Verbeke werkte 34 jaar op de Erasmus Universiteit. Vlak voor Kerst ging hij met emeritaat. Dezelfde dag vertrok hij naar China, om aan een paper te werken. Hij wordt er ook hoogleraar, drie maanden per jaar zal hij promovendi begeleiden aan de Zheijiang University in Huangzhou. Stilzitten is nog geen optie, vertelt hij in het restaurant van het Novotel naast campus Woudestein.

Hij beleeft nog te veel plezier aan wetenschap. “Voor dat onderzoek in China hadden we alle data al geanalyseerd, maar begrepen we niet precies wat het betekende. Dan ga je drie weken zitten denken, schrijven, vragen, overleggen. Ondertussen ben ik dan onzeker en onrustig: ben ik wel slim genoeg? Maar als het kwartje dan ineens valt, daar word ik zo ontspannen van.”

Waarom blijft u werken na uw emeritaat?

“Ik werk graag, maar eigenlijk zie ik wetenschap niet als werk. Het gaat om oplossingen zoeken, puzzelen. Eerst zelf proberen, door te schrijven, te ontdekken en later door te kijken hoe anderen het probleem benaderen. Als ik vastloop, ga ik slapen en begin ik de volgende dag opnieuw. En als ik dan uiteindelijk een oplossing heb gevonden, voel ik me verrijkt. Wauw! Uit dat gevecht komen is zo bevredigend: het vinden van een verklaring voor iets tegen-intuïtiefs in je data.”

Wat was het grote inzicht in China?

“Ik zal je een ander voorbeeld geven uit een onderzoek dat we deden naar inter-breinsynchroniteit in een trust game. Persoon A krijgt vijf euro. Daarvan mag hij een deel afstaan aan persoon B, dan wordt het geld verdrievoudigd. B kan vervolgens weer een deel van zijn geld aan A geven en dat herhalen ze vijftien keer. Je zou verwachten dat er hogere inter-breinsynchroniteit tussen de twee breinen te zien is, want door elkaar te vertrouwen en een rationele keuze te maken kunnen ze veel verdienen. Maar we zagen juist het tegenovergestelde: hoe hoger de mate van vertrouwen, hoe lager de inter-breinsynchroniteit was. En dan ga je zitten denken, schrijven en puzzelen. Hoe komt dit nu? Uiteindelijk is het simpel: persoon A is angstig, want die moet zijn geld afstaan en B kan ermee weglopen. Persoon B moet juist stabiel zijn en het vertrouwen van A winnen. Eigenlijk heel logisch: dit idee is ook toepasbaar op leiderschap of moederschap.”

Is dat wat u drijft: het vinden van een verklaring voor data die tegen je intuïtie ingaan?

“Ja. We denken altijd dat wetenschap zo werkt: je hebt een hypothese en gaat met data kijken of die klopt. Maar er komt altijd iets anders uit je data dan je denkt. Meestal heb je een vermoeden dat niet blijkt te kloppen, dus dan ga je op zoek naar andere verklaringen: let the data speak. Zie het als een soort detectiveverhaal.”

'Mama, ik wil prof worden'

Willem Verbeke straatnaambord – Geisje van der Linden
Beeld door: Geisje van der Linden

Verbeke groeide op in het Belgische dorp Stekene, tussen Sint-Niklaas en Hulst, in een gezin met vijf kinderen. Vader Robert Verbeke was er burgemeester, de Robert Verbekelaan in de landelijke deelgemeente Kemzeke herinnert daar nog aan. Ook zijn oom was politicus in Vlaanderen. En als deel van een tweeling werden ambitie, gedrevenheid en milde competitiedrang hem met de paplepel ingegoten. Aan het einde van de middelbare school – Verbeke zat op een internaat – vroeg zijn moeder wat hij wilde worden. “Ik zei: ‘Mama, ik wil prof worden’. Dat doel heb ik mezelf gesteld toen ik 18 was.”

“Dit is mijn geheime wapen”, zegt Verbeke terwijl hij een boek uit zijn tas naast het stokbrood met tapenade legt. Wat is sociologie? van Norbert Elias, de Nederlandse vertaling uit 1971. Het herinnert hem aan het doel van de 18-jarige Willem Verbeke, daarom bewaart hij het. “Ik probeer altijd te leren van mensen die intelligent zijn, dat brengt je verder in het leven. En mijn nonkel vertelde me ooit een verhaal toen hij in Gent ging studeren. Hij had een vriend die niet zo intelligent was en die zei tegen mijn nonkel: ‘Weet je wat, ik begin van tevoren al met studeren.’”

Neuroblabla

Willem Verbeke penn michigan harvard – Geisje van der Linden
Beeld door: Geisje van der Linden

Dus de jonge Verbeke vertrok toen hij zelf in Gent Wijsbegeerte ging studeren een dag eerder om alvast te lezen in Wat is sociologie?, vertelt hij bladerend door het boekje vol arceringen en kanttekeningen. “Ik begreep er maar weinig van, maar ik was wel de enige die op maandag een vraag kon stellen aan de professor. Zo pak ik alles sindsdien aan. Ik ben tamelijk intelligent, maar geen echte ster. Dus ik moet overal hard voor werken.”

