Direct naar inhoud

Hoe het voelt als je taal verdwijnt

Gepubliceerd op:

Hoogleraar Filosofie Ronald van Raak las Een woord voor van Eva Meijer, een indringend verhaal over het einde van de taal. Het deed hem denken aan de Taalgids van het ministerie van OCW: al te veel politieke correctheid leidt tot verschraling en uiteindelijk minder diversiteit om je uit te drukken.

Afbeelding door: Geisje van der Linden

“Die Tweede Kamer, die pronkkamer van Nederlandse middelmatigheden, dat muzeum van misdadige nietigheid.” Deze beschrijving, uit 1862, is van de beroemde schrijver Multatuli, over het Nederlandse parlement in die tijd. Regelmatig mag ik voor een Engelstalig blad of boek een artikel schrijven over Nederlandse denkers, zoals onlangs over Multatuli.

That House of Representatives, that showpiece of Dutch mediocrities, that museum of criminal insignificance.” Zo adviseerde Google Translate mij om deze zin te vertalen. Veel Nederlandstalige lezers zullen hopelijk mijn ongemak met deze vertaling meevoelen. Het lijkt of hier hetzelfde staat, maar het is toch anders, alsof ergens een betekenislaag is achtergebleven.

“Als we woorden verliezen raken we onszelf kwijt”, dat schrijft de jonge dichteres Uma, in de roman Een woord voor van Eva Meijer. Een indringend verhaal, dat de lezer laat voelen hoe het is om je taal te verliezen. Nederland wordt geraakt door een vreemd verschijnsel: woorden raken verloren. Ze verdwijnen. Als eerste ‘achteloos’, dat nog niet meteen wordt gemist. Dat verandert als woorden zoals ‘mens’, of ‘metafoor’ verdwijnen, of het woord ‘woord’. Dichters zoals Uma raken als eerste in paniek, maar al snel wordt het een zaak van de politiek. Eerst bedenken mensen nog alternatieven; zo wordt het vergeten ‘woord’ vervangen door ‘lettercluster’. Totdat zoveel woorden verdwijnen dat de politiek besluit om over te gaan op Engels.

Het knappe van de roman is dat Eva Meijer de lezer het verlies echt laat voelen. Telkens als een woord verdwijnt kan ze dat in dit verhaal immers niet meer gebruiken, waardoor de taal in deze roman ook zelf verschraalt. Het denken wordt moeilijker en de gesprekken worden oppervlakkiger; het taalgebruik wordt almaar zakelijker. Dat maakt de overgang naar het Engels een stuk gemakkelijker, maar als lezer voel je het gemis van de romanpersonen en merk je hoe ze zichzelf meer verliezen. De taal in de roman wordt ook meer Engels, in een nuttige en zakelijke vorm, een beetje zoals de taal van Google Translate. De romanpersonen missen iets, een diepgang, maar kunnen dit niet meer benoemen, omdat ze de woorden niet meer hebben.

'Het is een vreemde gedachte dat we dingen zouden kunnen veranderen door woorden te verbieden'

Net nadat ik Een woord voor had gelezen las ik het bericht dat de Tweede Kamer het gebruik van een interne Taalgids van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap had gestopt. Een gids waarin stond welke woorden ambtenaren niet meer mochten gebruiken. De gids was bedoeld om discriminatie te voorkomen – wat heel erg goed is – maar deed dat vooral door woorden te verbieden. Zo moest ‘inburgeren’ worden vangen door ‘integreren’ en ‘zittenblijven’ door ‘een jaar overdoen’. En ‘minderheden’ moest ‘gemarginaliseerde mensen’ worden. Ieder mens is een minderheid – op de een of andere manier. Zo ben ik een Brabander, een katholiek en een socialist, dat is drie keer een minderheid. Volgens het ministerie van OCW zou ik daarom ook driemaal een gemarginaliseerd mens zijn. Al te veel politieke correctheid leidt al snel tot verschraling van de taal en daarmee ook tot minder diversiteit om je uit te drukken.

Het is een vreemde gedachte dat we dingen zouden kunnen veranderen door woorden te verbieden. Volgens mij hebben we juist meer woorden nodig, om beter te kunnen benoemen wat verborgen is gebleven. In Een woord voor wordt hoofdpersoon Mik, de geliefde van Uma, aangeduid als ‘hen’, als aanvulling op ‘hij’ of ‘zij’. Meer woorden, nieuwe woorden, omdat er in ons leven nog zoveel is dat niet goed kan worden benoemd en begrepen. In plaats van een ministeriële woordenpolitie die onze taal doet verschralen. Een voorbeeld van wat Multatuli zo beeldend de ‘pronkkamer van Nederlandse middelmatigheden’ noemde. Elke academicus moet goed academisch Engels leren, maar dat betekent niet dat Nederlands een ondergeschikte taal zou moeten zijn. Als we onze taal verwaarlozen, dan verliezen we ook onszelf. Ondertussen blijf ik zoeken hoe ik de taal van Multatuli kan uitleggen aan een Engelstalig leespubliek. 

Lees verder

De redactie

Reacties

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen ga je akkoord met onze regels voor het plaatsen van een reactie. Lees ze alsjeblieft voordat je een reactie plaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met (verplicht)

Meer Column