Hoe is dit onderwerp op je pad gekomen?

“Ik heb eerst Archeologie gestudeerd en een aantal jaren gewerkt als archeoloog. Daar was op een gegeven moment geen werk meer in. Filosofie was een oude interesse dus dat werd mijn tweede studie, in Tilburg. Na een college van Harrie de Swart raakten we meteen een uur aan de praat, over hoe jammer het is dat mensen elkaar niet goed begrijpen. Dat is een onderwerp waar Mannoury en andere significi, zoals ze zichzelf noemden, zich mee bezig hielden. Zij wilden taal analyseren in de hoop dat er minder misverstanden tussen mensen zouden ontstaan. Dat streven is ook een van mijn drijfveren geweest.

“Significi gaan ervan uit dat je met taal nooit de werkelijkheid kunt vastleggen en dat taal gebruikt wordt om mensen te beïnvloeden. Wat vooral nieuw was, was dat zij de taalgebruiker ook centraal stelden in hun onderzoek.”

Hoe is dat gesprek ontaard in een promotie?

“Ik ben eigenlijk gaan promoveren omdat een medestudent voorstelde om dat samen te gaan doen. Ik was daar zelf eigenlijk nooit mee bezig. Hij heeft het uiteindelijk niet meer gedaan, maar toch fijn dat iemand je op een idee brengt en het dan zo uitpakt.”

Wie was Mannoury en wat is zijn nalatenschap?

“Hij was een wiskundige, filosoof en communist. Alle drie die dingen zijn heel belangrijk bij hem. Hij groeide op in Amsterdam en publiceerde vierhonderd werken. Zijn belangrijkste gedachtengoed is het relativistisch denken. Dat is voor mij de rode draad. In totaal heeft mijn promotie zeven jaar geduurd. Op een gegeven moment dacht ik: het lijkt wel alsof hij wil dat ik geen grip op die materie krijg. Tot ik dacht: zou dat het dan zijn? Mannoury’s idee was dat de werkelijkheid continu aan verandering onderhevig is en heen en weer gaat tussen twee tegenpolen. Dat denken in tegendelen noemen ze ook wel dialectiek. Omdat hij vond dat je dingen niet in taal kon vastleggen, geeft hij geen definities en wilde hij geen school van volgelingen die zich Mannouryaan noemden. Hij vond dat je kritisch moest zijn en nooit iets moest aannemen. Er zijn wel artikelen over hem verschenen maar er is nog nooit iemand op hem gepromoveerd. In het filosofisch onderwijs zou er meer aandacht mogen zijn voor deze bloeiperiode in de Nederlandse geschiedenis, met Mannoury, maar ook Van Dantzig, Brouwer en Van Eeden.”

Wat kunnen we van Mannoury leren?

“In zijn werk en dagelijks leven was hij iemand die vond dat je conflicten moest oplossen. Je moet altijd naar iemand blijven luisteren en niet dogmatisch zijn. Dat zou je tegenwoordig goed kunnen gebruiken, ook in de politiek. En hij heeft ooit een lesmethode geschreven waarbij kinderen, naast spelling en grammatica, signifisch leerden denken, dat wil zeggen dat zij het spreek- en verstaproces leerden doorzien. Hij vond het belangrijk dat mensen leren dat taal bedrieglijk kan zijn.”

Wat was het moeilijkste aan promoveren?

“Afbakenen. Als je van alles ook de context wilt weten is het soms moeilijk te stoppen. Als je een bron als Delpher hebt, waarop alle kranten gedigitaliseerd zijn, waar houd je dan op?”

 Wat staat er op de voorkant?

“Ik heb bewust een jongere foto gekozen, op de meeste foto’s van hem is hij al 70. Eigenlijk wilde ik een rode kaft, als verwijzing naar zijn socialisme, maar ik vond wit toch rustiger, met een rode lijn.”

Nog geen reactie — begin de discussie!