Ja. Dat dachten we. Payal Arora zag ze overal ter wereld, de miljoenenprojecten van filantropen, NGO’s, overheden en technologiebedrijven die gebaseerd zijn op de aanname dat mensen in ontwikkelingslanden spontaan uit de problemen zijn als je ze maar de juiste technologie geeft. Maar als ze iets leerde tijdens de talloze reizen die ze maakte, is het dat die aanname bij het grofvuil kan. Arme mensen zijn niet anders, zegt ze. “Zodra ze op internet kunnen, willen ze hetzelfde als wij. Gamen, chatten, muziek luisteren, youtuben en porno kijken.”

Payal Arora (1975) is als digitaal antropoloog verbonden aan de Erasmus School of History, Culture and Communication. Ze werd geboren in India, woonde lange tijd in de Verenigde Staten en werkte als kunsthandelaar en consultant voor ze aan Columbia University promoveerde met het onderzoek Social Computing in the Central Himalayas. Ze is inmiddels tien jaar verbonden aan de Erasmus Universiteit en was tot deze winter columnist voor Erasmus Magazine. Deze maand verschijnt The Next Billion Users: Digital Life Beyond the West.

Armoede uitbannen

Het is een van de mythes die digitaal antropoloog Payal Arora met een combinatie van aanstekelijke anekdotes, cijfers en een enorme hoeveelheid veldwerk ontzenuwt in haar boek The Next Billion Users: Digital Life Beyond the West (net verschenen bij Harvard University Press).

“Men is ervan overtuigd geraakt dat technologie voor ontwikkelingslanden veel meer kan betekenen dan voor ons”, zegt Arora. De ambities liegen er niet om: beter onderwijs, een eerlijke rechtsstaat, het uitbannen van armoede en onderdrukking. Maatschappelijke problemen die tot nog toe onoplosbaar leken, zouden dankzij een app of device als sneeuw voor de zon verdwijnen. “Natuurlijk kan technologie veel goeds bewerkstelligen. Maar als je kijkt hoe Nederland zo’n welvarend, relatief gelijkwaardig land is geworden, kom je uit bij menselijke wil, bij het collectieve streven naar een eerlijke samenleving en de bereidheid om die met wetten te verankeren. Waarom verwachten we van een ontwikkelingsland dan iets heel anders?”

Hun eigen vijand

Het is tekenend voor deze tijd, zegt ze, die gedomineerd wordt door het aan Silicon Valley ontsproten vooruitgangsdenken. Natuurlijk, het wemelt in de westerse wereld van de kritiek op de rol van techgiganten (Privacy! Cambridge Analytica!), maar het geloof dat technologie de wereld kan verbeteren heeft zich intussen diep ons collectieve bewustzijn genesteld. Dus steken we ons geld liever in een start-up die met een onderwijsapp wereldwijd verheffing belooft, dan in fatsoenlijk salaris voor docenten.

“We vertrouwen meer op techniek dan op mensen. Het helpt dat de Bill and Melinda Gates Foundation en de Zuckerberg Foundation grote spelers zijn geworden in het ontwikkelingswerk. Arme mensen, zo is het idee, zijn hun eigen vijand. Ze zijn miserable, maken irrationele keuzes. Ze zitten vast in hun eigen val. Maar technologie zou in staat zijn om een hele samenleving te herstructureren. En iedereen doet mee.”

Gamen en porno kijken

Payal-Arora-3-Geertje-van-Achterberg
Beeld door: Geertje van Achterberg

In haar boek beschrijft ze de digitaliseringsgolf zoals ze die observeerde in Braziliaanse sloppenwijken en in Chinese miljoenensteden. Ze trok naar Zuid-Afrika, naar de Himalaya. Een kwart van de wereldbevolking is jong, rekent ze voor. En 90 procent van die jongeren leeft buiten het westen. Dat levert een totaal andere dynamiek op.

Grinnikend vertelt ze over een project in 2004. Afgelegen dorpen in het Zuiden van India zouden verheven worden door het plaatsen van openbare computerterminals, ‘ATM’s for information werden ze genoemd’. Een groot succes, qua bezoekersaantallen dan. Jongeren, vooral jongens, verdrongen zich maandenlang rond de apparaten, er werd zelfs gespijbeld van school. Maar, zo bleek later, vooral om te gamen en porno te kijken.

Of de internetcafés in de Himalaya waar jongeren zogenaamd naast elkaar hun huiswerk zaten te maken. In de conservatieve gemeenschappen, waar de sociale controle benauwend is en vrijwel alle huwelijken gearrangeerd worden, bleek dit een van de weinige plekken te zijn waar jongens en meisjes elkaar konden ontmoeten. Terwijl hun vrienden buiten de wacht hielden – want spannend was het toch ook – hadden ze via het toetsenbord, al chattend en hier en daar een voorzichtige blik over en weer, voor het eerst contact met de andere sekse.

