, betoogt Van de Laar. “Iedereen in Nederland kent de snoepwinkels van Jamin. Voor mij staat Jamin symbool voor Rotterdam als tweede stad. We’re second but try harder. Ik vind Rotterdam een waanzinnige stad, maar het is ook mijn functie om een spiegel voor te houden.”
Lees meer
-
Heel de wereld is jouw vaderland? Zo wordt Rotterdam jouw thuis
Gepubliceerd op:-
Studentenleven
-
De redactie
-
Tim FicherouxEindredacteur
Reacties
Meer Wetenschap
-
Kabinet wil kennis en innovatie voor de krijgsmacht
Gepubliceerd op:-
Politiek
-
Wetenschap
-
-
Kunstworkshops en dansvoorstellingen spelen belangrijke rol tijdens oratie The art of healing
Gepubliceerd op:-
Cultuur
-
Wetenschap
-
-
22 ERC-beurzen voor topwetenschappers in Nederland
Gepubliceerd op:-
Wetenschap
-
Laat een reactie achter