In 2009 zat Verbeke in televisieprogramma Pauw en Witteman om te praten over zijn onderzoek. Veel te stellig, zegt hij terugblikkend, dat zou hij nu nooit meer zo formuleren. Hij liet in de uitzending hersenscans zien van een goede en een slechte verkoper. De goede verkoper vertoont meer activiteit dan de slechte verkoper. Verbeke verbond daar de conclusie aan dat hersenscans binnen vijf jaar onderdeel zouden zijn van sollicitatieprocedures. Het kwam hem op veel kritiek te staan. ‘Potsierlijke grootspraak’ en ‘neuroblabla’ noemden twee vooraanstaande psychologen het zelfs in de NRC.

https://www.youtube.com/watch?v=07IsTvgCO3I

Je bent niet expliciet akkoord gegaan met het plaatsen van cookies. Daarom kun je de ingesloten media, zoals Youtube-video’s en tweets, hier niet zien. Ga alsnog akkoord als je ze toch wilt zien. Lees meer op onze privacypagina.

Hoe kijkt u terug op dat optreden in Pauw en Witteman?

“Dat interview heeft wel het een en ander opgeroepen. Ik heb die nacht vijfhonderd e-mails gekregen met de meest zware kritiek. Iemand schreef zelfs: ‘Je bent de Mengele van Nederland.’ Dat doet wel zeer. Maar tegelijkertijd word je er ook sterker van. Ik laat graag ballonnetjes op, dat heb ik in de collegezaal ook altijd gedaan. Sommige studenten vinden dat fantastisch, anderen vinden het helemaal niets.”

Spijt van dat optreden?

“Nee, spijt niet. Mijn vader zei altijd: ‘Maakt dat ge nergens spijt van hebt’. Ik heb er vooral heel van geleerd. Je moet af en toe een keer met je kop tegen de muur lopen om beter te worden. Ik ben veel voorzichtiger geworden in mijn uitspraken. En ik begrijp daardoor beter dat veel wetenschap maar over een komma gaat. Iets is nooit voor altijd waar, iets is slechts tijdelijk waar. Je kunt heel veel zien met een fMRI-scan, maar dat ik daar aan tafel zei dat die scans selectie- en sollicitatieprocedures zouden vervangen was veel te stellig.”

Hebt u ergens anders spijt van?

“Gelukkig zijn moet je leren worden. Nu ik anderhalve maand niet op de uni ben geweest, is het afgesloten terrein. Ik ben erg streng voor mezelf geweest en moet nu leren genieten, dus het is zonde om te gaan dwarrelen over wat ik heb gemist. Als ik een eindrapport opmaak, denk ik dat ik best goed geboerd heb.”

Laat ik het anders vragen dan: had u dingen anders willen doen?

“Natuurlijk had ik dingen anders kunnen doen, maar tegelijkertijd ook weer niet. Je moet nu eenmaal keuzes maken. Toen ik jong was bijvoorbeeld, was ik een goede hardloper. Ik liep toen ik 16 jaar was de 800 meter in 2 minuten en 8 seconden, op een morgen dat ik niet eens fris was. Met een coach die me beter had kunnen leren hoe ik met die energie omging, was ik misschien een betere hardloper geworden. En zo is het ook in het academische leven: je moet af en toe de mazzel hebben dat je iemand tegenkomt met wijs advies.

“Waar ik pas laat achter ben gekomen is dat je wetenschap samen moet doen. Dat komt denk ik door mijn achtergrond in de Wijsbegeerte, dat eenzame denken en alleen werken is wat achterhaald. Ik had een tijdje terug een afspraak met professor André Uitterlinden (hoogleraar Complexe genetica bij het Erasmus MC, red.) en hij zei: ‘Willem je bent verkeerd bezig, je werkt te veel alleen.’ Dat je in de wetenschap consortia moet bouwen is iets wat ik pas in de laatste vijf jaar heb geleerd.”

Ronald Reagan

Willem Verbeke in Bolivia – eigen archief
Willem Verbeke in Bolivia eind jaren zeventig Beeld door: Eigen archief

De ober onderbreekt: “Wilt u nog een glas wijn, professor?” De professor is vaste gast in het Novotel, zo blijkt uit de manier waarop het personeel hem aanspreekt. Terwijl de ober nog twee glazen rode wijn op tafel zet, laat Verbeke een foto zien waarop hij nog lang haar had. Het is van een reis die hij maakte door Zuid-Amerika, vlak nadat hij in Gent afstudeerde op het werk van Ludwig Wittgenstein. “Ik heb er een tijdje rondgereisd en wilde arme mensen helpen. Maar ik vond het niets, dat Woodstock-ideaal paste niet bij me. Daar besefte ik: ik wil doctoreren in het eerste land ter wereld, Amerika.”

