Tiara Almeira, voorzitter van Indonesische studentenvereniging PPI Rotterdam en tweedejaarsstudent Management of International Social Challenges (MISOC), hoorde toen ze in Nederland kwam studeren over de Gouden Koets waar het Nederlandse koningspaar op Prinsjesdag in rijdt. Ze voelde zich hier ongemakkelijk bij; een van de schilderingen waarmee de koets is versierd beeldt bijvoorbeeld af hoe bewoners het voormalig Nederlands-Indië hulde brengen aan een witte overheerser.

Zo zijn er nog wel meer van dit soort symbolen te vinden in Nederland. “Nederlanders zien zichzelf als erg tolerant, en in mijn ervaring zijn ze dat over het algemeen ook”, vertelt Tiara. “Maar hierdoor zien ze soms hun eigen racistische vooroordelen niet. Als er meer aandacht voor kolonialistische symbolen zou zijn binnen het onderwijs, zouden ze de ongemakkelijkheid die ik voel misschien beter begrijpen.”

Koloniale monumenten

Sheetal Nicolaas, voorzitter van Erasmus Multicultural Associations (EMA), sluit zich hierbij aan. “Onwetendheid is vaak de bron van racistische uitspraken of gedragingen. Als men meer zou weten over het slavernijverleden van Nederland, zou niemand verbaasd zijn als ze bijvoorbeeld een Surinamer Nederlands horen praten.”

Het oprichten van een monument of het vernoemen van een straatnaam of instituut ziet Sheetal als een blijk van maatschappelijke waardering. “Bij sommige figuren moeten we ons afvragen of we ze deze waardering willen geven. Sommige mensen zijn bang dat het weghalen van een standbeeld of naam ook betekent dat de hele historie die eraan vast zit wordt weggestopt. Echter, het verwijderen van zo’n zaak staat niet gelijk aan het uitwissen van de geschiedenis. We zullen nog steeds mensen onderwijzen over deze persoon, maar we geven geen erkenning meer voor gruwelijke handelingen; het accent wordt verlegd.”

grever subtitle-2

Lees meer

Erasmus TV: historicus Maria Grever over het belang van historische monumenten

Wat moeten we doen met standbeelden van mensen die een dubieuze rol speelden in de…

Eurocentrisch

“Ik vind dat de Nederlandse politiek erg traag is in het accepteren van de historische kennis omtrent slavernij”, vertelt Izzy Wu Ramos, een derdejaars International Bachelor Arts and Culture Studies (IBACS) en lid van de vereniging van studenten met Afrikaase roots ASAH.

Izzy ziet de ‘beeldenstorm’ van 2020 als een reactie op het systematisch wegcijferen van bepaalde groepen. “Het is duidelijk dat mensen het zat zijn om genegeerd te worden”, vervolgt ze. “Figuren als Piet Hein en Jan Pieterszoon Coen zijn jarenlang op een voetstuk geplaatst, terwijl alles wat niet wit was bij wijze van spreken een ledemaat kon verliezen aan een rariteitenkabinet.”

Ook het curriculum van haar eigen studie vindt Izzy te eurocentrisch voor een studie die zich presenteert als internationaal. “Ik denk dat wij het concept ‘Eurocentrisme’ moeten herdefiniëren. De migratiestroming naar Europa heeft er deels voor gezorgd dat er in verschillende multiculturele steden een hybride cultuur is ontstaan. Je zou jezelf hierbij kunnen afvragen of onder andere Afro-diasporische narratieven in Europa ook onder deze hypothetische (nieuwe) vorm van Eurocentrisme zouden kunnen vallen. Zeker een interessant onderwerp om als Erasmus Universiteit te onderzoeken.”

Bewustzijn

Ook Hans Soetermeer, tweedejaars Geschiedenisstudent, ziet in zijn opleiding een dominant westers perspectief. “Er wordt wel toegegeven dat wat ons wordt onderwezen vanuit een Eurocentrisch oogpunt is geschreven en dat het problematisch is om alleen vanuit dit perspectief te kijken. Maar vervolgens is dat eigenlijk wel wat er in de praktijk wordt gedaan.”

Hij heeft recentelijk wel een toename gezien in de aandacht voor diverse invalshoeken op de geschiedenis. “Ik kijk zelf natuurlijk naar de wereld vanuit mijn eigen sociale context, die van een witte Nederlander, dus het is belangrijk om ervan bewust te worden dat er nog talloze andere perspectieven zijn. De universiteit zou een grote rol kunnen spelen in het creëren van dit bewustzijn.”

Hans benadrukt nog eens hoe belangrijk het is om naar elkaar te luisteren en empathisch te zijn; door alleen maar beschuldigingen naar elkaar te slingeren wordt de kloof tussen groepen alleen maar groter. “Het zou mooi zijn als we op 1 juli eenheid zouden kunnen creëren,” zegt Sheetal. “Dat we Keti Koti niet zien als een feest alleen voor Surinamers of Antillianen, maar dat de afschaffing van slavernij door de hele Nederlandse bevolking wordt gevierd.”

Nog geen reactie — begin de discussie!