‘Iedereen hier mag elkaar dankzij de universele taal van sport’

Het International Institute of Social Studies is onderdeel van de EUR, maar is gevestigd in Den Haag. Sportieve ISS-studenten maken daarom liever gebruik van sportfaciliteiten in eigen stad.

ISS-studenten van alle soorten en maten nemen deel aan de wekelijkse sportsessie in sporthal De Blinkerd in Scheveningen. Beeld: Jack Parker

Op en neer reizen tussen Den Haag en Rotterdam om te kunnen sporten: studenten aan het ISS zien het logischerwijs niet zitten. Daarom wijken de voornamelijk internationale studenten al zo’n 25 jaar lang uit naar sporthal De Blinkerd in Scheveningen. Een groot deel van de hechte en kleinschalige ISS-gemeenschap komt hier iedere zondagavond bijeen om te sporten.

Opvallend is de grote verscheidenheid aan etnische afkomst in de koepelvormige sporthal. Aan het volleybalnet staan studenten in allerlei verschillende soorten en maten, net als bij het zaalvoetbal later op de avond. Het badminton lijkt vooral de Aziatische studenten te trekken.

Badminton

“Badminton is mijn favoriete sport, ik speelde het ook al tijdens mijn bachelor in Indonesië”, zegt Nofalia Nurfitriani (25). De masterstudente Development Studies is pas sinds afgelopen september in Nederland maar heeft nu al veel nieuwe vrienden gemaakt. De sportactiviteiten op zondag spelen hierbij een belangrijke rol. “Je leert elkaar goed kennen als je samen sport.”

Sporten bij Erasmus Sport zit er voor Nurfitriani niet in, al zou ze dat wel graag willen: “Ik kom graag naar Rotterdam en naar de Erasmus Universiteit om daar te sporten, maar ik vind het te ver reizen en ik heb het helaas te druk met mijn studie.” Ter compensatie gaat ze – naast het sporten in de sporthal – af en toe hardlopen in de buurt van haar ISS-studentenhuis.

De Indonesische Nofalia Nurfitriani speelt badminton, haar favoriete sport. Beeld: Jack Parker

Intensief

Ook voor Sam Talman (24) zijn het pas zijn eerste maanden in Nederland. De Amerikaan, die een master in Public Policy volgt, is zeer te spreken over de mogelijkheid die ISS-studenten wordt geboden om te kunnen sporten, ook al is het maar een keer per week. “Ik sport hier vier uur lang achter elkaar, dus het voelt best intensief. Daarnaast doe ik nog twee keer per week aan boksen.”

Talman begint zijn sportsessie met een warming-up in de vorm van basketbal en volleybal, waarna zijn hoogtepunt van de avond plaatsvindt: “Ik kom hier voor het zaalvoetbal.” Maar ook de goede sfeer vindt hij belangrijk. “Ik heb hier nog niet een keer een vervelend gesprek gehad en ik leer veel over landen waarvan ik nog maar weinig wist. Iedereen hier mag elkaar dankzij de universele taal van sport”, vertelt hij.

Sportpas

De Amerikaan Sam Talman (links) heeft zijn nationale sport meegenomen naar het ISS in Den Haag. Beeld: Jack Parker

Volgens coördinator en begeleidster Dieneke van der Waal zien de ISS-studenten de relatief beperkte sportfaciliteiten niet als een probleem. “Onze studenten zijn vaak al wat ouder. Een keer per week sporten vinden ze meestal wel genoeg, ze hebben het druk met andere dingen.”

Studentendecaan Martin Blok erkent dat een eigen sportcomplex niet tot de mogelijkheden behoort voor een klein instituut als het ISS. “Het is financieel niet haalbaar”, stelt hij. De studenten moeten het dus doen met de sporthal, die op zeker een kwartier fietsafstand van het ISS-terrein ligt en waarvan de kantine op zondagavond niet open is.

Internationale sportdag

Als studenten meer behoefte hebben om te sporten, dan kunnen ze eventueel een sportpas aanvragen bij Erasmus Sport of bij de Haagse Hogeschool. Maar dat gebeurt volgens Blok zelden.

In april komen de studenten van het ISS in ieder geval aan hun trekken, want dan organiseert het instituut de International Education Sports Day voor alle vergelijkbare instituten in Nederland.

Deel dit artikel