Direct naar inhoud

Advertentie

Advertentie Studentendrukwerk

De Eurekaweek is perfect getimed voor het puberbrein

Gepubliceerd op:

Hoogleraar Eveline Crone ziet introductieweken niet alleen als een gezellig begin van het studentenleven, maar ook als een cruciaal moment in de ontwikkeling van jongeren. “De samenleving is eigenlijk – zonder dat we dat wisten – aangepast aan die biologische veranderingen in onze hersenen.”

Eurekaweekdeelnemers in 2023.

Afbeelding door: Hilde Speet

Hoe was je eigen introductieweek?

“Ik ging in 1999 studeren aan de Universiteit van Amsterdam, daar heb je de Intreeweek. Maar ik werd al na één dag feesten ziek, waarschijnlijk een combinatie van slecht eten en een drankje te veel. Dus toen heb ik de rest van de week gemist.”

Eveline Crone is hoogleraar Developmental Neuroscience in Society bij de ESSB en hoofdonderzoeker van het SYNC-lab, dat onderzoekt hoe jongeren zich ontwikkelen tot actieve leden van de samenleving. Onlangs verscheen haar boek Generatie zelfvertrouwen. De ontwikkeling van een gezond zelfbeeld bij jongeren.

Waarom is 18 jaar – de gemiddelde leeftijd van de Eurekaweekdeelnemer – zo’n belangrijke fase voor het brein?

“Nou, als ik vergelijk wat de wetenschap ten tijde van mijn eigen Intreeweek wist met wat we nu weten over het brein van 18-jarigen, dan hebben we ontzettend veel bijgeleerd. Want toen dacht eigenlijk iedere wetenschapper nog dat de hersenen wel uitontwikkeld waren als je een jaar of 12 was, omdat dan de hersenen ongeveer even groot zijn als bij volwassenen. En men dacht dat al het gedrag daarna gewoon onhandig pubergedrag was, gedreven door hormonen. Nu weten we dat hersenen zich veel langer ontwikkelen, tot wel 25 jaar. Van 10 tot 16 is er een hele grote verbouwing gaande, daarna zijn de veranderingen minder groot en is het vooral specialisatie.”

Als je nooit risico’s neemt, dan zou je altijd thuis blijven wonen.

Waarom past een introductieweek zo goed bij deze leeftijd?

“Er zijn veranderingen in je hersenen die ervoor zorgen dat je erop uit wil. In adolescentie ga je meer risico nemen, dus je gaat meer dingen uitproberen: gezondheidsrisico’s nemen, zoals drinken en vapen, en gevaarlijke dingen doen zonder direct na te denken over de consequenties daarvan. Veel jongeren hebben een positivity bias: ze weten wel dat drinken slecht is en hard rijden gevaarlijk, maar zehebben het gevoel: ‘dat overkomt mij toch niet’.

“Het risicogedrag neemt toe tussen 10 en 20 jaar en piekt rond de leeftijd van 18 tot 20. Daarna neemt het weer af. Ik zie risicogedrag als iets positiefs. Dat is ook heel erg goed, want het heeft allerlei evolutionaire voordelen. Als je nooit risico’s neemt, dan zou je altijd thuis blijven wonen. Maar ook als je nieuwe vrienden wil maken, je hand wil opsteken in de klas of nieuwe sporten wil uitproberen, moet je een beetje risico nemen.”

Zie je risicogedrag alleen maar als iets positiefs?

“Nou, tot in zekere mate. Alle vormen van risicogedrag die te ver gaan zijn negatief voor de omgeving én voor de persoon zelf, zoals ongelukken veroorzaken of te ver meegaan in activiteiten van een groep, zoals drinken en overlast veroorzaken, omdat je het gevoel hebt dat je er anders niet bij hoort. Dit zijn de excessen die je wilt proberen te voorkomen, en dat willen de meeste jongeren eigenlijk zelf ook. Maar een beetje risicogedrag binnen de grenzen hoort er wel bij.

