Studentenorganisaties ISO en LSVb zijn allebei tegen de komst van instellingsaccreditatie. Alex Tess Rutten van de Landelijke Studentenvakbond noemt het een gevaarlijke ontwikkeling.

“Het wordt dan ontzettend belangrijk om goedkeuring te krijgen: het is alles of niets. Waarom zouden bestuurders dan open en eerlijk zijn als het ergens misgaat?”, zegt de voorzitter van de studentenbond. “Straks wordt er aan een universiteit of hogeschool een enorme poppenkast opgetuigd om door de keuring te komen, die weinig meer met de gang van zaken bij de opleidingen zelf te maken heeft.”

Lees meer

Gaan universiteiten en hogescholen hun opleidingen zelf keuren?

Opleidingen accrediteren? Laat dat maar aan onszelf over, zeggen vooral de…

Werkdruk

Kees Gillesse van het Interstedelijk Studenten Overleg valt haar bij. “Het idee was ooit het verlagen van de werkdruk voor docenten”, zegt Gillesse. “Maar dat gaan we er kennelijk niet mee bereiken. Dan blijven alleen de flexibilisering van het onderwijs en het ‘eigenaarschap’ als argumenten over. Daarvoor heb je geen instellingsaccreditatie nodig, denken wij. Er valt nog genoeg te verbeteren aan de accreditatie zoals die nu is.”

Protestbeweging WOinActie strijdt tegen de hoge werkdruk aan de universiteiten en eist van de overheid ruim een miljard euro erbij om de druk te verlichten. De deelnemers dreigen met allerlei acties, zoals stoppen met nakijken en niet meer meedoen aan accreditaties.

Oprichter Rens Bod hekelt het wantrouwen dat uit de accreditaties spreekt. “Het afgelopen half jaar heb ik het zelf weer meegemaakt. Het maakt mensen nerveus. Ze worden speciaal getraind voor het bezoek van de visitatiecommissie en ze moeten allerlei protocollen volgen. Dat is toch raar? Je zou denken: de visitatie is vriendschappelijk, je krijgt wat suggesties om het onderwijs nog beter te maken. Maar het gaat vaak om details, en kleine foutjes kunnen zomaar tot herstelprogramma’s leiden.”

Bureaucratisch circus

Bod zou het bureaucratische circus graag verminderen, zegt hij. “Het is iets Nederlands. In Duitsland en Frankrijk zijn de keuringen veel lichter van aard. Natuurlijk is het goed om bijvoorbeeld de toetsing te professionaliseren, daar niet van. Maar nu krijgen mensen het gevoel dat ze door hoepeltjes moeten springen. Dat kan niet de bedoeling zijn.”

Toch zal zijn actiegroep geen lans breken voor instellingsaccreditatie. “Daar wordt het niet per se beter van. Bovendien trekken we graag samen op met de studentenorganisaties en zij zijn tegen.”

Flexibiliteit

De universiteiten zijn al jaren verliefd op het idee van instellingsaccreditatie. Want het huidige stelsel ‘werkt onvoldoende stimulerend, de lasten worden als hoog ervaren en het biedt onvoldoende ruimte voor nieuwe ontwikkelingen’, staat in een notitie van april vorig jaar.

Instellingsaccreditatie biedt meer flexibiliteit, is een van de argumenten, en geeft bovendien ‘meer ruimte om verbeteren en verantwoorden te scheiden’. Met andere woorden, je kunt een open gesprek voeren over verbeteringen van het onderwijs zonder bang te zijn dat je meteen wordt afgekeurd.

Dit alles vergroot het ‘eigenaarschap’ en de ‘stimulerende werking’, menen de universiteiten, en dat zou ook de ‘ervaren werkdruk’ verminderen. En dat is iets anders dan dat het minder uren kost.

Hogescholen hechten aan opleidingsaccreditatie

Van de meeste hogescholen hoeft het niet zo nodig. De keuring van afzonderlijke opleidingen biedt legitimatie, vindt bijvoorbeeld voorzitter Ron Bormans van de Hogeschool Rotterdam. “Neem een opleiding als autotechniek. Het is fijn als een onafhankelijke, door de overheid ingestelde club ernaar kijkt en bevestigt dat hij goed is. En dan moeten de deskundigen niet zozeer de procedures bekijken, maar juist de inhoud en didactiek.”

De procedures, de visie en het beleid mogen van Bormans worden afgehandeld in de instellingstoets kwaliteitszorg (ITK). Die kan nog iets meer druk wegnemen bij de opleidingen zelf, overweegt hij. Maar een nieuw systeem is niet nodig.

Ook Paul Rüpp van Avans Hogeschool hecht aan de accreditaties per opleiding. “Vreemde ogen dwingen”, zegt hij. “Wij moeten niet als een slager ons eigen vlees keuren. Het is bevorderlijk voor de kwaliteit als zo’n landelijk panel van deskundigen langskomt. Het houdt iedereen scherp.”

Wel mag er van hem iets veranderen aan de gang van zaken. “Nu beginnen opleidingen soms al twee jaar van tevoren zenuwachtig te worden. Met man en macht produceren ze allemaal documenten en als de accreditatie voorbij is verdwijnen die in een la en kijkt niemand er meer naar. Ik heb liever dat de NVAO belt en zegt: we komen over twee weken langs. Wij zouden elke dag accreditatie-waardig moeten zijn.”

Tweede-Kamer-flickr-JvL–2

Lees meer

Tweede Kamer nog sceptisch over instellingsaccreditatie

Universiteiten zouden graag zelf de kwaliteit van hun opleidingen beoordelen. Het kabinet…

Nog geen reactie — begin de discussie!