Voor de zomer publiceerde het NRC Handelsblad een artikel waarin uit de doeken werd gedaan hoe oud-UvA-rector Dymph van den Boom geplagieerd zou hebben in toespraken en haar proefschrift. Hoewel de NRC-journalist geen enkel incident noemt dat plaatsvond tijdens Van den Booms periode aan de EUR, legt zij enkele dagen voor de publicatie geheel onverwacht haar functie als interim-decaan bij de Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) neer. Direct na de plagiaatbeschuldigingen komen geruchten op gang dat medewerkers van de faculteit, die zich niet konden vinden in Van den Booms geschetste toekomstplannen (een fusie met de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences), de interim-decaan via de NRC probeerden te beschadigen. Het CvB zegt ‘signalen’ te hebben van ‘ernstige vermoedens’ dat ESHCC-medewerkers de krant tipten over vermeend plagiaat door Van den Boom. Daarom jaagt het bestuur nu met hulp van Hoffmann Bedrijfsrecherche op de bron van een journalist.

Bronbescherming is een groot goed in de journalistiek. Journalisten geven de identiteit van een bron die vertrouwelijkheid wil of behoeft nooit prijs, onder andere omdat iemand die een misstand aan de kaak wil stellen zich beschermd weet door het zwijgen van de journalist. Het delen van informatie met journalisten kan immers allerlei gevolgen hebben: van boze blikken op kantoor tot represailles van werkgevers en strafrechtelijke vervolging. Denk bijvoorbeeld aan de ambtenaren die aan Nieuwsuur vertelden dat onafhankelijk WODC-onderzoek werd gemanipuleerd door medewerkers van het ministerie van Justitie. Hoewel de klachten terecht waren, de klokkenluider werd gecomplimenteerd en de directeur het veld moest ruimen, worden de ambtenaren strafrechtelijk vervolgd. Sinds vorig jaar is bronbescherming door journalisten in strafzaken zelfs wettelijk geregeld. Journalisten hoeven als getuige geen vragen te beantwoorden over de identiteit van hun bron. Het maatschappelijke belang dat iemand zich tot een journalist kan wenden om informatie te delen, weegt bijna altijd zwaarder. Als journalisten hun bronnen geen vertrouwelijkheid kunnen garanderen, komt vrije nieuwsgaring in het geding.

Ondermijning

Het CvB ondermijnt dat principe van bronbescherming indirect, door te proberen de bron van NRC-journalist Frank van Kolfschooten te achterhalen met behulp van een forensisch onderzoeksbureau. De journalist is weliswaar niet zelf het doelwit van het onderzoek, maar de intentie is dezelfde: de identiteit achterhalen van iemand die in vertrouwen informatie deelde met een journalist. Het steekt dat een universiteitsbestuur zo lichtzinnig omgaat met een belangrijk journalistiek principe.

Bovendien reikt de ondermijning verder dan deze ene casus. Het bestuur geeft hiermee een signaal af dat praten met een journalist wordt afgestraft: wil je een misstand melden en doe je dat niet via interne kanalen, sturen we een recherchebureau op je af. Zoals Van Kolfschooten het vorige week tegen EM verwoordde: “Wat durf je als medewerker ooit nog te zeggen tegen een journalist, als je weet dat je een forensisch bureau achter je aan kan krijgen?”

Als interne kanalen niet voldoen, moet de weg naar de journalistiek open blijven. Het bestuur neemt het het mogelijke lek kwalijk dat de interne procedures niet zijn gevolgd, maar vond het zelf onnodig die paden te bewandelen. Zowel het managementteam als de faculteitsraad van de ESHCC hebben de plagiaatvermoedens gemeld bij het College, maar kregen nul op het rekest. Er lag wel degelijk een verzoek om de Commissie Wetenschappelijke Integriteit te laten kijken naar overgeschreven passages in een beleidsadvies, maar dat is terzijde geschoven. Een onderzoek van die commissie had niet alleen een hoop leed kunnen besparen, maar ook waardevolle inzichten kunnen bieden over de status van plagiaat in beleidsdocumenten (en toespraken).

Smoking gun

Daarnaast is het nog maar de vraag of dit forensisch onderzoek zinvol is. Waarom zou iemand een EUR-mailadres gebruiken om zo’n gevoelig onderwerp te bespreken met een journalist? Een tip die EM kreeg over Van den Boom was op papier, anoniem, getekend door ‘The Integrity Squad’. Van die manier van lekken is het CvB ook op de hoogte, het stond namelijk in een stuk over de sfeer binnen de ESHCC. De kans is dan ook minimaal dat dit onderzoek iets oplevert als: ‘Beste NRC, we sturen jullie een tip over plagiaat want we zijn het niet eens met de plannen van onze decaan. Tikken jullie even een stukje om haar pootje te lichten? Dan zijn wij van haar af. Groetjes, medewerkerX@eshcc.eur.nl.’ Als zo’n smoking gun al bestaat, zal die zich waarschijnlijk niet in een EUR-mailbox bevinden.

Het CvB kan ook inschatten dat het onderzoek waarschijnlijk niets oplevert, dus dit draait vooral om spierballen tonen. Aan iedereen die vindt dat een aantal rotte appels binnen de ESHCC problemen veroorzaken, laten zien dat je het lef hebt om in te grijpen. En een waarschuwing aan iedereen die het in zijn hoofd haalt iets naar een journalist te lekken.

Maar de scheidslijn tussen een waarschuwing en intimidatie is dun. Medewerkers die onderzocht zijn en bij wie niets is aangetroffen krijgen dat pas achteraf te horen. Het universiteitsbestuur behandelt ze als verdachten, laat achteraf weten dat ze onderzocht zijn en deelt dan en passant mee dat er geen bewijs is gevonden voor die verdenking. Medewerkers hebben niet de garantie dat hun communicatie veilig is, ook niet als ze niets te vrezen hebben. Medewerkers die onderzocht zijn, moeten in het vervolg hun werk doen in de wetenschap dat hun werkgever ze verdenkt van lekken, ook als ze niets gelekt hebben. En zelfs als er ESHCC-medewerkers plagiaatverdenkingen hebben gemeld bij de NRC, zou dat nog steeds uit zuivere motieven kunnen zijn. In dat geval moeten ze beschermd worden, niet opgejaagd. Het CvB zegt een veilige werkomgeving voor te staan, maar breekt die tegelijkertijd af door particuliere rechercheurs op hun eigen werknemers af te sturen in de hoop iemand die mogelijk gelekt heeft te betrappen.

De redactie van EM: Tim Ficheroux, Wieneke Gunneweg, Tessa Hofland, Lana van der Meer, Elmer Smaling en Feba Sukmana.

Ook EM beschermt bronnen die vertrouwelijkheid wensen of behoeven. Wil je veilig met ons communiceren, mail dan naar erasmusmagazine@protonmail.com, of informeer naar andere mogelijkheden om ons veilig te bereiken.

Al 3 reacties — discussieer mee!