“Jongens die het geld dat bestemd was voor eten opspaarden om te kunnen chatten met een meisje”, zegt Arora. “Is dat irrationeel? Ik kan me voor een tiener eerlijk gezegd niets logischer voorstellen.”

Misplaatste arrogantie

Payal Arora groeide op in een atypisch Indiaas middenklassegezin. Vader een gedreven, ietwat geïsoleerde intellectueel die aan de eettafel filosofie besprak met zijn twee dochters, een moeder die zich radicaal afzette tegen elke maatschappelijke norm. “Ze droeg geen sari, had geen bindi, zo’n rode stip op het voorhoofd. Ze haat het als mensen zeggen wat ze moet doen.”

Ze was zeventien toen ze van huis wegliep. Net zo dwars als haar moeder, net zo gefascineerd door grote ideeën als haar vader. Met een groep leeftijdsgenoten startte ze een woongroep. “We vonden dat er van alles mis was met het Indiase onderwijssysteem en dat gingen we weleens veranderen met Thoreau en Krishnamurti in de hand.” Daarna woonde ze een tijdje in San Francisco. “Een Duitse jongen had tegen me gezegd: ‘Daar moet je heen, dat is net India.’”

Ze probeerde het te maken als kunstenaar, verdiende een paar jaar de kost als serveerster, studeerde af, kwam als kunsthandelaar bij een Amerikaanse galerieketen terecht, promoveerde en belandde uiteindelijk min of meer bij toeval middenin het web van technologie, samenleving en wetenschap. “Op een gegeven moment kreeg ik, zoals heel veel immigranten, de behoefte om iets goeds te gaan doen. Ik dacht: ik ben de gelukkige die erin is geslaagd om weg te komen, maar mijn familie is nog daar.”

Als techconsultant kwam ze in de Himalaya terecht met exact dezelfde misplaatste arrogantie die ze westerse politici, filantropen en intellectuelen nu in haar boek verwijt. “Ik was een halve Amerikaan geworden, maar ik dacht met mijn Indiase achtergrond: ik weet wel wat die mensen nodig hebben.”

Verwend

Payal-Arora-2-Geertje-van-Achterberg
Beeld door: Geertje van Achterberg

Toch domineert in The Next Billion Users niet het cynisme. Wij, in de westerse wereld, zegt Arora, zijn het internet en al haar voorzieningen in korte tijd als een vanzelfsprekendheid gaan beschouwen. We zijn in zekere zin verwend. En hoe terecht de zorgen over privacy, information overload en eigenaarschap van data ook zijn, daarmee vergeten we het plezier, de nieuwe ontmoetingen, de emancipatoire kracht die het web ook in zich draagt.

“In ontwikkelingslanden zijn ze zo optimistisch”, zegt Arora. In zekere zin doet het haar denken aan zichzelf, in de tijd dat wij net internet kregen. Ze haalt een onderzoek aan naar de overlap tussen ‘echte’ vrienden en ‘online’ vrienden. In Europa, zo blijkt, is gemiddeld slechts 4 procent van de Facebookvrienden een totale vreemde. In ontwikkelingslanden is dat meer dan de helft. In Europa ziet een kwart van de mensen zichzelf als een global citizen. In Afrika en Azië is dat meer dan 80 procent. “Dat zijn mensen die hun dorp niet uit komen. Maar tegen mij hebben ze het over ‘My friend Jess’ en ‘My friend John’ alsof ze hen al jaren kennen.”

Propaganda en censuur

Is het een kwestie van tijd tot ook bij de Afrikaanse smartphonebezitter het optimisme plaatsmaakt voor zorgen over privacy? Arora ziet het niet gebeuren. Armoede is een ‘sticky thing’, zegt ze. En datzelfde geldt voor de politieke situatie in een land. Want ‘mind you’, nog geen 5 procent van de wereldbevolking leeft in wat The Economist omschrijft als een ‘volledige democratie’ (zelfs landen als de VS en Frankrijk voldoen niet aan de eisen). Onder de rest is een aanzienlijke groep die op de een of andere manier te maken krijgen met repressie, propaganda en censuur.

“Voor deze groep mensen doet het internet dagelijks waarvoor het bedoeld is. Het geeft mensen de mogelijkheid om – al dan niet via versleutelde chatdiensten – andere mensen te ontmoeten. Om nieuwe werelden te kunnen verkennen, lol te kunnen trappen. Het biedt kleine uithoeken waar mensen in enige mate zichzelf kunnen zijn.”

Ze pauzeert even. “Waarom zitten wij WhatsApp dan te bashen?”

Al 2 reacties — discussieer mee!