Wallen als academische valuta
In de eerste weken van haar studie viel columnist Arendje iets op: op de universiteit doet iedereen mee aan een soort Olympische Spelen van vermoeidheid.

Afbeelding door: Geisje van der Linden
Op de universiteit is een wedstrijd gaande waar niemand zich ooit voor heeft ingeschreven, maar waar vrijwel iedereen aan meedoet. Niet omdat we zo graag willen winnen, maar simpelweg omdat we bang zijn om te verliezen.
Deze competitie draait niet om de hoogste cijfers, het meeste talent of grootste motivatie. Het is een soort Olympische Spelen van vermoeidheid, drukte en mentale overbelasting, waar de prijzen geen medailles zijn, maar wallen.
Dat werd me voor het eerst echt duidelijk ergens in de eerste weken van mijn studie. We zaten met een groepje in het onderwijscentrum te studeren toen iemand zei: “Ik heb vannacht echt maar zes uur geslapen.” Nog voordat iemand daarop kon reageren, zei een ander: “Zes? Ik maar vier. Ik moest nog een deadline afmaken en ben vanochtend ook nog gaan sporten.”
De rest lachte erom en het gesprek ging verder. Ineens vertelde iedereen hoeveel slaap hij of zij had gemist en waarom. Het viel me op hoe snel het gesprek veranderde in een soort wedstrijd waarin degene met de kortste nacht bijna bewondering leek te krijgen van de rest. Het werd een soort vermoeidheidspoker: iedereen legde zijn eigen overvolle agenda op tafel, wachtend tot iemand anders met een nog extremer verhaal kwam. Voor ik het wist, deed ik hetzelfde. Ik betrapte mezelf erop dat ik bijna trots vertelde hoe druk ik het had gehad, alsof uitputting iets is om mee te pronken, in plaats van een signaal dat er iets niet klopt aan je werk-privébalans.
Hetzelfde gebeurt met studeren. Je hoort namelijk zelden iemand zeggen: “Ik heb vandaag precies genoeg gedaan.” Nee, het is altijd één van de twee uitersten. Of iemand beweert helemaal niks gedaan te hebben en haalt vervolgens een 9,8 (leugens) of iemand heeft ’letterlijk twaalf uur non-stop geleerd’. Dat laatste is – afhankelijk van de hoeveelheid cafeïne die geconsumeerd is – zeer waarschijnlijk ook niet waar.
Daarnaast bestaat er nog een aparte categorie binnen deze onderlinge competitie: de stresswedstrijd. Die gesprekken verlopen bijna volgens een vast script:
“Mijn week is echt intens.”
“Oh, maar die van mij is pas echt heftig.”
“Ik heb drie deadlines, twee presentaties en een groepsproject.”
“Leuk. Ik had daarnaast ook nog werk en een feestje, en mijn plant is overleden.”
“Mijn plant is al drie maanden dood en ik kwam daar gisteren pas achter.”
Schaakmat.
Het ironische is dat niemand deze competitie wint. Er is geen jury die aan het einde van het semester een beker uitreikt aan degene die het meest chronisch overwerkt is. Er is geen applausmoment waarop je wordt gefeliciteerd omdat jij jezelf dit jaar het effectiefst hebt uitgeput. Wat er wel is, is een collectieve vermoeidheid die we met z’n allen romantiseren alsof het een positieve karaktereigenschap is. Alsof moe zijn een soort academische valuta is waarmee je je bestaansrecht bewijst. Maar goed, ik moet afronden. Morgen heb ik een essaydeadline waar ik nog niets voor gedaan heb, vier meetings, moet ik een begin maken aan de thesis van één van mijn twee studies en heb ik waarschijnlijk veel te weinig geslapen. Leg die gouden medaille alvast maar klaar.
Arendje Nabbe studeert Geneeskunde en schrijft vanaf nu iedere maand een column voor EM.
Lees verder
-
Waarom ik gestopt ben met mijn studie, en dat jou niet hoeft te ontmoedigen
Gepubliceerd op:-
Opinie
-
De redactie
-
Arendje Nabbe
Columnist
Reacties
Meer Column
-
Pied-à-terre
Gepubliceerd op:-
Column
-
-
Verknipte cheerleader
Gepubliceerd op:-
Column
-
-
Ademnood in de bieb
Gepubliceerd op:-
Column
-
Laat een reactie achter