Driekwart van de respondenten heeft al een keuze gemaakt en weet op welke partij of zelfs welke kandidaat hij of zij gaat stemmen. Een kwart zweeft nog tussen twee of meerdere partijen, waarvan een groot deel tussen D66, GroenLinks, Volt en de PvdA.

Toch is er een duidelijke winnaar. Een op de acht Erasmianen is van plan om D66 te stemmen. Onder studenten ligt dat percentage zelfs nog iets hoger: 13,5 procent. De partij is daarmee, net als vier jaar geleden, de grootste in de peiling van EM.

Omgerekend naar zetels zou D66 uitkomen op negentien Tweede Kamerzetels 1. Daarnaast heeft de partij nog een flink potentieel onder zwevende kiezers. Als iedereen die twijfelt tussen D66 en een of meer andere partijen ook op D66 zou stemmen, komt de partij zelfs tot 36 zetels.

Het aantal zetels telt niet op tot 150. Driekwart van de respondenten (blauw) is zeker van zijn stem. Daarnaast zijn de zwevende kiezers (roze, iets meer dan een kwart van de respondenten) meegenomen in deze grafiek. Zij konden alle partijen aangeven waar ze tussen twijfelen.

Net als vier jaar geleden is de VVD de tweede partij onder EUR-studenten en -medewerkers, hoewel de partij volgens landelijke peilingen veel beter scoort. De VVD kan rekenen op 11 procent van de respondenten. Onder RSM-studenten is het zelfs de grootste partij. Uitgedrukt in zetelaantal komt de partij tot zeventien zetels2, een stuk minder dan de 33 zetels die de partij nu heeft of de 38 zetels in de meest recente peilingen. Zelfs met alle zwevende kiezers die de VVD als optie noemen erbij, komt de partij tot maximaal 28 zetels onder EUR-studenten en -medewerkers.

Tekst gaat verder onder de video

Bron: youtu.be

Nieuwe partijen populair

Ruim een op de tien studenten en medewerkers overweegt op een nieuwe partij te stemmen. Volt (4,5 procent), JA21 (3 procent) en Bij1 (3 procent) doen het in onze peiling een stuk beter dan in landelijke peilingen. Als het aan onze respondenten ligt krijgen die partijen dus een plekje in de Kamer. Zeven zetels voor Volt3, vijf voor JA21 en vijf voor Bij1 4. Voor Volt geldt bovendien dat er onder zwevende kiezers nog een potentieel van negen zetels is.

“Europese samenwerking is nodig op het wereldtoneel. Als je dat niet doet, benadeel je jezelf op alle andere thema’s”, zo licht een geneeskundestudente haar stem op Volt toe. “Er zijn steeds meer nationalistische partijen in Europa. Volt kiest juist voor samenwerking en volgens mij is dat de enige manier om tegenwicht te bieden aan het nationalistische.”

Een andere partij die het in onze peiling beter doet dan landelijk is Forum voor Democratie. 9 procent van de respondenten zegt op die partij te zullen stemmen. Daarmee zou de partij goed zijn voor zo’n dertien zetels 5. Tegelijkertijd wordt de partij juist nauwelijks genoemd door de zwevende kiezers. Forum doet het vooral goed bij ondersteunend personeel en bij mannen. Onder vrouwen krijgt de partij minder dan 5 procent van de stemmen.

Tweede-Kamer-flickr-JvL–2

Lees meer

Hoe stemde de Tweede Kamer over hoger onderwijs en studentenonderwerpen?

In verkiezingstijd kunnen politici gouden bergen beloven, maar wat hebben ze de afgelopen…

Veel zwevende kiezers voor GroenLinks

GroenLinks is met een kleine 8 procent de vierde partij onder respondenten die al zeker weten wat ze gaan stemmen. Opvallend is dat veel respondenten nog twijfelen over GroenLinks. 16 procent van de zwevende kiezers in de peiling noemt de partij van Jesse Klaver als optie. Daardoor is het in potentie de tweede partij onder EUR-studenten en medewerkers. Omgerekend naar zetels kan de partij rekenen op bijna twaalf zetels6 in de Tweede Kamer onder respondenten die al zeker weten wat ze gaan stemmen. Mochten alle twijfelaars voor GroenLinks kiezen, zou de partij er nog eens zestien zetels bij krijgen. Wat verder opvalt is dat medewerkers (zowel ondersteunend als wetenschappelijk) vaker van plan zijn om GroenLinks te stemmen dan studenten. Onder EUR-wetenschappers is GroenLinks zelfs de grootste.

