Medewerkers kunnen straks met nieuwe risicowijzer zelf inschatten of samenwerking gevoelig is
De Adviescommissie Gevoelige samenwerkingsverbanden wil medewerkers al vroeg helpen bij het herkennen van gevaren bij nieuwe internationale samenwerkingsverbanden. Daarvoor werkt de commissie aan een digitale ‘risicowijzer’.

Graffiti op het Van der Gootgebouw na protesten in mei 2025.
Afbeelding door: Esther Dijkstra
Tijdens een inloopsessie vorige week dinsdag gaven commissieleden van de Commissie Gevoelige samenwerkingen een toelichting op de stand van zaken en de ontwikkelingen rond gevoelige samenwerkingen. In tegenstelling tot eerdere drukbezochte inloopsessies kwam er deze keer slechts één medewerker op af. “Ik vind het heel belangrijk om hier te zijn”, vertelt adviseur kennisveiligheid Joy Konstantopoulos. “Er zijn duidelijke raakvlakken tussen kennisveiligheid en de gevoeligheid van samenwerkingen.”
Risicowijzer
Naast de Adviescommissie Gevoelige samenwerkingsverbanden zijn er binnen de universiteit verschillende loketten voor kennisveiligheid, integrale veiligheid en ethiek. Daardoor is het volgens de commissie voor medewerkers niet altijd duidelijk bij wie ze terecht kunnen met vragen over de risico’s van een samenwerking.
Om medewerkers daarbij te helpen, ontwikkelt de commissie momenteel een risicowijzer. Medewerkers lopen daarin een reeks vragen door. Als daaruit blijkt dat een samenwerking mogelijk risico’s met zich meebrengt, worden ze doorverwezen naar de juiste commissie of deskundige. “Het uitgangspunt is dat een medewerker niet alle risico’s zelf hoeft te beoordelen. Als uit de antwoorden blijkt dat er op een bepaald terrein verhoogde risico’s zijn, moet de tool aangeven waar de medewerker terecht kan”, legde commissielid Liesbeth Enneking tijdens de inloopsessie uit.
Steeds vaker vroeg ingeschakeld
De commissie merkt dat medewerkers haar steeds vaker al in een vroeg stadium weten te vinden. Onderzoekers komen bijvoorbeeld met de vraag of ze op een bepaalde conferentie-uitnodiging moeten ingaan of hoe ze een onderzoeksproject met een buitenlandse partner verantwoord kunnen vormgeven. Soms leidt zo’n gesprek ertoe dat een medewerker besluit niet mee te doen aan een project of uitnodiging. In andere gevallen denkt de commissie mee over voorwaarden waaronder een samenwerking wél mogelijk is.
“Dat laatste wordt steeds belangrijker”, zei voorzitter Ruard Ganzevoort. “Wanneer een onderzoeker zich pas meldt als een samenwerking al volledig is opgezet, is er weinig ruimte meer om voorwaarden aan te passen. Als mogelijke problemen al aan het begin worden besproken, kan de samenwerking nog worden ingericht met die risico’s in gedachten.”
Niet bedoeld als politiek instrument
De commissie zegt zich bewust te onthouden van politieke afwegingen over bijvoorbeeld boycots. De centrale vraag is volgens Ganzevoort niet of de universiteit het gedrag van een land of partner kan veranderen, maar waar de universiteit zelf bij maatschappelijke risico’s betrokken raakt en welke verantwoordelijkheid zij daarin heeft.
Dat betekent ook dat de commissie niet uitsluitend naar bepaalde landen kijkt. Israël en China zijn voorbeelden van landen waarmee de universiteit veel samenwerkt en daardoor krijgt de commissie er relatief veel vragen over. “We hebben bijvoorbeeld nog geen contextadvies over Soedan hoeven uitbrengen. Dat komt vooral omdat we eigenlijk zo goed als niks met dat land doen”, vertelde Ganzevoort.
Tegelijkertijd kunnen maatschappelijke ontwikkelingen of vragen vanuit de universitaire gemeenschap aanleiding zijn om een bepaalde context nader te bekijken. “Zoals bij Israël-Palestina vraagt onze gemeenschap of we de samenwerkingen onder de loep kunnen nemen.”
Van bewustwording naar beleid
Dat steeds meer medewerkers de commissie weten te vinden, leidt ook tot een groeiend aantal vragen. “Wij zijn blij dat er steeds meer bewustwording groeit, maar we willen die bewustwording omzetten in beleid”, zei Ganzevoort. De commissie voert haar werk momenteel met beperkte capaciteit uit. “Als de universiteit de zaak serieus wil aanpakken, hebben we meer ondersteuning nodig. Idealiter zou iedere faculteit bijvoorbeeld een duidelijk aanspreekpunt moeten hebben.”
Daarnaast wil de commissie de aandacht voor gevoelige samenwerkingen beter verbinden aan bestaande trainingen. “Op verschillende plekken binnen de universiteit wordt al over veiligheidskwesties gesproken, maar de specifieke bewustwording rond gevoelige samenwerkingen is daar nog niet structureel in ingebed”, vertelde Enneking.
Het uiteindelijke doel is dat medewerkers niet pas aan mogelijke risico’s denken wanneer er een probleem ontstaat. Het moet onderdeel worden van de werkcultuur, zei Enneking. “Bij een nieuwe samenwerking vanzelf stilstaan bij mogelijke risico’s en weten wanneer het verstandig is om advies te vragen.”
Commissie blijft voorlopig bestaan
De toekomst van de commissie zelf is nog onderwerp van gesprek. De commissie werd als tijdelijke commissie ingesteld, met het idee dat uiteindelijk een structurele oplossing nodig zou zijn. Het College van Bestuur is momenteel in gesprek met de commissie om de structurele aanpak vorm te geven.
Lees meer
-
Kritiek op academic powerhouses: ‘Een universiteit is geen energiecentrale’
Gepubliceerd op:-
Bestuur
-
De redactie
-
Feba SukmanaRedacteur
Reacties
Meer Bestuur
-
Universiteiten willen nog meer samenwerken met Defensie
Gepubliceerd op:-
Bestuur
-
Politiek
-
-
Collegevoorzitter over powerhouses: ‘Als we niets doen, lopen we tegen een muur aan’
Gepubliceerd op:-
Bestuur
-
-
‘Academic powerhouses’ eind 2027 van start
Gepubliceerd op:-
Bestuur
-
Laat een reactie achter