Direct naar inhoud

Wachten op de warmte

Gepubliceerd op:

Na een lange dag studeren herinnert Laila zich haar kindertijd in Jakarta.

Afbeelding door: Geisje van der Linden

Op een van die koude nachten begin april lig ik in mijn bed te wachten tot de warmte komt.

Ik heb eindelijk een punt gezet achter een dag met een stortvloed aan werk voor zowel mijn seminar als mijn stage. Mijn telefoon heb ik weggestopt om mijn ogen even rust te geven na veertien uur staren naar schermen. Dus daar lig ik op mijn rug, warm weggestopt onder twee dekens, terwijl ik de schaduwen van takken bestudeer die uitgerekt over mijn plafond bewegen.

Luisterend naar het zachte gehuil van de wind sluit ik mijn ogen, als een heel oude herinnering me een briefje toeschuift.

Ik vouw het open.

Ik zie mezelf liggen op mijn rug op de vloer van mijn ouderlijk huis in Jakarta. Ik was zeven en ik verveelde me, zoals kinderen zich meestal vervelen op zomermiddagen terwijl beide ouders weg zijn en hun broer op avontuur is in zijn eigen wereld.

In Indonesië lieten we overdag meestal de voordeur en ramen open. Mijn woonkamer veranderde daardoor in één grote long die in hetzelfde ritme ademde als de zwoele bries, met een geur van aarde en de belofte van regen. In die holte lag ik, met mijn voeten omhoog op de bank, verkoeling van de hitte van de namiddagzon zoekend op de keramische tegels die altijd koel aanvoelden. Dit soort middagen bracht ik door met aandachtig bestuderen hoe de bomen in mijn voortuin als waaiers tussen elkaar door vouwden, terwijl ik lag te bakken in de stralen van de ondergaande zon.

'Nederland is de plek waar ik mezelf heb gevonden, een leven en carrière heb opgebouwd en vriendschappen heb gesmeed die ik misschien nergens anders gevonden zou hebben'

Plotseling stroomt verdriet mijn herinnering binnen. Nederland is de plek waar ik mezelf heb gevonden, een leven en carrière heb opgebouwd en vriendschappen heb gesmeed die ik misschien nergens anders gevonden zou hebben. Indonesië daarentegen is misschien wel de laatste plek die ik nog thuis zou noemen, vooral nu mijn familie in Singapore woont.

En toch valt niet te ontkennen waar mijn huid en botten werkelijk thuis horen.

Mijn sawo matang-huid, de diepe bruine tint van mijn voorouders, die me vroeger beschermde tegen de felle evenaarzon, botst nu met de grijze Nederlandse luchten. Ik heb de warme zonnestralen ingeruild voor vitamine D-pillen. Mijn platte neus, bedoeld voor de vochtige lucht van de tropen, wordt nu voortdurend lastiggevallen door de harde wind van de winter. En het grootste probleem: mijn lichaam, gevormd om warmte af te voeren, probeert nu voortdurend zoveel mogelijk warmte op te nemen in mijn voortdurend blauwe tenen.

Op zulke momenten zou ik willen dat ik mezelf in tweeën kon splitsen, zodat mijn buitenkant naar Jakarta kan rennen en mijn binnenkant thuis in Rotterdam kan blijven. Helaas gebeuren zulke wonderen alleen in sprookjes.

Lees meer

De redactie

Reacties

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen ga je akkoord met onze regels voor het plaatsen van een reactie. Lees ze alsjeblieft voordat je een reactie plaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met (verplicht)

Meer Column