Ook de Partij van de Arbeid heeft een groot potentieel onder zwevende kiezers. Slechts 2,6 procent zegt zeker te weten op die partij te stemmen. Omgerekend zouden dat een kleine vier zetels zijn7. Maar als je de twijfelaars meerekent zou de partij kunnen groeien tot twaalf zetels.

Het CDA (zeven zetels), de PVV (drie), de ChristenUnie (drie) en de SP (drie) zijn minder in trek bij EUR-studenten en -medewerkers dan in de landelijke peilingen. De SGP lijkt vier zetels te halen onder onze respondenten. DENK, Splinter, de Libertaire Partij en de Piratenpartij zouden als het aan onze respondenten net wel of net niet een zetel kunnen halen. Als je de zwevende kiezers meetelt geldt dat ook voor NIDA.

Klimaat belangrijkste thema

Gevraagd naar welke thema’s een rol spelen in hun keuze in het stemhokje, noemen respondenten het vaakst klimaat (44 procent), Europa (36 procent) en economie (33 procent). Dat klimaat leeft, is wel duidelijk in de toelichting die respondenten konden geven: “Ik wil graag dat de wereld over 20 jaar nog bestaat. We moeten daar alles voor doen”, aldus een zwevende RSM-studente.

Een econometriestudente die van plan is om Volt te stemmen: “Boven alles ben ik van mening dat er snel iets gedaan moet worden aan de problemen rondom het klimaat, en dat racisme en kansenongelijkheid moeten worden aangepakt. Echter denk ik dat we niet té links moeten worden: als student econometrie wil ik later niet de ‘dupe’ worden van een belastingstelsel waarbinnen meer werken niet direct loont.”

Huizenjacht en basisbeurs

Ook hoger onderwijs (30 procent), gelijke kansen (27 procent) en wonen (26 procent) worden regelmatig genoemd. Een onderwerp als wonen raakt de belangen van studenten direct, blijkt ook uit de open antwoorden. Zo schrijft een economiestudente: “Een koopwoning is voor starters bijna onmogelijk. Ik vind het best kwalijk dat het voor onze generatie zo moeilijk is een eigen woning te verkrijgen.” Een ESL-student die twijfelt tussen GroenLinks, D66 en Partij voor de Dieren: “Wonen is een belangrijk thema voor mij geworden omdat ik momenteel op zoek ben naar nieuwe huisvesting.”

Slechts een op de vijf medewerkers noemt hoger onderwijs als belangrijk thema in hun keuze voor een partij. Voor studenten is dat een op de drie. Studenten die hoger onderwijs noemen, geven regelmatig aan dat het leenstelsel meespeelt in hun politieke keuze. Zoals deze CDA-stemmer: “Het CDA geeft jongeren een goed toekomstperspectief. De partij is nooit voorstander geweest van het afschaffen van de basisbeurs, in tegenstelling tot sociale partijen als GroenLinks en de PvdA.”

WhatsApp Image 2021-03-11 at 08.24.16

Lees meer

Deze studenten helpen je in hun podcast op weg met de verkiezingen

“Jongeren kunnen met hun stem de verhouding tussen jong en oud in de politiek…

Racisme bespreekbaar maken

Ook racisme en discriminatie behoort tot veel genoemde thema’s, vooral onder aanhangers van Bij1, DENK en NIDA. “Ik zie discriminatie gewoonweg te vaak voorkomen”, schrijft een DENK-stemmer. “Er wordt zelfs onderscheid gemaakt tussen westerse en niet-westerse migranten, compleet van de gekke.” Een ESSB-student die Bij1 wil stemmen ervaart zelf veel racisme, bijvoorbeeld ‘van medewerkers van instituties, waaronder de universiteit, de gemeente en DUO’. “Dit soort kwesties bespreekbaar maken is van levensbelang in landen met een verleden als dat van Nederland. Daarom stem ik op Bij1, op Gloria Wekker.”

