Academicus, activist of allebei? Wetenschappers worstelen met de grens tussen het academische en het persoonlijke
Wetenschappers en bestuurders worstelen met de rol van academici in het publieke domein. Dat bleek maandag tijdens de derde dialoog over academische vrijheid.

Afbeelding door: Sonja Schravesande
Spreek je je als docent uit over de politieke situatie in de VS of over de kwestie tussen Palestina en Israël? Is neutraal willen blijven in het maatschappelijk debat ook een politieke keuze? Kun je als onderzoeker ook activist zijn, en hoe doe je dat dan? En wie binnen de universiteit kan je helpen als je met dit soort vragen worstelt?
Zomaar wat vragen die voorbijkwamen tijdens de derde dialoog over academische vrijheid afgelopen maandag op de campus. Op tafel lag de vraag: hoe beïnvloedt academische vrijheid jouw rol in het publieke domein en omgekeerd?
De derde dialoog over academische vrijheid van maandag 18 mei had als thema: de rol en de verantwoordelijkheid van wetenschappers in het publieke debat. De eerste ging over wat academische vrijheid precies is. De tweede over academische vrijheid voor een engaged universiteit. Soortgelijke dialogen zijn de afgelopen maanden op alle Nederlandse universiteiten gehouden. Komende vrijdag 22 mei komen vertegenwoordigers van alle universiteiten samen om de uitkomsten van deze universitaire dialogen te bespreken.
Wetenschappers worstelen met de strijd tussen het academische en het persoonlijke, bleek uit het gesprek aan een van de tafels. Een onderzoeker vertelt dat academische vrijheid niet grenzeloos is, hoe graag dat ook wordt gehoopt. Simpelweg omdat je als onderzoeker niet zomaar ‘met je ogen dicht een onderwerp in kan duiken’ dat je interesseert. Soms heeft een onderwerpkeuze consequenties voor iemands veiligheid of die van familie in een land waar elke vorm van uitingsvrijheid aan banden ligt en moet je het als begeleider afwijzen. Dat betekent dus dat moeilijke onderwerpen soms niet worden onderzocht.
Uitspreken aan de lunchtafel
Ook voelden niet alle deelnemers de vrijheid om zich uit te spreken in de media, in de eigen collegezaal of domweg aan de lunchtafel met collega’s. Spreek je iemand aan op bepaalde politieke opvattingen, geef je je mening of houd je je gedeisd om niet de verdenking op je te laden dat je een activist bent en geen academicus?
Ambiguïteit en vage grenzen
Eerder die ochtend benadrukten beide sprekers die de dialoog openden de vage grenzen tussen persoonlijke opvattingen en academische expertise, de ambiguïteit tussen academische en niet-academische kennis, en tussen vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid.
Jeff Handmaker, universitair hoofddocent Legal Sociology aan het ISS, verzorgde de eerste inleiding en problematiseerde de term scholar-activist. Terwijl hij zijn scepsis uit over het kritiekloze gebruik van die term, vanwege het risico dat verschillende rollen door elkaar gaan lopen, stelt hij ook dat de scheiding tussen deze twee rollen juist te strikt kan worden gemaakt en als ‘kunstmatig’ kan worden gezien.
Handmaker noemt als voorbeeld klimaatwetenschappers die zich uitspreken over klimaatverandering en vervuiling door fossielebrandstofbedrijven, waarbij zij zich baseren op hun deskundigheid: is dat activisme of is het een uiting van hun academische vrijheid om op basis van hun expertise standpunten naar voren te brengen? Het is vaak moeilijk om een grens te trekken tussen die twee, maar het is ook belangrijk je ervan bewust te zijn dat er wel degelijk een verschil is, stelt Handmaker.
Grens trekken
Waar trek je dan de grens tussen vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid? Handmaker ziet ook dat een grens moeilijk te trekken is, maar tegelijkertijd cruciaal is om ter discussie te stellen, omdat het om verschillende rollen gaat.
En zoals hij eerder illustreerde, lopen die rollen vaak in elkaar over, bijvoorbeeld in relatie tot pro-Palestijnse protesten op de campus in de afgelopen twee jaar. Academici die protesteerden tegen Israëls aanvallen op Palestijnen spraken zich niet alleen uit vanuit een persoonlijke of politieke overtuiging, maar ook op basis van hun eigen academische onderzoek en van andere kennis en perspectieven op de kwestie. Ongeacht waar je precies de grens zou trekken, vindt hij dat universiteiten hun academici ruimte moeten geven om deze diverse standpunten te uiten.
Aan het einde van zijn bijdrage benadrukt hij hoe belangrijk het is dat je je als academicus bewust bent van je rol en daar ook kritisch op reflecteert. Geef je je mening als expert, of breng je een persoonlijke opvatting naar voren? Als je spreekt als expert, onderbouw je positie dan met bronnen en wees methodologisch zorgvuldig en precies. Maar ook: wees moedig, spreek je uit, en steun vooral je studenten die zich uitspreken over gevoelige onderwerpen, terwijl je tegelijkertijd het belang van kritisch denken en nuance benadrukt.
Aan universiteitsbestuurders geeft hij onder meer dit advies: bescherm je onderzoekers die zich uitspreken, zeker nu de academische vrijheid zwaar onder druk staat, en wees niet bang om ongemakkelijke onderwerpen te omarmen.
'Als we de illusie wekken dat we alles op kunnen lossen en dat niet waarmaken, dan is dat slecht voor het vertrouwen in de universiteit'
Universiteit biedt geen pasklare oplossingen
Na Handmaker geeft Liesbeth Noordegraaf-Eelens, de decaan van de Erasmus School of Philosophy, haar visie op de plek van de universiteit in het publieke domein. Ze ziet een risico in de presentatie van de universiteit als plek met een ‘overfocus’ op het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Ze noemt de universiteit ‘geen consultancyfirma’. “Het gaat om het erkennen van de complexiteit van de vraagstukken en daarmee juist dat er geen pasklare oplossingen zijn. Als we die illusie wekken dat we alles op kunnen lossen en dat niet waarmaken, dan is dat slecht voor het vertrouwen in de universiteit. Dat betekent niet dat we niets moeten doen, integendeel. Van een engaged university kunnen we verwachten dat deze zich niet alleen richt op de oplossingen, maar juist ook bijdraagt aan het adresseren en het formuleren van maatschappelijke vragen.”
Noordegraaf-Eelens pleit ervoor dat de universiteit zichzelf ook ziet als onderdeel van de maatschappij: “De positie die we innemen in wat we denken, doen en onderwijzen heeft consequenties voor de samenleving waarin we leven. Die positie moeten we beargumenteren en bevragen, want deze is niet vooraf bepaald. Dat doen, is waar het bij academische vrijheid omgaat.”
Lees verder
-
Wetten, persvrijheid en eed kunnen academische vrijheid beschermen
Gepubliceerd op:-
Wetenschap
-
-
Bij dialoog over academische vrijheid leeft behoefte aan duidelijkheid
Gepubliceerd op:-
Wetenschap
-
De redactie
-
Wieneke GunnewegHoofdredacteur
Reacties
Meer Wetenschap
-
Hoe zeehonden hun taal aanpassen aan elkaar, en wat dat zegt over ons mensen
Gepubliceerd op:-
Eureka!
-
-
Rapport: scherpe columns van voorzitter Levi raken onderzoeksfinancier NWO
Gepubliceerd op:-
Wetenschap
-
-
Oorlog in Iran: krijgt de energietransitie een duw of een klap?
Gepubliceerd op:-
De Kwestie
-
Laat een reactie achter