Ana Uribe Sandoval ESHCC University Council
Ana Uribe Sandoval.

In deze context kwamen we er vorige week achter — via een aantal  brieven en ook via een post op de portal van de universiteit (wat bijna zou doen vermoeden dat het maar om kleinigheidje ging) — dat het College van Bestuur een extern forensisch bureau ingehuurd had om stiekem een blik te werpen in de mailboxen van collega’s van de ESHCC om achter de bron van een vermeend lek te komen. En gezien we al een aantal maanden in grote onrust verkeren, lijkt het net alsof we in de volgende aflevering zijn aanbeland van een soap met dalende kijkcijfers en een matige scriptschrijver.

Toch is dat niet het geval. Als we de laatste maanden zien als het vermoeiende gevecht van een kleine faculteit om het hoofd boven water te houden, is deze laatste gebeurtenis toch echt de aandacht van de hele EUR waardig. Zowel de inhoud van wat hier gebeurt als de vorm waarin het zich voltrekt, heeft invloed op iedereen die zich ooit lid van deze ‘gemeenschap’ heeft beschouwd.

De inhoud: bescherm iedereen aan de top, pak de klokkenluiders aan

We kregen afgelopen dinsdag te horen dat het College van Bestuur een extern onderzoeksbureau had ingehuurd om de bron van een vermeend ‘lek’ richting het NRC te vinden. Het lek zou draaien om een nieuwsverhaal dat te maken heeft met het plegen van ambtsovertreding, met name plagiaat, door onze voormalige interim-decaan; in haar proefschrift uit 1988 en haar toespraken als rector van de Universiteit van Amsterdam (UvA) tussen 2007 en 2017. De verklaring van het CvB op het intranet gaf aan dat ze ‘ernstige redenen hadden om te vermoeden dat ESHCC-medewerkers de bron van dit artikel zouden kunnen zijn’.

Waarom is het voor het CvB een probleem als een medewerker de bron van het artikel is? Deze vraag wordt in dezelfde verklaring ogenschijnlijk beantwoord: “het artikel heeft tot discussies geleid en heeft een sfeer van wantrouwen en onzekerheid opgeleverd die zeer schadelijk is voor de betrokken persoon.” De drie gevolgen die in deze zin genoemd staan, zijn het kritisch bekijken waard.

vlag-ESHCC

Lees meer

Forensisch bureau doet onderzoek naar plagiaatlek bij ESHCC

Aanleiding is het artikel in NRC waarin voormalig ESHCC-decaan Dymph van den Boom…

Het eerste: dat een artikel in de pers tot discussie leidt, is — voor zover ik het altijd begrepen heb — wenselijk in een democratische samenleving. Het tweede: het idee dat een artikel een sfeer van wantrouwen en onzekerheid zou kunnen creëren is nogal uit de mode geraakt als we het over de effecten van media hebben. Het neemt namelijk alle zeggenschap weg bij de mensen die een dergelijk artikel lezen en interpreteren.

Het derde gevolg dat het CvB beschrijft, is dat een dergelijke sfeer ‘zeer schadelijk is voor de betrokken persoon’, die overigens de EUR een aantal dagen voor de publicatie van het NRC-artikel onverwachts verliet. Deze persoon werkt niet langer voor de Erasmus Universiteit. En toch is het voor het College van Bestuur belangrijker om de eer van die persoon te beschermen dan hun eigen medewerkers of de reputatie van de universiteit te respecteren.

Belangrijker nog is dat het CvB suggereert dat de eer van deze persoon geschaad werd door het NRC-artikel en niet door de praktijken die door het artikel aan het licht worden gebracht: dat iemand die een instrumentele rol speelde in het versterken van maatregelen tegen plagiaat door studenten, zelf de normen voor correct citeren en toeschrijven overschreed in haar eigen werk.

Het is met name vreemd dat het plagiaat van de voormalige ESHCC-decaan in haar rapport over de toekomst van onze school niet genoemd wordt in het NRC-artikel. Daarnaast geeft het CvB — in de brief die aan de faculteitsraad gestuurd werd om deze te informeren over het onderzoek — aan dat onze universiteit andere mechanismes heeft om plagiaat te rapporteren, die niet werden opgevolgd. Ik weet en kan u hierbij vertellen dat meerdere personen het CvB op de hoogte stelden van het plagiaat voordat dit publiek bekend werd (in Erasmus Magazine, na de publicatie van het NRC-artikel) en dat de reactie van het CvB was dat het kopiëren of onjuist refereren in een beleidsdocument niet relevant was. Als we ervan uitgaan dat iemand dit vanuit gepaste ijver publiek bekend wilde maken door naar een journalist te stappen, op welke basis kan deze persoon dan bekritiseerd worden?

