ESL-promovendus verliest rechtszaak over Gaza-brief
Promovendus Ahmed Maged heeft een rechtszaak tegen de Erasmus Universiteit over een open brief over Gaza verloren. Hij wilde van promotor wisselen vanwege diens opvattingen over de genocide en eiste zijn promotieplek aan de Erasmus School of Law terug.

Rechtbank Rotterdam
Afbeelding door: Rechtspraak.nl
Ahmed Maged vroeg om een andere promotor van de Erasmus School of Law omdat die in 2024 een open brief had ondertekend die pleitte tegen het doorsnijden van banden met Israëlische universiteiten. In de brief werd de beschuldiging van genocide aan het adres van Israël als ‘compleet onacceptabel’ omschreven.
Dat schoot de Egyptische promovendus met Palestijnse roots volledig in het verkeerde keelgat. Ondanks dat de samenwerking tot dat moment door hemzelf als prettig werd omschreven, wenste hij vanaf dat moment een andere promotor. In december 2024 diende hij daartoe een verzoek in bij het college van promotoren.
Niet toegestaan
Het college stond dat niet toe, omdat wisselen volgens het reglement alleen is toegestaan in specifieke gevallen, zoals wanneer de begeleiding ontoereikend is of een promotor niet meer bereid of in staat is de promovendus te begeleiden. Dat was volgens het college niet het geval.
Volgens het college was de open brief onderdeel van een maatschappelijk debat, waarin veel ruimte moet bestaan voor verschillende standpunten. Dat de promotor een politieke opvatting heeft geuit die zeer gevoelig ligt bij de promovendus, maakte hem niet ongeschikt als begeleider.
Chilling effect
Het college tilde ook zwaar aan precedentwerking als een promovendus wél een andere promotor zou mogen eisen vanwege politieke of religieuze opvattingen. Dat zou een ‘chilling effect’ kunnen hebben op de vrijheid van meningsuiting.
Enkele bemiddelingspogingen ten spijt werd het contract van de promovendus vanwege zijn aanhoudende weigering om met de promotor te werken niet verlengd en daarom moest hij per 31 augustus 2025 vertrekken bij de Erasmus Universiteit.
‘Verregaand gebagatelliseerd’
Maged ging bij de rechtbank in beroep tegen de beslissing van het college van promotoren. Volgens hem ging het college er onterecht van uit dat de brief binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting is gebleven. Ook moet bij het gebruik van de vrijheid van meningsuiting rekening gehouden worden met de rechten gevoelens van anderen, zo betoogde hij in zijn beroep. Volgens Maged worden in de brief de genocidale daden van Israël ‘vergoelijkt, ontkend, althans verregaand gebagatelliseerd’. Daardoor is de vertrouwensrelatie tussen hem en zijn promotor fundamenteel aangetast.
Vrijheid van meningsuiting
Op 10 juni deed de rechtbank uitspraak in de zaak. Daarbij benadrukte die dat de zaak niet draaide om de vraag of de promotor de brief had mogen ondertekenen, maar of dat consequenties had voor de invulling van zijn rol als begeleider.
De rechtbank volgde de redenering van het college van promotoren dat de brief binnen de vrijheid van meningsuiting valt. Dat Maged zich de opvattingen in de brief zeer persoonlijk aantrekt, staat volgens de rechtbank los van de vraag of de promotor een wetsregel heeft overschreden en daardoor de relatie heeft beschadigd. Daarbij weegt de rechter mee dat Maged erkent dat de relatie goed was vóórdat hij de brief ontdekte en dat de promotor in zijn aanwezigheid nooit politieke uitspraken heeft gedaan die hem kwetsten.
Lees verder
-
Kort geding ESL-promovendus in Gaza-zaak afgewezen
Gepubliceerd op:-
Rechtspraak
-
De redactie
-
Elmer SmalingAdjunct-hoofdredacteur
Reacties
Meer Rechtspraak
-
Taakstraf en voorwaardelijke celstraf voor 26-jarige oprichter Vrijmoedige Studentenpartij
Gepubliceerd op:-
Bij de buren
-
Rechtspraak
-
-
OM vervolgt oprichter Vrijmoedige Studentenpartij voor mishandeling en discriminatie
Gepubliceerd op:-
Bij de buren
-
Rechtspraak
-
-
Lid extreemrechtse studentenvereniging krijgt twee jaar celstraf
Gepubliceerd op:-
Rechtspraak
-
Laat een reactie achter