Direct naar inhoud

Advertentie

Advertentie Studentendrukwerk

Onzekere mensen in de wegwerpmaatschappij

Gepubliceerd op:

We zijn wat we kopen. Of, onze identiteit wordt mede bepaald door de dingen waarmee we ons omringen. En dat worden er almaar meer. Nooit eerder in de geschiedenis hebben mensen zoveel spullen aangeschaft en ook nooit zoveel dingen weggegooid. Wij leven in een wegwerpmaatschappij. Maar wat betekent dat voor onszelf?

Afbeelding door: Levien Willemse, Pauline Wiersema

Hieraan moest ik denken na het lezen van Dievenland van Janna Coomans, de winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs 2025. Dit jaar was ik de voorzitter van deze mooie boekenprijs, voor het beste Nederlandstalige geschiedenisboek. 373 historici dongen mee en Janna Coomans, een jonge docent aan de Universiteit Utrecht, ging er uiteindelijk mee vandoor.

“De mantel gestolen van een koopman maakte de dief op het eerste gezicht zelf een koopman”, schrijft Janna Coomans in Dievenland, over de omgang met diefstal in de Lage Landen, tussen 1450 en 1550, gebaseerd op bijzondere bekentenissen. Een verre geschiedenis die tegelijk een spiegel is voor onze eigen tijd. Coomans schetst een andere wereld, waarin anders werd gedacht. Een tijd waarin spullen meer waarde leken te hebben. Kleding, meubels of voedsel bepaalden je sociale status en maakten duidelijk tot welke maatschappelijke groep je behoorde.

Dingen deden er toen toe. De gestolen mantel van die koopman was een kledingstuk voor het leven en liet zien tot welke groep hij behoorde. Het kledingstuk gaf hem status en zekerheid over hoe anderen hem zouden benaderen. Nu schaffen we nog altijd spullen aan voor onze sociale status, maar gooien we die ook gemakkelijk weer weg. In een tijd waarin we minder waarde hechten aan dingen en meer onzeker lijken over onze identiteit.

De dieven die Coomans beschrijft hadden geen spullen en leefden buiten de sociale orde – en in een blijvende onzekerheid. Het stelen van deze kleding, of andere spullen, raakte daarmee het leven van mensen en werd erg hard bestraft. Omdat het niet alleen ging om de geldwaarde van dingen, maar deze je ook een positie beloofden en bescherming boden. De tegenstelling met de tijd waarin we nu leven kan bijna niet groter zijn. Alles is nu onderhevig aan modes, zeker kleding, die we met gemak wisselen en maar al te vaak gewoon weggooien.

Als je Rotterdammers rond 1500 zou vragen naar wat voor hen het paradijs was, dan zouden ze waarschijnlijk het beeld schetsten van Luilekkerland, of een land van overvloed aan drank en eten en van allerlei andere spullen, die de mensen geluk zouden brengen en zelfverzekerd zouden maken. De stad waarin wij nu leven zou voor hen een plek zijn van overvloed, maar toch zijn veel mensen hier niet gelukkig en juist onzeker.

Economen op deze universiteit hoef ik dat niet uit te leggen: hoe onze economie behoeften niet bevredigt, maar aanjaagt. Hoe al de spullen waarmee we ons omringen geen rust geven, maar onze onrust juist vergroten. Vijfhonderd jaar geleden kon het stelen van een mantel leiden tot de doodstraf, omdat de kleding zo belangrijk was voor je positie. Dat is voor ons een vreselijke gedachte. Wij gooien nu met gemak een jas weg, alleen omdat de mode is veranderd. De dieven van toen zouden denk ik juist dit misdadig vinden.

Lees meer

De redactie

Reacties

Reacties zijn gesloten.

Advertentie

Advertentie Studentendrukwerk

Lees verder in column