Sinds donderdagavond staat het artikel van een team van tien wetenschappers, waar Grosveld deel van uit maakt, online op BioRxiv – een website waarop biologen hun onderzoek kunnen publiceren voordat het beoordeeld is door een vaktijdschrift. De samenvatting rept over een antilichaam tegen SARS2, het coronavirus dat de huidige pandemie veroorzaakt (COVID-19). Het antilichaam kan helpen bij de opsporing en preventie van deze vorm van corona-infectie. Het werkzame antilichaam is een wereldprimeur.

Disclaimer: het antilichaam moet nog op mensen getest worden (dat duurt nog maanden) en het artikel ligt nog bij vakgenoten ter beoordeling, voordat het toonaangevende vaktijdschrift Nature het publiceert. Maar Grosveld is hoopvol: “We verwachten elk moment een e-mail”, zegt de Spinozaprijs-winnaar in zijn lab op de tiende verdieping van het Ee-gebouw van het Erasmus MC.

Wat heeft u met uw mede-onderzoekers van de afdeling Virologie en de Universiteit Utrecht gevonden?

“Wij hebben een artikel gepubliceerd over een antilichaam dat wij al hadden geïsoleerd voor de huidige pandemie en dat kruisreageerde (biologische term voor het afweren van een lichaamsvreemde stof, red.) met verschillende coronavirussen. Het antilichaam voorkomt dat het virus nog kan infecteren en kan bovendien goed helpen bij de opsporing van het virus.”

Hoe vonden jullie dat?

“Zo’n vijftien jaar geleden startte ik een hobbyproject om te kijken of wij menselijke antilichamen (eiwitten aangemaakt als reactie op antigenen zoals virussen, red.) konden maken in muizen. Dat lukte en leidde uiteindelijk tot de oprichting van een Erasmus MC bedrijf: Harbour Antibodies BV. Inmiddels hebben we vestigingen in Shanghai, Boston en Rotterdam, waar de innovatietak zit. Zij ontwikkelen voornamelijk antilichamen om tumoren te genezen.”

“Samen met de afdeling Viroscience hierboven en de afdeling Virologie Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht kwamen we in een Europees project terecht: ZAPI (Zoonoses Anticipation and Preparedness Initiative, red.). Doel daarvan was antilichamen ontwikkelen tegen MERS, SARS en nog een coronavirus uit Hongkong (OC-43). In dat project vonden we antilichamen die kruisreageerden met die drie verschillende virussen en zo voorkwamen dat de virussen nog konden infecteren.

“Maar die virussen zijn al ingedamd, we hebben nu te maken met een ander coronavirus. Van het eerdere onderzoek hadden we nog ongeteste antilichamen in de ijskast staan die niet met alle drie de mutaties reageerden, maar wel met SARS1. Toen de huidige crisis – SARS2 – uitbrak hebben we meteen getest of de antilichamen die met SARS1 reageerden ook reageren op SARS2. Toen vonden we het nu gepubliceerde antilichaam.”

Wat zijn de vervolgstappen en wat kunnen we hiermee?

“We proberen nu een farmaceutisch bedrijf aan boord te krijgen – dat ziet er overigens goed uit – die het antilichaam op grote schaal kan produceren als medicijn. Voordat het de markt op kan, moet het antilichaam door een uitgebreide ontwikkelingsfase en op toxicologische eigenschappen worden getest. Dat proces begint nu. Ook willen we het antilichaam, behalve als medicijn, gebruiken om een diagnostische test op te zetten: eentje die iedereen gewoon thuis kan doen, zodat mensen makkelijk weten of ze een infectie hebben of niet.”

PHOTO-2020-03-13-22-22-50
Het laboratorium van het Erasmus MC waar Grosveld werkt. Beeld door: Marko de Haan

Hoe uniek is dit?

“Dit is bij ons weten het allereerste antilichaam waarvan we weten dat het de infectie blokkeert en er is een goede kans dat dit ook een medicijn wordt dat op de markt komt. Zoiets vinden gebeurt heel weinig. Ik heb gedurende mijn carrière veel aan genregulatie gewerkt: hoe worden genen aan- en uitgezet, wat is het structuur van ons genoom. Daar heb ik gelukkig ook een aantal ontdekkingen kunnen doen, waarbij ik het gevoel had: nu zijn we écht een stap verder. Maar dergelijk onderzoek ging vooral om inzicht en was van wetenschappelijk belang. Dit antilichaam heeft een concrete toepassing.”

U heeft dus nu dé oplossing in handen?

