hoogleraren cortege opening academisch jaar 2019 foto ronald van den heerik (27)

Lees meer

De bijzonder hoogleraar verdwijnt (grotendeels) van de EUR

Door het promoveren van bijzonder hoogleraren naar het gewoon hoogleraarschap haalt de…

De bijzonder hoogleraren van de Erasmus Universiteit zijn een beetje een vreemde eend in de bijt. Bijzonder hoogleraren worden doorgaans door externe partijen gefinancierd. ‘Gesponsorde hoogleraren’ zou decaan Frank van der Duijn Schouten van de Erasmus School of Economics (ESE) ze het liefst noemen. “Het bijzonder hoogleraarschap biedt de ruimte aan partijen uit de maatschappij om een leerstoel op te richten op de universiteit.” Dus stel dat je als stichting of bedrijfstak vindt dat er te weinig onderzoek wordt gedaan naar een bepaald onderwerp, dan financier je een leerstoel aan een universiteit.

Maar aan de Erasmus Universiteit is ook een ander soort bijzonder hoogleraar. Hier loopt een grote groep bijzonder hoogleraren rond die niet zozeer extern ‘gesponsord’ worden. Deze bijzonder hoogleraren wegens personeelsbeleid zijn meestal universitair hoofddocenten (uhd’s) met een vaste aanstelling, die daar bovenop een tijdelijke aanstelling als hoogleraar krijgen, voor een periode van vier jaar.

Waar gewone hoogleraren meestal ‘voor het leven’ benoemd worden, kan de universiteit met het bijzonder hoogleraarschap talentvolle wetenschappers de kans bieden zich te profileren als hoogleraar, zonder een vaste aanstelling aan te hoeven gaan. Omdat bijzonder hoogleraren  extern gefinancierd moeten worden, betaalt het Erasmus Trustfonds hen over het algemeen formeel. De EUR betaalt het Trustfonds om dit te doen. Deze constructie was uniek in Nederland. Nu schaft de universiteit deze functiecategorie af. Ongeveer vijftig bijzonder hoogleraren stromen daarom door naar het gewoon hoogleraarschap.

'Drempel wordt groter'

kirsten_rohde_in_adviesraad_van_cpb
Kirsten Rohde.

Wat betekent het verdwijnen van deze constructie voor de carrières van individuele wetenschappers? Wordt de stap van uhd naar hoogleraar nu groter? Het is iets waar Kirsten Rohde (ESE, zelf net gepromoveerd tot gewoon hoogleraar) zich zorgen over maakt. “Binnen de faculteit is discussie of dit iets positiefs of iets negatiefs is. Voor mij is het fijn: ik hoef als gewoon hoogleraar niet meer elke vier jaar door een hoepeltje te springen en krijg meer vrijheid om mijn werk op mijn manier in te richten. Maar ik ben wel bang dat de drempel voor uhd’s hoger wordt.”

Sjoerd van Tuinen is uhd bij de Erasmus School of Philosophy. Hij is nog niet op de hoogte van het verdwijnen van zijn volgende carrièrestap. “Daar heeft niemand mij iets over verteld. Dat vind ik wel vreemd, want ik denk dat dit consequenties voor mijn loopbaan kan hebben. Het bijzonder hoogleraarschap heeft een lagere drempel. Wil je gewoon hoogleraar worden, dan zijn de eisen hoger: meer publicaties, meer acquisitie”

De toekomst is tijdelijk

Willem_Verbeke_EO
Willem Verbeke.

Bijzonder hoogleraar Willem Verbeke (ESE) gaat in januari met emeritaat, dus voor hem zal er niks meer veranderen aan zijn functietitel. Zelf heeft hij het bijzonder hoogleraarschap altijd als iets heel positiefs ervaren. “Ik werd in Amerika vaak per abuis als ‘distinguished professor’ aangekondigd, dat klonk wel chique!” Maar ook omdat hij elke vier jaar moest aantonen dat hij voldoende gepresteerd had. “Je ziet dat gewoon hoogleraren zich toch gaan nestelen in managementfuncties of consultancy. Ik moest altijd blijven werken voor mijn positie, en dat is een goede zaak.”