Voor diegenen onder ons die niet geloven in de fake news-ideologie, speelt kwaliteitsjournalistiek nog steeds een fundamentele rol in onze democratie. De pers heeft een macht die wij — mensen die geen deel uitmaken van de pers — niet hebben: het zorgt immers voor controles en waarborgen wanneer de officiële mechanismes niet goed werken. Klokkenluiders doen wat ze kunnen om aandacht te vestigen op onderwerpen die zij relevant achten voor publiek debat en volgens hun blootgelegd moeten worden. Het is zeer problematisch wanneer een werkgever een omgeving creëert waarin het bekend is dat klagen over het wangedrag van personen die hoger in de pikorde staan, bestraft zal worden met vervolging. Voor vrij en kritisch denken is het erg schadelijk dat een universiteit die naar eigen zeggen een ‘internationale ontmoetingsplek voor kritisch denken’ wil zijn, een dergelijke keuze heeft gemaakt. Zeker als de doelstelling van deze actie is om een hooggeplaatste manager te beschermen.

De vorm: vertrouwen is goed, controle is beter

Niet alleen kloppen de redeneringen van het CvB inhoudelijk niet; de procedure die het toepaste is ook zeer problematisch. Er werd universiteitsgeld (dat altijd zo moeilijk te verkrijgen is en waar we elk jaar weer voor strijden bij het ministerie) uitgegeven om een externe adviseur in te huren en een forensisch onderzoek uit te voeren. De betrokkenen, hun management en hun verkozen afgevaardigden (de Faculteits- en Universiteitsraad) kregen pas achteraf te horen dat het onderzoek was uitgevoerd. Het is niet duidelijk waarom zij die onderzocht werden, de eer genoten om behandeld te worden als verdachten. Blijkbaar werden niet al onze mailboxen doorgespit; er waren maar een paar uitverkorenen.

De analogie die bij mij opkomt is als volgt. Je ontvangt een brief van je huisbaas waarin ongeveer dit staat: “Hallo. Een goede vriend vertelde mij dat hij zich ongemakkelijk voelde door jouw toedoen. En gezien we willen dat iedereen zich veilig voelt — en jij dat ook gewoon zou moeten snappen — ben ik met mijn sleutel je huis ingegaan (ik ben immers de huisbaas), heb ik alles gecontroleerd en ben ik weer weggegaan zonder iets mee te nemen. Maak je geen zorgen — ik heb niets verkeerds aangetroffen, dus alles is oké.” Van de personen wier mailbox doorzocht werd, ontvingen de meesten een brief met ongeveer die boodschap: we verdachten je van iets, maar we hebben het gecheckt en je bent niet schuldig, dus alles is oké. Maar dat is niet zo. Het is niet oké. Als een huisbaas zoiets zou doen, zouden de meeste van ons meteen melding maken bij de politie, en een nieuw huis of een advocaat gaan zoeken. Of in ieder geval ons afvragen of het allemaal überhaupt wel legaal was.

Dit onderwerp spookt nu al bijna een week bij ons allemaal door het hoofd. In discussies met anderen ben ik er ook aan herinnerd dat we niet al te naïef kunnen zijn in hoe we met onze e-mailaccounts omgaan in de moderne wereld waarin we leven, maar dat is volgens mij niet waar het met name om draait. Iemand die zich ‘bedreigd’ voelde door de hele plagiaataffaire, stuurde me een bericht met de volgende boodschap: “Waarom ben je hier niet blij mee? Dit betekent toch dat de goede mensen aan de winnende hand zijn?” Hoe kan ik aan deze persoon uitleggen dat helemaal niemand kan winnen bij acties als deze? Dat we allemaal omgeven worden door surveillance en pestgedrag op bedrijfsniveau? Dat dit het beste voorbeeld is van een angstcultuur? Als dit de nieuwe Erasmian Way is, lijkt me dit een zorgelijke insteek.

Ik schrijf dit alles op als waarschuwing. Wij van de ESHCC slaan zoals in het sprookje The Boy Cried Wolf al een tijd alarm, maar in tegenstelling tot de jongen en de wolf wordt steeds duidelijker dat wij géén loos alarm slaan.

Disclaimer: Ik ben voorzitter van de Faculteitsraad van de ESHCC en ik ben ook vertegenwoordiger van onze faculteit binnen de Universiteitsraad. Deze tekst bevat een weergave van mijn persoonlijke mening en niet die van de vertegenwoordigende organen waar ik lid van ben. Deze mening heeft hoogstens invloed op de waarden waarvoor ik probeer te staan als vertegenwoordiger.

Al 3 reacties — discussieer mee!