Hij keerde terug naar België en schreef alle Amerikaanse universiteiten met een filosofiedepartement aan. “Vier weken later stond de postbode iedere dag met een bak studiegidsen voor de deur.” Uiteindelijk belandde hij op de University of Pennsylvania, om te promoveren in educational psychology. Hij volgde marketingvakken aan Wharton School, waar een portret van Donald Trump aan de muur hing, als een van hun beste studenten. De lange haren was hij inmiddels kwijt, en de verkiezing van Ronald Reagan vormde het harde afscheid van de jaren zeventig. “Daar stond ik dan, als wereldwijze Europeaan, vol onbegrip dat mensen op tafel stonden te dansen omdat Reagan werd verkozen. Dat was echt een omschakelpunt voor mij.”

Daar ligt de voedingsbodem voor de interdisciplinaire interesse van Verbeke. Hij realiseerde zich dat die wereldwijze Europeaan met zijn opleiding in de Wijsbegeerte de overwinning van Reagan niet kon verklaren. Het moest praktischer en toepasbaarder. Dus ging hij allerlei andere vakken volgen, van biologie en communicatiewetenschappen tot reclame. Na zijn promotie, 34 jaar geleden, ging hij werken op de Erasmus Universiteit. Hij koos voor sales, een niche waar nog niet veel anderen mee bezig waren. Die interdisciplinaire interesse is altijd gebleven. Hij combineert in zijn onderzoek naar verkopers inzichten, theorieën en methoden uit allerlei vakgebieden. Vooral de hersenen boeien hem. “De laatste tien jaar waren de mooiste uit mijn leven. Daarin heb ik mogen werken met fMRI, EEG, hyper EEG, endocrinologie, genetics, epigenetics. Ik noem het een geschenk uit de hemel.”

Willem Verbeke hometrainer – Geisje van der Linden
Beeld door: Geisje van der Linden

Waar bent u het meest trots op?

“Mijn vader heeft een straatnaambord, ik heb een soort straatnaambordje op Google Scholar waar ik dit jaar meer dan achtduizend citaties zal bereiken. Ik ben de meest geciteerde en meest gepubliceerde marketingwetenschapper van de EUR. Er zijn maar weinig mensen die zo gedisciplineerd en constant zijn als ik. Dat klinkt misschien arrogant, maar ik ben trots op mijn doorzettingsvermogen en gedrevenheid. Ik hoop dat dat mensen inspireert. Mijn zelfdiscipline is afgunstwekkend, denk ik. Dat maakt me niet populair, maar dat hoeft ook niet. Als je door iedereen geliefd wil worden, moet je geen professor worden.”

Er is de laatste jaren ook veel kritiek op die prestatiecultuur binnen de academie, waarin enkel publicaties en citaties tellen. Hoe ziet u dat?

“Mijn antwoord is heel simpel: als je wil presteren op de Olympische Spelen moet je iedere dag hard werken. Er zullen nooit Olympische Spelen worden georganiseerd voor mensen die maar een dag in de week trainen. En dat hoort ook een beetje bij het academische leven. Iedere wetenschapper wil diep in zijn hart veel geciteerd worden. Daarom voelde ik me ook zo erg thuis bij ERIM. Daar wordt gewoon uitgesproken dat dat het doel is: publish or perish.”

Dat klinkt ook als een harde, koude wereld.

“Ik zie de Erasmus Universiteit als een zakelijke, dynamische en massale wereld. Nijd hoort wel een beetje bij de prestatiecultuur in de wetenschap. Als iemand meer geciteerd wordt dan ik, ben ik ook een beetje jaloers. Voor mij werkt dat systeem wel. Ik voel me daarin als een vis in het water. Bovendien krijg je er heel veel vrijheid voor terug: als je levert, kun je min of meer doen wat je wilt.

“Maar je moet er veel voor opgeven. Voor veel mensen is het vinden van een goede partner belangrijk. Laat die toe dat je hard werkt? Als je partner vijf maanden per jaar op vakantie wil, wordt het moeilijk om academicus te worden.”

Hebt u een partner?

“Nee, ik ben eerlijk gezegd niet getrouwd om te kunnen werken. Mijn beste moment van de week is de zaterdagmorgen. Dan is de uni muisstil en kan ik me ontzettend goed concentreren. Iets gezelligs met een partner doen is er dan niet bij. Als ik die keuze niet zou hebben gemaakt, zou ik nooit zijn waar ik nu ben.”

Zijn er ook nooit partners geweest?

“Ja, natuurlijk wel. Maar ik praat graag over werk. Met jou, met collega’s, met managers. Als ik date heeft iedereen binnen een uur door: deze man praat alleen maar over zijn werk of over de universiteit. Dat is niet leuk voor een partner.”

Gaat u dat anders doen nu u met emeritaat bent?

“Ja, ik moet iets doen aan mijn levenswijze doen en een tandje terugdraaien. Alleen oud worden is niet goed voor je, blijkt uit onderzoek. Ik heb besloten om een aantal dingen te doen nu ik met emeritaat ben. Een daarvan is een partner vinden. Maar ik wil ook lid worden van een gym en van een fietsclub. Ik moet de universiteit vervangen in mijn leven.”

Willem Verbeke mok pennsylvania- Geisje van der Linden
Beeld door: Geisje van der Linden