5 tips om het Sinterklaasdichten te verlichten

EM snapt de Sinterklaasstress maar al te goed. Maar rijmen hoeft helemaal niet moeilijk te zijn. Daarom 5 rijmtips speciaal voor studenten.

Beeld: Peter Gerdes

“Laten we surprises doen!”, zei je huisgenoot een paar weken geleden. Je moest je inhouden om met je ogen te gaan rollen. Je was juist zo blij dat je eindelijk van al die ongein met lijm, slappe gedichten en van het (valse) gezang van je broertjes af was. Maar ja, de rest was al laaiend enthousiast dus nu zit je eraan vast.

En in plaats van je gedicht te schrijven, lees je nu dit artikel van EM en introduceer je daarmee een nieuwe betekenis van de afkorting SOG: schrijf-ontwijkend-gedrag. Heel goed, want met deze tips heb je binnen no-time een gedicht, let maar op.

1. Neem eerst een liedje in je hoofd

Elk liedje is geschikt, het hoeft geen sinterklaasliedje te zijn. Al zou ik geen techno-nummer kiezen. Bij rijmen is een ritme heel belangrijk. Een liedje is een perfect voorbeeld van een gedicht, maar dan uitgevoerd op muziek. Elke regel is op de maat geschreven en klinkt daardoor goed. Zorg ervoor dat jouw persoonlijke gedicht net zo swingt als je favoriete nummer.

Aristocat met liedje in haar hoofd

2. Gebruik hulpmiddelen

Tuurlijk weet niet iedereen gelijk een rijmwoord op een bepaald woord. Maar het internet is je beste vriend. Zo helpt Rijmwoordenboek.nl/ je al een aardig eindje op weg, alleen zoekt deze site puur op woorden met hetzelfde einde als je trefwoord. Dus lees altijd nog even hardop de woorden voor zodat je kan horen of ze wel écht rijmen. Ook heeft de Van Dale een rijmwoordenboek, het is maar wat je fijner vindt in gebruik. Wel heb je bij de Van Dale de zekerheid dat de rijmwoorden die je vindt ook echt bestaan. Leg het papieren woordenboek dus maar aan de kant.

Boek aan de kant leggen

3. Bezint eer ge begint

Beginnen met schrijven is meestal het moeilijkst. Je hebt je liedje en je rijmwoordenboek bij de hand, maar dat word-document blijft maar maagdelijk wit. Geen nood. Wat is het eerste waar je aan denkt als je de persoon voor wie je een gedicht moet schrijven in gedachten neemt? Neem dat als beginnetje. Voor je vriend of vriendin kan dat die ene leuke (of volkomen mislukte) date zijn, voor je vader bijvoorbeeld dat ene wat jullie op zondagmiddag altijd samen deden. Of bij je huisgenoot: datgene waar je je altijd al aan ergert (maar stiekem toch om kan lachen). Zo heb je bij iedere persoon wel een herinnering. Mocht dat alsnóg niet lukken kan je altijd nog de naam als beginpunt nemen.

Bedenken van herinnering

4. Verhaal

En eindelijk dan staat een begin op papier, maar dan? Werk ergens naartoe. Als je gekozen anekdote bijvoorbeeld langer geleden is, kun je in je gedicht naar het heden toe vertellen. Dan weet je ook gelijk wat je in de volgende alinea’s wil schrijven. Een afweging blijft wel of je het cadeautje in de surprise hierbij alvast gaat verklappen of niet. Een mooi compromis is om daarover allerlei hints in je gedicht verwerken.

Schrijven maar!

5. Maak het stuko!

Schrijf je je gedicht voor een medestudent, dan zijn typische studentenwoorden een dankbare inspiratiebron. Bonuspunten als je ze in rijm gebruikt. Als je een soos-ganger op je lootje treft, kan je woorden als ‘regelen’ rijmen op ‘verzegelen’ (van de liefde). Of bijvoorbeeld ‘jopen’ rijmen op ‘bezopen’. Maar ook als je persoon geen verenigingsdier is, kan je je gedicht een studententintje geven. Zo rijmt ‘student’ bijvoorbeeld op (geen) ‘cent’, of ‘Smitse’ op ‘voorbijflitsen’. Wees vooral creatief!

Stuko bierpong

Deel dit artikel

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
  • Hiermee kun je je aanmelden voor de EM nieuwsbrief. Je krijgt elke donderdag een mail met het belangrijkste nieuws van de week. Er is een Nederlandstalige en een Engelstalige editie.

    Vragen over de nieuwsbrief? Lees eerst onze veelgestelde vragen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Toegestane HTML code

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>