“Als je dit als patiënt zou nemen dan is de verwachting – en dat is nog maar een verwachting – dat de infectie in de patiënt gestopt wordt. En de patiënt dus de kans krijgt om te herstellen. Maar voorkomen is natuurlijk beter dan genezen: een echte oplossing is daarom een vaccin, daar werken anderen aan. Een vaccin ontwikkelen duurt echter al gauw twee jaar. Het medicijn van ons is er, als het allemaal werkt, eerder. Alleen dat is dan weer duurder om te produceren.

“Een vaccin bestaat gewoonlijk uit een eiwit dat voortkomt uit een virus of een gedood virus. Als je daar een klein beetje van bij mensen of dieren inbrengt, gaan die daar antilichamen tegen maken. Daardoor ontstaan zogenaamde geheugencellen die onthouden wat ze eerder hebben gezien. Als het virus probeert binnen te dringen, kunnen die geheugencellen daar snel op reageren en het virus afweren. Een antilichaam werkt als medicijn, maar de patiënt maakt het zelf niet aan. Als je het medicijn geeft blijft het een paar weken aanwezig en dat is genoeg voor herstel, maar waarschijnlijk niet om het virus voor altijd te weren. Daarvoor is het beter als de patiënt eigen immuniteit krijgt.”

Dacht u meteen ‘hier heb ik nog iets voor’, toen dit virus ontstond? Hoe gaat dat?

“Mijn Utrechtse collega Berend-Jan Bosch en ik dachten: we moeten iets doen en misschien hebben we wat. We zijn daarom onmiddellijk aan de gang gegaan en dat is met de huidige paniek hard werken, de klok rond. Ik begin om een uur of negen, tot een uur of zeven. Dan ga ik naar mijn gezin en als thuis de rust is weergekeerd begin ik weer, tot iets na middernacht.”

Heeft u er al veel aandacht voor gekregen?

“Nog niet zoveel. Het is nu gepubliceerd op BioRxiv, maar pas als het door de peers is goedgekeurd bij Nature is het écht – wij mogen daarom ook niet uit onszelf naar de pers stappen. Maar als zij ons vragen stellen mogen we die wel beantwoorden. De goedkeuring komt hopelijk binnen een paar dagen en dan stuurt Nature ook een persbericht uit. Je ziet dat de publicatie op BioRxiv al wel wat losmaakt bij vakgenoten op Twitter en LinkedIn. Gisteren heb ik al een recordaantal aan e-mails en WhatsApps binnengekregen.”

Gaat u financieel binnenlopen met deze vondst?

Lacht. “Dat zie je verkeerd, dit is geen goede businesscase. De kans is aanwezig dat het virus over een maand of twee weg is. Dan heb je als farmaceutische bedrijf voor niets een productie gedraaid van miljoenen – alleen zij kunnen dit soort risico’s aan. Bij SARS1 en MERS was ook paniek. Tegen de tijd dat er een vaccin en antilichamen waren, was het virus al weg.”

PHOTO-2020-03-13-22-22-50-2
Het uitzicht vanuit de werkruimte van Grosveld. Beeld door: Marko de Haan

Wat vindt u van de huidige aanpak in Nederland?

“We zijn te laks geweest en waren niet goed voorbereid. Er zijn bijvoorbeeld te weinig testen en in het begin zijn er te weinig restricties opgelegd, terwijl we zagen wat er in China en daarna  Italië gebeurde.”

Gaat de test die jullie willen ontwikkelen daar een oplossing voor zijn?

“Dat zouden we graag willen en er is al een goedkope eerste test gemaakt in China, maar ik weet niet hoeveel men er kan produceren. Ik heb gevraagd een aantal tests op te sturen om hier te proberen, maar vanwege het verbod op vluchten vanuit China kan dat wel eens moeilijk worden. Een test maken kan sneller dan het maken van een medicijn, want zo’n test  hoeft minder uitgebreid onderzocht te worden. Het wordt niet aan een patiënt toegediend en werkt zo’n beetje hetzelfde als een zwangerschapstest, alleen dan met wangslijm in plaats van urine. Hoeveel de test uiteindelijk gaat kosten weet ik ook nog niet.”

Is deze vondst geluk of wijsheid?

“Wij hebben in ons eerste onderzoek met SARS, MERS en OC43 een slimmigheid uitgehaald – voordat deze crisis uitbrak. Daarna hadden we geluk dat er antilichamen bij zitten die ook aan het nieuwe virus binden. Wij lagen daarom voor op anderen, maar er zullen ongetwijfeld, ook door ons, nog meer antilichamen tegen SARS2 ontwikkeld worden.”

Al 46 reacties — discussieer mee!