‘De president van ING of ABN-AMRO wordt ook niet voor het leven benoemd. Ze moeten presteren en als ze dat niet doen het bedrijf verlaten’

Willem Verbeke

De toekomst is volgens Verbeke dan ook dat de permanente aanstelling van hoogleraren verdwijnt. “De president van ING of ABN-AMRO wordt ook niet voor het leven benoemd. Ze moeten presteren en als ze dat niet doen het bedrijf verlaten. Het is niet meer van deze tijd.”

Deels krijgt Verbeke al gelijk: een deel van de nieuwe hoogleraren krijgen in de meeste gevallen een ‘tijdvak’ mee van vijf jaar. Presteren ze niet voldoende, dan worden ze weer universitair hoofddocent. Eigenlijk dus hetzelfde principe als bij een bijzonder hoogleraar, minus het woordje ‘bijzonder’.

Cosmetische verandering

Frank van der Duijn Schouten
Frank van der Duijn Schouten Beeld door: Aysha Gasanova

ESE-decaan Van der Duijn Schouten erkent dat de verandering niet veel meer is dan een cosmetische. “Internationaal kunnen we niet goed uit de voeten met de term bijzonder hoogleraar. De Engelse vertaling die we gebruiken, endowed professor, betekent in het buitenland wat anders.” Bij zijn faculteit worden zeven van de vijftien hoogleraren benoemd met een ‘tijdvak’ van maximaal vijf jaar, wat betekent dat na die periode bekeken wordt of ze voldoen. De overige acht krijgen vanwege hun lange ervaring als bijzonder hoogleraar direct de titel zonder tijdvak. Twee anderen blijven bijzonder hoogleraar, omdat ze op korte termijn al met emeritaat gaan.

Bij de vijftien bijzonder hoogleraren bij de ESE zitten drie vrouwen, waardoor het percentage vrouwen onder gewoon hoogleraren bij de faculteit door de maatregel behoorlijk stijgt. Dat komt goed uit, want de universiteit heeft zichzelf opgelegd dat in 2020 20 procent van de hoogleraren vrouw is, en bij de ESE is dat percentage nog te laag (2,5 procent volgens het jaarverslag van de universiteit). “Maar dat is voor ons niet de reden om deze maatregel te nemen”, zegt Van der Duijn Schouten. “Wellicht dat de universiteit het versneld doorvoert in verband met de deadline van 20 procent vrouwelijke hoogleraren in 2020.”

Vrouwelijk talent

Van der Duijn Schouten benadrukt dat hij een evenwicht tussen mannen en vrouwen binnen zijn faculteit erg belangrijk vindt. “Op het niveau van universitair docenten biedt de faculteit al een veel beter perspectief op een evenwichtige man-vrouw-verhouding. We kijken goed waar vrouwelijk talent zit, en hoe we dat extra kunnen ondersteunen, met advies en soms is er ook wat geld om administratieve werkzaamheden uit handen te nemen.” Maar de ESE gaat de deadline in 2020 niet halen. “We zijn niet van plan om vrouwelijke hoogleraren extern te werven. We hebben ons eigen personeelsbeleid en we willen onze eigen mensen ook niet ontmoedigen.” Wat zijn dan de consequenties voor de faculteit? “Volgens mij worden we dan vermanend toegesproken. Ik denk dat het CvB wel ziet dat we er serieus mee bezig zijn, maar dat het wat meer tijd gaat kosten.”

‘Ik denk dat het CvB wel ziet dat we er serieus mee bezig zijn, maar dat het wat meer tijd gaat kosten’

Van der Duijn Schouten over het 'vrouwenquotum'
Hoogleraren 0604-2

Lees meer

Bijzonder hoogleraren vooral bijzonder handig voor de universiteit

Bedreigen bijzonder hoogleraren onafhankelijkheid EUR? EM zocht het uit.

Nog geen reactie — begin de discussie!