Opvallend zijn de grote verschillen tussen mannen en vrouwen. Vrouwen noemen veel vaker klimaat als belangrijk thema (56 procent, tegenover mannen: 36 procent), net als hoger onderwijs (39 om 24 procent) en gelijke kansen (36 om 20 procent). Bij economie is dat andersom: 39 procent van de mannen laat dat thema meewegen in hun partijkeuze, ten opzichte van 24 procent van de vrouwen. Economie is voor de helft van de RSM- en ESE-studenten een belangrijk thema, terwijl slechts 18 procent van de Erasmus MC- en ESHCC-studenten dat onderwerp meeneemt.

Corona minder belangrijk

Verschillende thema’s spelen een belangrijkere rol bij aanhangers van een specifieke partij. Europa komt vaak terug bij PVV-, Forum- en Volt-stemmers, klimaat juist bij de Partij voor de Dieren, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie.

Onder de aanhang van het FvD is corona verreweg het belangrijkste thema: driekwart noemt het. “Momenteel zien we een uiterste inperking van fundamentele vrijheden van het volk”, schrijft een FvD’er. “De maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan zijn buitenproportioneel en nemen niet in achting wat de neveneffecten zijn op sociaal, mentaal en algemene gezondheid.” Toch is voor slechts een kwart van alle respondenten corona een belangrijk thema.

Andere studentensteden

In verschillende studentensteden hebben hogeronderwijsmedia dezelfde of een vergelijkbare peiling uitgevoerd. Dat levert een paar opvallende verschillen op. De uitkomsten in Delft lijken erg op die in Rotterdam: D66 is ook bij Delftse studenten de populairste partij en GroenLinks wint daar onder de medewerkers. Die laatste partij is ook in Utrecht en in Groningen de grootste. Het opvallendste resultaat is te vinden in Enschede: daar komt nieuwkomer Volt als grootste uit de bus. De VVD en Forum zijn in die steden een stuk kleiner dan in Rotterdam.

Klimaat blijkt het belangrijkste verkiezingsthema onder studenten en medewerkers van universiteiten. Dat is in alle studentensteden die meededen aan de peiling het meest genoemd. Ook hoger onderwijs, Europa en wonen worden in alle deelnemende steden als belangrijke thema’s gezien.

Verantwoording:

1134 studenten en medewerkers namen tussen 25 februari en 8 maart deel aan de peiling van Erasmus Magazine. Hun is onder andere gevraagd of ze al zeker wisten wat ze gingen stemmen en op welke partij dat was, tussen welke partijen de twijfelaars twijfelden en welke thema’s een rol spelen bij het maken van een keuze richting het stemhokje. Respondenten zijn via verschillende digitale kanalen benaderd.

60 procent van de respondenten is man. Daardoor zijn mannen oververtegenwoordigd in deze peiling. Dat zorgt ervoor dat een aantal rechtse partijen vaker voorkomen en een paar linkse partijen juist minder vaak dan wanneer de steekproef representatief zou zijn. Uit politicologisch onderzoek blijkt dat mannen in westerse landen gemiddeld iets rechtser zijn dan vrouwen. Dat effect zien we ook in ons onderzoek. De VVD, Forum, het CDA, JA21 en de PVV worden significant vaker genoemd door mannen dan door vrouwen. D66, GroenLinks, de Partij voor de Dieren en Bij1 worden juist significant vaker genoemd door vrouwen dan door mannen.

  1. 17,3 tot 20,1 bij een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent ↩︎
  2. 15,1 tot 17,9 bij een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent ↩︎
  3. 5,9 tot 7,7 met een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent ↩︎
  4. allebei 3,8 tot 5,2 met een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent ↩︎
  5. 12,3 tot 14,9 zetels bij een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent. ↩︎
  6. 10,5 tot 12,7 bij een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent ↩︎
  7. 3,1 tot 4,5 bij een 95-procent-betrouwbaarheidsinterval ↩︎
Lees 3 reacties