Spontane onzin
Hoofdredacteur Wieneke Gunneweg kan de kribbige reactie van de collegevoorzitter op kritische vragen over het AI-gebruik van bestuurders wel waarderen.

Afbeelding door: Geisje van der Linden
Was het flauw, of misschien zelfs ‘een heksenjacht’, van EM om de speeches en LinkedIn-posts van het College van Bestuur door AI-detectieprogramma Pangram te halen? Makkelijk nieuws scoren of legden we de vinger op een zere plek die door AI is ontstaan? Ik laat het graag over aan de lezer, maar de uitkomsten gaven mij wel te denken.
Ik sprak ooit een rector die me vertelde dat hij zijn speeches altijd op de fiets richting de afspraak bedacht: een paar kernwoorden, een verhaallijntje en wat gezonde speechvaardigheden en ready was hij.
Niet meer van deze tijd, zegt u? Het klopt dat bestuurders, ministers en de Koning al lang speechschrijvers gebruiken, dat is niet nieuw. Maar ik vond het argument dat je als bestuurder ‘helemaal geen tijd hebt’ om zelf een speech te schrijven een lelijke.
Als bestuurder ben je vaak een prominente gast bij allerlei bijeenkomsten. Mensen zijn blij dat je komt, trots misschien dat je in de agenda past, en verwachten persoonlijke betrokkenheid in de inleidende woorden. Niemand verwacht Castroaanse toespraken, maar spontaan een voorbeeld geven of een persoonlijk inzicht delen lijkt me een kernonderdeel van je werk. Ik ben bang dat je met het uitbesteden hiervan, zeker aan een machine, een einde maakt aan spontaniteit, versprekingen, gekke voorbeelden of slip of the tongue. Echtheid en herkenbaarheid.
Kijk, dat AI een ‘disruptieve kerntechnologie’ is, lijkt me evident. De vraag is: wanneer gebruik je het en hoe gebruik je het wel of niet? Dat is iets wat we studenten moeten leren. Waarbij terughoudendheid niet betekent dat je conservatief bent, maar dat je nadenkt over de voor- en nadelen van het inzetten van AI.
Het onderscheid dat collegevoorzitter Annelien Bredenoord maakte in reactie op vragen van de Universiteitsraad over AI in de speeches van het bestuur, dat ‘het gebruik van AI in communicatie aan de ene kant en een scriptie of studieopdracht aan de andere kant compleet verschillend is’, vind ik dan ook kunstmatig.
En de opmerking ‘mijn speeches worden altijd al geschreven met ondersteuning van een speechschrijver, en dat noem ik toch ook niet? Hoe is dat verschillend?’ vind ik lichtelijk verontrustend.
Het ging de Universiteitsraad, en mij, er niet om dat je AI niet of nooit zou kunnen gebruiken voor speeches. Maar áls je het dan doet, waarom hanteer je dan niet de academische mores om dit te vermelden, of hier desgevraagd in ieder geval open over te zijn?
En dat speechschrijvers eerder ook niet werden genoemd, is eerder een omissie uit het verleden dan een reden voor de toekomst. Laten we bovendien alsjeblieft ook onderscheid blijven maken tussen hulp van een mens en van een machine. Voor zolang dat nog kan.
Wel lekker dat deze opmerkingen tijdens de Universiteitsraad spontaan werden gemaakt, en dat we hieruit kunnen horen dat de collegevoorzitter een beetje kribbig is over de artikelen en kritische vragen vanuit de medezeggenschap en EM. En dat ze het een ‘onzinnige discussie’ noemt. Want ik ben het er misschien niet mee eens, maar ik kan de ongemachineerde oprechtheid wel waarderen.
Lees verder
-
Gore lef
Gepubliceerd op:-
Hoofdredactioneel commentaar
-
De redactie
-
Wieneke GunnewegHoofdredacteur
Reacties
Meer Hoofdredactioneel commentaar
-
Gore lef
Gepubliceerd op:-
Hoofdredactioneel commentaar
-
-
Liminale tijden
Gepubliceerd op:-
Hoofdredactioneel commentaar
-
-
Hoe EM met talent en teamwerk in een prijzenfestival terechtkwam
Gepubliceerd op:-
Hoofdredactioneel commentaar
-
Laat een reactie achter