Universiteit stoot minder CO2 uit op campus
De Erasmus Universiteit stootte in 2025 ruim 5 procent minder koolstofdioxide uit dan het jaar daarvoor. Toch lijkt de totale klimaatvoetafdruk van de universiteit gestegen, maar dat komt omdat woon-werkverkeer van studenten voor het eerst worden meegerekend.

Afbeelding door: Femke Legué
De universiteit noemt in het Impact- en duurzaamheidsrappport de renovatie van het Tinbergengebouw als een van de duurzaamste gebouwrenovaties in Nederland. Daarnaast produceert de universiteit 27 procent minder afval op de campus. Ook stoot de universiteit vijf procent minder CO2 uit.
Om de klimaatvoetafdruk te berekenen, gebruikt de universiteit de internationaal erkende berekeningsmethode van het Greenhouse Gas Protocol. Die onderscheidt de uitstoot in drie categorieën: directe uitstoot, bijvoorbeeld door gasverwarming in eigen gebouwen; indirecte uitstoot door ingekochte energie, zoals elektriciteit; en overige indirecte emissie door activiteiten waar de universiteit niet rechtstreeks controle over heeft, zoals ingekochte goederen en diensten, woon-werkverkeer en zakenreizen.
De afname van de CO2-uitstoot betekent dat de campus duurzamer is geworden. Van de directe uitstoot daalt de CO2-equivalent, van 83 ton in 2024 naar 58 ton in 2025. Ook de indirecte uitstoot door ingekochte energie neemt 254 ton CO2-equivalent af.
Hogere klimaatvoetafdruk
Toch lijkt de totale klimaatvoetafdruk van de universiteit toegenomen ten opzichte van 2024. De uitstoot in de derde categorie zorgt er namelijk voor dat de totale productie van broeikasgassen stijgt met vijf procent. Maar dat komt doordat woon-werkverkeer dit jaar anders wordt berekend.
De uitstoot van woon-werkverkeer stijgt van 1.374 ton in 2024 naar 4.989 ton in 2025, en dat is omdat de universiteit voor het eerst ook de mobiliteit van studenten meerekent. De uitstoot door het woon-werkverkeer van medewerkers daalt juist met 15 procent.
Fossiele industrie
Ook probeert de universiteit haar klimaatvoetafdruk terug te dringen door een strenger beleid te hanteren voor samenwerkingen met de fossiele industrie. Om samen te werken geldt er voor alle afdelingen, inclusief studentenverenigingen, een ‘moreel minimum’: potentiële partners moeten aantoonbaar aansluiten bij de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs en mogen het klimaatbeleid niet actief ondermijnen.
Samenwerkingen en AI
In het Impact- en duurzaamheidsrapport presenteert de universiteit de resultaten over 2025 op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid. Daarin is ook aandacht voor ontwikkelingen op het gebied van onder andere gevoelige samenwerkingen en kunstmatige intelligentie.
Op advies van de Adviescommissie Gevoelige Samenwerkingsverbanden heeft het College van Bestuur de institutionele samenwerkingen en uitwisselingsprogramma’s met Bar-Ilan University, de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en de Universiteit van Haifa bevroren. Dit vanwege risico’s op indirecte betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen.
Op het gebied van AI werkt de EUR aan verschillende initiatieven om een verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie te bevorderen. Ook heeft de universiteit een onderzoeksproject opgezet met onder andere RTL Nieuws, Mediahuis en Open Rotterdam om te onderzoeken hoe verantwoorde AI-toepassingen op redacties het publieke vertrouwen kunnen versterken.
Lees meer
-
Campushoreca gaat voor 50 procent plantaardig in 2030
Gepubliceerd op:-
Campus
-
De redactie
-
Feba SukmanaRedacteur
Reacties
Meer Duurzaamheid
-
EUR en UvA enige universiteiten waar fossiele bedrijven niet meer welkom zijn op carrièredagen
Gepubliceerd op:-
Duurzaamheid
-
-
Studenten snijden, koken en composteren correct tijdens de Sustainability Days
Gepubliceerd op:-
Duurzaamheid
-
-
Commissie fossiele industrie: Samenwerking moet voldoen aan ‘moreel minimum’ of stoppen
Gepubliceerd op:-
Duurzaamheid
-
Laat een reactie achter