Direct naar inhoud

Botsende vrijheden houden journalist en academicus scherp

De drie dialogen over academische vrijheid op de universiteit zetten hoofdredacteur Wieneke Gunneweg aan het denken over de vrijheid voor journalisten om hun werk te doen. En zij kwam tot de conclusie dat persvrijheid en academische vrijheid eigenlijk dezelfde kern hebben, maar een andere schil. En dat botst soms.

Redacteuren van EM bezochten afgelopen weken de drie dialogen over verschillende aspecten van academische vrijheid op de universiteit. De laatste dialoog, die ik zelf bijwoonde, ging over academische vrijheid in het publieke domein. Dit betekende ook: hoe ga je als wetenschapper om met de media? Klinkt in mijn oren altijd wat omineus, alsof de vraag voorligt hoe bescherm je schapen tegen de oprukkende wolf? Terwijl er volgens mij meer raakvlakken en overeenkomsten zijn tussen persvrijheid en academische vrijheid, dan tussen een roofdier en een herbivoor.

Eenzelfde doel

Academische vrijheid en persvrijheid dienen in de kern eenzelfde doel: waarheidsvinding, feiten boven tafel krijgen en duiding geven aan de wereld om ons heen, zonder daarin te worden belemmerd of beïnvloed door politieke of economische motieven.

Toch is de gelijkenis niet altijd voor iedereen goed verteerbaar. In een verhit debat dat ik had met een communicatiemanager van een van de faculteiten riep ik ooit uit: “Maar we staan aan dezelfde kant!” Zij zag dat op dat moment anders, en meende dat een EM-artikel ‘haar’ wetenschappers in gevaar had gebracht. Zich, wat mij betreft, onvoldoende realiserend dat de dwazen die wetenschappers menen te moeten bedreigen, ook journalisten belagen. Het kwam niet meer goed tussen haar en mij.

'Volgens mij zijn meer raakvlakken en overeenkomsten zijn tussen persvrijheid en academische vrijheid, dan tussen een roofdier en een herbivoor'

Tussenstand

Er zijn uiteraard ook verschillen tussen de vrijheid die een onderzoeker en een journalist nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Dat zit ’m in de timing en de nuance. De opdracht van de journalist is om zaken boven tafel te krijgen op een manier die voor lezers en kijkers begrijpelijk is, op een moment dat de journalist het urgent acht. Terwijl wetenschappers streven naar nuance, exactheid en volledigheid. En dat kan botsen.

In de journalistiek doe je verslag van hetgeen om je heen gebeurt. Dat is niet altijd afgerond, vaak geef je een tussenstand. Mensen willen nu weten wat er aan de hand is, en dan geef je soms een beperkt beeld. Maar omdat je veel sneller kunt publiceren kun je ook snel dit beeld aanvullen. Op die manier kunnen mensen ontwikkelingen volgen in de tijd om zo als geïnformeerde burger wat te kunnen doen met de informatie. Journalisten kijken daarbij vooruit.

Wetenschappers hebben als taak reflectief te zijn, te duiden en uit te zoeken waarom iets om ons heen gebeurt. Dan streef je naar volledigheid en is het vaak goed als de tijd over de feiten heengaat om het complete beeld te kunnen schetsen.

Coronamedicijn

Een van onze meest gelezen artikelen ooit is een bericht van 13 maart 2020 waarin een wetenschapper van het Erasmus MC stelde dat hij mogelijk het begin van een remedie tegen het coronavirus in handen had. Een lockdown dreigde, iedereen was wanhopig op zoek naar een sprankje hoop en een einde aan de aanzwellende pandemie. Zijn onderzoek was lang niet af, maar dit was wel nieuws. Als wetenschapper – hoewel niet deze wetenschapper – wacht je dan tot alles driedubbel gecheckt is voor je publiceert. Als journalist wil je dit nieuws zo snel mogelijk brengen: het speelt nu, mensen willen dit nu weten.

Dat er tussen droom en daad richting een medicijn tegen corona nog een lange weg te gaan bleek, hebben we later in vervolgberichten aangevuld. Al deze berichten samen geven een tijdsbeeld dat je nooit zou hebben gehad als we hadden gewacht tot het onderzoek was afgerond. Het gaf aan dat de wetenschap bezig was met een oplossing, en vertelde een verhaal dat onderzoekers zelf nooit zo hadden kunnen vertellen.

Zijn collega’s waren evengoed niet blij dat de onderzoeker voor zijn beurt had gesproken met een journalist. Tegelijk was het de academische vrijheid van deze onderzoeker om over zijn eerste bevindingen te vertellen en de vrijheid van de journalist om hierover te berichten zodra het hem bekend werd.

Mediatraining

Ik vind het niet erg dat de twee vrijheden af en toe met elkaar in botsing komen. Het helpt mij als journalist scherp formuleren waarom het nodig is wat we doen, en tegelijk ook zorgvuldig te zijn en recht te doen aan de nuances die wetenschappelijke resultaten vaak met zich meebrengen. En ik hoop dat wetenschappers zich vrij blijven uitspreken, en zich niet teveel achter het hek van mediatraining laten zetten. Omdat zij geen schapen zijn, en wij geen wolven.

Lees verder

De redactie

Reacties

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen ga je akkoord met onze regels voor het plaatsen van een reactie. Lees ze alsjeblieft voordat je een reactie plaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met (verplicht)

Meer Hoofdredactioneel commentaar