De academische Israël-boycot baart een angstcultuur
Chris Aalberts waarschuwt voor een angstcultuur door de academische Israël-boycot. “Activisten hoeven niet eens meer in actie te komen om hun zin te krijgen.”

Afbeelding door: Geisje van der Linden
In de vakantie las ik weer eens een uitgebreid betoog dat ik niet mag twijfelen aan het nut van de academische boycot tegen Israëlische universiteiten. Ik zal het goed in mijn oren knopen, maar ik heb toch wat vragen. Waar liggen de grenzen van zo’n boycot? Wanneer schiet een boycot zijn doel voorbij? Heeft zo’n boycot ook nadelen? Vinden we daar óók iets van?
Dit brengt ons bij een voorval in Utrecht van afgelopen zomer. Tivoli/Vredenburg annuleerde de finale van een debattoernooi waaraan ook de Universiteit Utrecht en het lokale University College medewerking verleenden. Reden: er waren Israëlische deelnemers die niet op eigen titel deelnamen, maar namens hun universiteit. Sommige mensen vinden die ophef logisch: we hebben nou eenmaal een boycot, nietwaar? Toch dacht ik: wat heeft de situatie in Gaza in hemelsnaam te maken met een wedstrijdje debatteren?
In de media konden we lezen dat er onrust was over de deelname van een tiental Israëlische studenten, maar ook over de aanwezigheid van een voormalige militair die in Gaza heeft gediend die daar online een meer dan ongepaste grap over maakte. Activisten deden aangifte en wilden ‘een burgerarrest’ uitvoeren. Ik denk dat ze weinig hebben begrepen van de rechtsstaat, waar we eigenrichting afkeuren, maar ik vraag me inmiddels ook af of dat aan het Utrechtse University College nog wordt gedoceerd. Kennelijk niet.
De Israëlische studenten werden bang dat ze persoonlijk zouden worden opgezocht op de campus, hun gegevens waren per ongeluk gelekt en een van hen kreeg het dringende advies de stad te verlaten. De universiteit noemt het in een reactie ‘ingrijpend’ dat studenten zich onveilig hebben gevoeld. Dat lijkt me een ongepast understatement, want de impliciete boodschap is niet te missen: dit was wel vervelend, maar een scherpe veroordeling past niet.
De Israëlische ambassadeur klaagt ondertussen over maatregelen die ‘de facto leiden tot een boycot van elke vorm van samenwerking met Israël’ omdat men bang is voor negatieve publiciteit. Er is volgens hem sprake van ‘overcompliance’. Een voorbeeld is het tegenhouden van individuele sprekers, de belangrijkste vorm van dialoog die resteert en geen enkele relatie heeft met wat er in Gaza gebeurt. Hoe het hiermee gaat weten we: onze sociologen maakten zich afgelopen jaar onvoorstelbaar belachelijk door hun wereldberoemde collega Eva Illouz zonder reden af te bestellen, waarna het College van Bestuur dat publiekelijk niet durfde af te keuren, maar met holle frasen de boel probeerde te sussen.
Dit brengt me bij de volgende vraag. Stel dat een docent een gastspreker uitnodigt van het Israël-gezinde CIDI. Als ook maar één buitenstaander lucht krijgt van zo’n uitnodiging, staan activisten voor de collegezaal te schreeuwen en wordt elke inhoudelijke uitwisseling onmogelijk. Dat vooruitzicht heeft op zichzelf al een intimiderende werking. Je hoort velen mompelen: je weet toch wat je met zo’n gastspreker op je hals haalt? Activisten hoeven niet eens meer in actie te komen om hun zin te krijgen. Wat vinden we daarvan?
De Israëlische ambassadeur weet het wel: er is inmiddels een angstcultuur aan Nederlandse universiteiten. Natuurlijk is hij partijdig, maar hij heeft wel gelijk.
Lees verder
-
Academisch activisme is een hobby van wetenschappers die politiek niet begrijpen
Gepubliceerd op:-
Column
-
De redactie
-
Chris AalbertsColumnist
Reacties
Meer Column
-
Wallen als academische valuta
Gepubliceerd op:-
Column
-
-
Pied-à-terre
Gepubliceerd op:-
Column
-
-
Verknipte cheerleader
Gepubliceerd op:-
Column
-
Laat een reactie achter