‘Soms gaat inclusie een beetje te veel richting dat iedereen altijd alles hetzelfde gezamenlijk moet doen’

Sommige jongeren voelen zich ook helemaal niet thuis bij al dat drinken en dansen. Met de komst van veel internationale studenten bijvoorbeeld zijn de normen en wensen van studenten alleen maar verder uit elkaar gaan lopen. Er zijn nu al alternatieve programma’s tijdens de Eurekaweek, maar daarmee isoleer je misschien wel een groep deelnemers. Hoe kan de universiteit daar het beste mee omgaan?

“Het gaat niet alleen om andere culturen, er zijn ook jongeren die hoogsensitief zijn of sociaal verlegen. Die worden soms wel eens vergeten, want die zitten alleen maar thuis op hun kamertje. Enerzijds wil je natuurlijk graag dat iedereen met iedereen omgaat. Anderzijds denk ik dat het prima is dat er subgroepjes zijn, hoor. Dus stel dat je uit het buitenland komt en je hebt hele andere normen en waarden, dan kan de universiteit daar ook groepjes voor maken die gezamenlijk activiteiten kunnen ondernemen. Daar is helemaal niks mis mee.

“Soms gaat inclusie een beetje te veel richting dat iedereen altijd alles hetzelfde gezamenlijk moet doen. Maar verschillen mogen er ook zijn. Want als je je te veel moet aansluiten bij een minderheid, dan gaat de meerderheid toch op een gegeven moment een tegenbeweging vormen. Dat zien we soms nu al een beetje in reacties op de acceptatie van minderheidsgroepen.

“Bij schoolfeesten bijvoorbeeld zie je ook dat er een schooldisco is en een stilteruimte, waar scholieren met de koptelefoon op willen schaken. Ik vind het juist heel goed als er ook een plek is waar iemand zich kan terugtrekken. Zolang je ook maar dat gezamenlijke moment hebt en dat gezamenlijke gevoel.”

Wat maakt zo’n introductieweek nou zo geschikt om vriendschappen te vormen en je plek te vinden in de maatschappij?

“Je bent in deze fase van je leven je identiteit aan het vormen. Rond je veertiende ben je nog heel vaak in conflict met jezelf over wie je bent of wilt zijn. Rond je achttiende heb je weer een nieuwe vorm van identiteitsontwikkeling, waarin je het acceptabeler vindt dat je niet altijd dezelfde hoeft te zijn. Bijvoorbeeld soms uitbundig en soms heel rustig. Dus het helpt je ook om uit te zoeken wie je zelf bent in zo’n omgeving als een introductieweek.”

Je komt daar vaak terecht tussen allemaal onbekenden, het perfecte moment om jezelf helemaal opnieuw uit te vinden zou ik zeggen?

“Sterker, je kan steeds iets nieuws uitproberen. We denken vaak dat we een soort kernidentiteit hebben, met al die zelfhulpboeken die zeggen dat je voor een beter leven jezelf moet ontdekken, maar je bent helemaal niet één iemand. Je bent in de ene situatie iemand anders dan in de andere situatie. Ik heb ook mijn werkidentiteit en thuisidentiteit. Ik denk dat iedereen wel herkent dat je op een verjaardag bent, en al die groepen van werk en vrienden door elkaar heenlopen en dat je daar zelf een beetje van in de war raakt. Dat is helemaal niet erg, dat is heel normaal.”

Wel handig dat we zo’n introductietijd precies doen als onze hersenen daar behoefte aan hebben.

“De samenleving is eigenlijk – zonder dat we dat wisten – aangepast aan de biologische veranderingen in onze hersenen. Het is bijvoorbeeld niet voor niks dat we kinderen naar school sturen tussen 6 en 18 jaar. Want dan zijn je hersenen optimaal ontwikkeld om informatie op te nemen. Maar nu pas ontdekken we hoe precies dat op elkaar aansluit.”

De redactie

Meest gelezen

Reacties

Reacties zijn gesloten.

Advertentie

Advertentie Studentendrukwerk

Lees verder in eurekaweek