Direct naar inhoud

Advertentie

app

Waarom Philip Hans Franses in portemonnees liet kijken bij de bouwmarkt

Eureka! Elke wetenschapper draagt een klein beetje bij aan de zee van kennis die de mensheid al heeft. Het begint altijd met verwondering, dan volgt het onderzoek, de ontdekking en het resultaat. In deze rubriek vertellen wetenschappers over hun eurekamoment.

Gepubliceerd op:

Een briefje van 300 euro bestaat niet. Toch wilde een Duitse kassier in 2002 wisselgeld geven op zo’n biljet. Voor econometrist Philip Hans Franses leidde het incident tot onderzoek dat nog steeds actueel is: waarom zijn onze biljetten en munten verdeeld zoals ze zijn, en welke ervan hebben we echt nodig?

Afbeelding door: Pien Düthmann

De verwondering

“Mijn fascinatie ligt al sinds mijn promotie bij voorspellingen die echt ergens op gebaseerd zijn. Ik vind het belangrijk dat je kunt laten zien hoe je tot een voorspelling komt, dat anderen je berekeningen kunnen controleren en het onderzoek kunnen herhalen. In 1991 promoveerde ik, als een van de eersten, bij het Tinbergen Instituut en begon ik met tijdreeksanalyses en voorspellingen van variabelen met seizoenpatronen. Die fascinatie is alleen maar groter geworden, zeker nu met generatieve AI. Eigenlijk zijn wij econometristen al twintig jaar bezig met wat zulke modellen doen, namelijk voorspellen op basis van grote datasets.”

Philip Hans Franses is hoogleraar Toegepaste econometrie aan Erasmus School of Economics (ESE), waar hij in 1991 ook promoveerde. Van 1999 tot 2022 was hij hoogleraar Marketingonderzoek. Sinds 2022 is hij ook hoogleraar Quantitative Methods in Law bij de Erasmus School of Law. Franses schreef het boek Enjoyable Econometrics. Van 2006 tot 2019 was hij decaan van de ESE.

Het eurekamoment

“Het was 2002, de euro was net ingevoerd. Men was nog niet helemaal gewend aan de nieuwe coupures; de samenstelling van munten en biljetten. Op NOS Teletekst las ik een bericht over iemand die bij een pompstation in Duitsland met een briefje van 300 euro wilde betalen. Dat biljet bestaat natuurlijk niet, maar de kassier wilde zo 250 euro teruggeven. Ik dacht: hoe komen we eigenlijk aan de coupures die we gebruiken, en waarom voelde het voor iemand toch logisch dat zo’n biljet zou kunnen bestaan? Dat ineens zo’n goede vraag opkwam voelde echt als een eurekamoment.

“De euro wordt uitgegeven in de coupurereeks 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro, zowel in munten als in de biljetten. Het was al wel berekend dat die reeks optimaal is. Omdat je hiermee met zo weinig mogelijk verschillende biljetten en munten zo efficiënt mogelijk transacties kunt uitvoeren. Dus dat er zo weinig mogelijk geld heen en weer gaat bij een betaling. Maar of mensen dat ook efficiënt doen, dat was nog niet onderzocht.”

Het onderzoek

“Samen met een promovenda van de Nederlandsche Bank zette ik een onderzoek op naar hoe mensen contant geld gebruiken. Dat was leuk. We stuurden studentassistenten naar de Gamma om simpelweg aan de mensen te vragen of ze even in hun portemonnee mochten kijken. Daarna observeerden we hoe ze die portemonnee gebruikten om een betaling te doen.

Afbeelding door: Pien Düthmann

“Toen hebben we dat gedrag vergeleken met wat de meest efficiënte manier van betalen is. Bijvoorbeeld: als je 15 euro en 2 cent moet afrekenen, dan doe je dat met een biljet van 10, een van 5 en een munt van 2 cent, want elke andere combinatie kost meer dan drie handelingen. Per bedrag komt er dus een combinatie van biljetten en munten uit die het meest efficiënt is. En zo konden we turven welke coupures het vaakst voorkwamen bij de transacties.

“We zagen dat mensen inderdaad zo efficiënt mogelijk willen betalen. We zagen ook dat we wel zonder het briefje van 100 kunnen. Zelfs het briefje van 10 bleek niet zo belangrijk, maar die van 20 en 50 bleken wel cruciaal.

“Het leuke is dat we die theorie hebben ondersteund met data door Monopoly te spelen op mijn werkkamer. Bij Monopoly kun je precies zien wat iemand aan geld heeft, en zo konden we bijhouden wat ze in hun portemonnee hadden, wat ze moesten betalen en hoe ze betaalden. Daarna speelden we spelletjes waarin we het briefje van 20 weghaalden, en vervolgens dat van 50 en dat van 100, om te kijken wat er dan gebeurt. Wat we daar vonden ondersteunde ons theoretische model; mensen hebben geen specifieke voorkeuren voor een bepaald biljet, en proberen zo veel mogelijk efficiënt te betalen.”

De nasleep

“Het is natuurlijk handig te weten als je pinautomaten bijvult welke biljetten er echt niet mogen ontbreken, en de Centrale Bank kan de verdeling van coupures in omloop erop afstemmen. Ons onderzoek heeft veel media-aandacht gekregen, in de krant, op de radio en in economievakblad ESB.

“Ik heb allerlei vervolgonderzoeken gedaan, bijvoorbeeld of mensen makkelijker euro’s uitgaven dan guldens. Dat bleek zo te zijn, omdat de bedragen kleiner lijken. En het onderzoek blijkt nog steeds actueel, mensen blijven nog steeds contante betalingen doen. En mijn onderzoek kwam weer van pas toen twee maanden geleden in de krant stond dat uit de pinautomaat voortaan ook briefjes van 100 euro komen. Blijkbaar zijn ze nu wel vaker nodig voor een efficiënte betaling. Twintig jaar geleden vonden we dat biljet overbodig, maar inmiddels dus niet meer.”

Lees verder

De redactie

Reacties

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen ga je akkoord met onze regels voor het plaatsen van een reactie. Lees ze alsjeblieft voordat je een reactie plaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met (verplicht)

Advertentie

app