Direct naar inhoud

Een maximumaantal promovendi per hoogleraar? Dat gaat er niet komen

Gepubliceerd op:

De Jonge Akademie wil een maximum aan het aantal promovendi per hoogleraar. Columnist Chris Aalberts is sceptisch: de discussie over de kwaliteit van promotiebegeleiding is al talloze keren gevoerd.

Columnist Chris Aalberts poseert in de Forumzaal

Afbeelding door: Geisje van der Linden

Hoe vaak zou er al over de kwaliteit van de promotiebegeleiding zijn gesproken? Die vraag kwam bij me op bij het advies van De Jonge Akademie over de ‘profkip’, een leuk bedoelde benaming voor hoogleraren met te veel promovendi. Als je er te veel van hebt, kun je ze niet goed begeleiden omdat het je simpelweg aan de tijd ontbreekt. De jonge wetenschappers hebben een suggestie: een beperking van het aantal promovendi per hoogleraar. Een soort open deur van hier tot Tokio, maar beleidsmatig is het kennelijk controversieel, want, zo schrijft De Jonge Akademie, het is tijd om hierover ‘in gesprek’ te gaan.

Ik had ook ooit eens zo’n gesprek. Het was zo rond 2004, en ik zat met een mede-bestuurslid van Promovendi Netwerk Nederland (PNN), de belangenbehartiger van jonge onderzoekers, in een van de torens van het ministerie van OC&W. Er kwam een man binnen – ene Mark Rutte, de staatssecretaris – met een heel gevolg, hij lachte ons vriendelijk toe, wij begonnen te klagen dat de kwaliteit van de promotiebegeleiding slecht was en hij begon te knikken. Na een tijdje ging het over maatregelen en toen maakte hij alweer snel aanstalten om te vertrekken.

Ons bestuur had in die tijd ook contact met Kamerleden. Ik herinner me dat een van de leden van de LPF-fractie veel interesse had in dit dossier. Slechte begeleiding leidt immers tot promovendi die hun onderzoek nooit afronden en dat kun je gemakkelijk zien als verkwisting van belastinggeld. Het was niet helemaal onze eigen politieke lijn, maar we zagen er toch wel een haakje in om de staatssecretaris alsnog op andere gedachten te brengen. U begrijpt hoe dit afliep.

'Een soort open deur van hier tot Tokio, maar beleidsmatig is het kennelijk controversieel'

De promotiebegeleiding is inmiddels een eindeloos feuilleton. Twee jaar eerder was er een rapport gepubliceerd met de veelzeggende titel ‘Behoud talent!’ Het is tien jaar later nog eens opnieuw uitgebracht, want er was niets veranderd. Het gaat onder meer over de autonome positie van hoogleraren die niet door collega’s worden aangesproken op slechte begeleiding, maar waar promovendi wel volstrekt afhankelijk van zijn. En dan dat ene zinnetje: men vond tien jaar eerder al dat de begeleiding verbeterd moest worden.

De Jonge Akademie wijst nu op ongelijkheid bij subsidieverlening: aangezien die vooral worden gebruikt om promovendi aan te stellen en de ene subsidie de kans op een andere subsidie vergroot, ontstaan soms enorme verschillen tussen hoogleraren in hun aantal promovendi. Een maximum kan uitkomst bieden, denken de jonge wetenschappers. Nu willen ze na dertig jaar gebrek aan effectief beleid eerst in gesprek over de voors en tegens. Ze willen ook praten over de kwaliteit van de begeleiding, alsof die discussie niet al talloze keren is gevoerd.

De belangenbehartiger van jonge onderzoekers helpt niet erg mee. In een reactie schrijft PNN dat aantallen promovendi niet het hele verhaal zijn. Er is immers een bepaalde context waarbinnen de begeleiding moet plaatsvinden. Die is elke keer anders. De beleidsmakers zullen dolgelukkig zijn met deze uiterst effectieve manieren om elke maatregel weer als vanouds op de lange baan te schuiven.

Een lijst met artikelen

De redactie

Reacties

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen ga je akkoord met onze regels voor het plaatsen van een reactie. Lees ze alsjeblieft voordat je een reactie plaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met (verplicht)

Lees verder in Column