Waarom hetzelfde hersengebied pubers tot roekeloosheid én verbondenheid aanzet
Waarom vertonen jongeren soms roekeloos gedrag, en blijken ze even later juist heel sociaal en zorgzaam? Eveline Crone ontdekte dat het brein in de puberteit niet alleen vatbaar is voor spanning en risico’s, maar óók juist gevoelig is voor vriendschap en samenwerking.

Afbeelding door: Esther Dijkstra
De verwondering
“Tieners hebben een slechte reputatie: lui, egocentrisch, niet luisterend, maar ik zie de adolescentie juist als een hoopvolle periode waarin jongeren hun wereld verbreden, vriendschappen sluiten en zich afvragen hoe de samenleving werkt en beter kan. Wat mij intrigeert, is dat ze vol tegenstrijdigheden zitten: soms zetten ze hun prefrontale cortex voor plannen en impulscontrole heel goed in, en soms helemaal niet. Ik vermoedde dat emoties hierin een sleutelrol spelen. Daar had ik tijdens mijn promotieonderzoek al onderzoek naar gedaan. Maar emoties werden toen nog vaak als ruis afgedaan.”
Eveline Crone is hoogleraar Developmental Neuroscience in Society aan de ESSB, en ze is hoofdonderzoeker van het Erasmus SYNC Lab. Ze onderzoekt hoe het puberbrein zich ontwikkelt en welke rol emoties en sociale relaties daarin spelen.
“Aan het begin van mijn carrière zeiden collega-wetenschappers: ‘Doe geen onderzoek naar adolescentie want dat is altijd messy.’ Dat vond ik juist een leuke uitdaging. En ik zag veel mogelijkheden met neurologisch onderzoek. Dat was onontgonnen terrein, zeker binnen de ontwikkelingspsychologie.
“Het brein vind ik echt magisch. Het is een beetje als het heelal. Aan de ene kant heel alledaags, iedereen heeft het, en aan de andere kant heel complex, en ondoorgrondelijk. Hoe alle neuronen samenwerken, daar begrijpen we eigenlijk nog steeds weinig van.”
Het onderzoek

Afbeelding door: Esther Dijkstra
“Tijdens mijn studie in Pittsburgh leerde ik hoe je met fMRI hersenactiviteit in kaart kunt brengen terwijl iemand een taak uitvoert. Terug in Nederland zette ik een lab op om te onderzoeken hoe risicogedrag van jongeren samenhangt met emoties. Bij volwassenen was al bekend dat emotiekernen daarin een rol spelen, en ik wilde nagaan hoe die rationele en emotionele hersendelen samenwerken in het puberbrein. In 2005 startte ik mijn eerste experimenten. Via lezingen, waarin ik vertelde over mijn boek Het Puberbrein, meldden zich zó veel enthousiaste ouders en jongeren aan dat ik meer deelnemers had dan ik mee kon laten doen.
“Het eerste experiment was een kaartspel, waarbij jongeren tussen de 10 en 25 jaar steeds moesten gokken of de volgende kaart hoger of lager zou zijn dan de omgedraaide kaart. We koppelden kleine geldbedragen aan de gok. En we introduceerden sociale elementen: wat als ze niet voor zichzelf gokken, maar voor hun vrienden of ouders?
“Via de fMRI keken we wat er in de hersenen gebeurt terwijl het risico in het gokspel opliep en de persoon het goed of fout had. We bestudeerden verschillende emotiekernen, met een hoofdrol voor het ventrale striatum. Dat is een emotiekern die reageert op prikkels van risicogedrag. Die hersendelen worden vaak gezien als dé reden dat jongeren gaan vapen, alcohol drinken of de regels overtreden.”
Het Eurekamoment
“We ontdekten dat precies dezelfde hersensystemen actief werden wanneer jongeren het gokspel voor zichzelf, voor vrienden of voor hun ouders deden. Het gebied waarvan we altijd dachten dat het ‘slecht’ pubergedrag verklaarde, bleek dus óók belangrijk voor positief sociaal gedrag. Ik dacht echt: ‘Wauw, dit zet de hele adolescentiepsychologie op z’n kop.’
De nasleep
“De resultaten zorgden voor een nieuwe richting in de ontwikkelingspsychologie waarbij sociale invloeden op hersenreacties op de voorgrond kwamen. Mijn bevindingen riepen veel nieuwe vragen op, waar zowel andere wetenschappers als ikzelf verder onderzoek naar hebben gedaan. Zo ontdekte ik later dat het effect omdraaide wanneer jongeren het spel speelden voor iemand die ze oneerlijk of onaardig vonden: er was dan meer beloningsactiviteit als die persoon verloor; een vorm van leedvermaak.

Afbeelding door: Esther Dijkstra
“Pubers hebben vaak een slechte reputatie, maar onze bevindingen lieten zien dat het evolutionair voordeel heeft dat hun brein in deze fase sterk gevoelig is voor beloningen. Dat zorgt voor meer begrip van het gedrag en de beleefwereld van jongeren.
“Ook theoretisch bracht het een omslag. Morele dilemma’s werden lang gezien als rationele berekeningen van goed en fout. Emoties golden als ruis. De adolescentiepsychologie zat destijds vast in de metafoor van de hersenen als computer, en ons hersenonderzoek bracht daar een breuk in.”
Lees meer
-
Hoe een algoritme de chaos op het spoor temt
Gepubliceerd op:-
Eureka!
-
De redactie
Meest gelezen
-
Voedsel- en Warenautoriteit sprak de Erasmus Universiteit aan over rookverbod
Gepubliceerd op:-
Campus
-
-
Universiteiten trekken minder studenten uit binnen- én buitenland
Gepubliceerd op:-
Studentenleven
-
-
Wat betekenen de nieuwe Europese woonplannen voor studenten?
Gepubliceerd op:-
Nieuws
-
Reacties
Reacties zijn gesloten.
Lees verder in eureka!
-
Waarom juristen, filosofen en empirisch onderzoekers elkaar nodig hebben
Gepubliceerd op:-
Eureka!
-
-
Waarom straffen of helpen geen rechts-versus-linksverhaal is
Gepubliceerd op:-
Eureka!
-
-
Hoe Jun Borras ontdekte dat landroof nog lang niet voorbij is
Gepubliceerd op:-
Eureka!
-