“Wat vooral pittig is voor docenten is niet zozeer het achter een scherm college geven –  in een collegezaal zit ook niet iedereen op te letten – maar de extra inzet die nodig is omdat alles anders is. De roosters, de regels omtrent inschrijven voor vakken, maar ook het design van je vak aanpassen naar een onlineversie: je moet alles opnieuw uitvinden en dat kost veel energie.”

Iedereen wil het beste doen

Brigitte
Brigitte Hoogendoorn

“En als je bedenkt dat de meeste docenten sterk intrinsiek gemotiveerd zijn om het beste te doen voor studenten en de kwaliteit van het onderwijs, dan is dat mentaal belastend. En dat vind ik het gevaarlijke: hoe lang hou je dat vol? Dat geldt niet alleen voor docenten trouwens. Ook de roosteraars hebben het zwaar. Zij hebben vaak een hele unieke functie dus zomaar overdragen of delegeren is net zoveel werk als het zelf doen.”

Dagelijkse koffiemomenten

“Om elkaar te ondersteunen zijn er al wat plekken ontstaan waar je elkaar kunt vinden, zoals een chatgroep waar alle docenten in zitten en ze vragen kunnen stellen aan elkaar. Daar vindt veel uitwisseling plaats. Verder zijn er bij sommige vakgroepen dagelijkse koffiemomenten waar je als docent bij kunt aanhaken om even bij te praten.”

Hoogendoorn overlegt zelf ook geregeld met docenten over hoe het met hen gaat. “Soms is het een kwestie van aanvoelen. Als een collega niet reageert op een mail, en dat normaal wel altijd doet, dan vraag ik of alles oké is.”
Vanuit het faculteitsbestuur ervaart Hoogendoorn veel steun en waardering voor de inzet van docenten. “Er wordt geregeld benadrukt dat je ook echt je vakantiedagen moet gebruiken om rust te nemen. Hoewel dat bij sommigen ook in het verkeerde keelgat kan schieten, zo van ‘hoe moet ik vrij nemen als al dit werk moet gebeuren?’.”

Studenten moeten nieuwe routine ontwikkelen

“Ik vermoed dat er op een gegeven moment een omslag komt. Dat we zaken minder complex maken en van studenten verwachten dat ze een nieuwe routine ontwikkelen in het volgen van onderwijs. Docenten drijven op intrinsieke motivatie en het beste willen voor de studenten. Maar het houdt ergens op.”