“We zien dat andere universiteiten delen van onze studie hebben overgenomen”, vertelt Maria Grever, het hoofd van de afdeling Geschiedenis. “Maar in alle eerlijkheid, wij kijken ook naar ontwikkelingen bij andere faculteiten. In bepaalde opzichten zijn de geschiedenisstudies meer op elkaar gaan lijken.”

Is er dan nog wel iets typisch Rotterdams aan de studie op de EUR? ‘Absoluut’, zeggen de makers van het geïllustreerde boek History@Erasmus dat gemaakt is ter ere van het jubileum.1 Zij hebben diezelfde vraag voorgelegd aan de onderzoekers van de geschiedenisafdeling. “Verschillende pijlers uit de vroege jaren van het programma zijn nog steeds terug te zien, zoals het belang van methodiek en de focus op meer dan alleen de Westerse geschiedenis”, schrijven de auteurs. “De insteek is hier inderdaad nog steeds methodisch, analytisch en minder verhalend”, vult Grever aan. “We zijn ook de enige studie Geschiedenis waar het vak statistiek nog verplicht is.”

De letterenfaculteit die nooit kwam

Waarom een 105-jaar oude universiteit een klassieke studie als Geschiedenis ‘pas’ 40 jaar heeft, is eenvoudig te verklaren. De eerste 65 jaar was de EUR een economische hogeschool (de Nederlandse Handels-Hogeschool en later de Nederlandse Economische Hogeschool). Om zichzelf universiteit te mogen noemen waren destijds onder meer een studie filosofie en een letterenfaculteit nodig. De studie Maatschappijgeschiedenis had onder die nieuwe faculteit moeten vallen, maar die is er nooit gekomen. In de jaren 70 was de EUR dichtbij, maar Tilburg kreeg de faculteit toegewezen al heb je daar nooit als historicus kunnen afstuderen.

De strijd leek gestreden, want met wegglippen van de letterenfaculteit leek het ook onmogelijk om een geschiedenisstudie te beginnen. In 1976 begon toenmalig rector magnificus Bart Leijnse opnieuw met een lobby. Twee jaar later gaf de minister van Onderwijs dan toch toestemming voor de start van de nieuwe opleiding. Door het ruimtegebrek op campus Woudestein kregen de geschiedenisstudenten overigens les in het gebouw van Geneeskunde, op de twintigste verdieping. Tijdelijk, zo werd gezegd, maar daar werd de studie twaalf jaar ondergebracht.

Vitaal

“We zijn misschien niet de grootste of meest bekende studie van de EUR, maar we zijn nog steeds vitaal”, vertelt Grever. “Onze onderzoekers nemen deel aan het maatschappelijk debat en halen onderzoeksgelden binnen.” Ieder jaar beginnen nog steeds rond de honderd eerstejaars aan de bachelor Geschiedenis en 45 studenten aan de master. “Als je dan nu hoort over het lage aantal studenten bij sommige studies, zoals Nederlands, dan schrik ik daar erg van. Dat kan ook gebeuren. Achteraf is de ESHCC een ijzersterke combinatie van drie robuuste wetenschapsgebieden: Geschiedenis, ACW, en Media & Communicatie. Wij hebben geen last van de kleine Letteren, zoals de talen.”

Om vitaal te blijven, vernieuwde de afdeling een aantal jaar geleden het onderwijs. Sinds 2015 hebben de eerstejaars studenten niet langer twee vakken tegelijkertijd. “De lesblokken zijn daar ook wat korter, maar de focus ligt nu volledig op één vak. In BA-2/3 hebben studenten wel twee vakken tegelijkertijd en zijn de blokken langer.” Ook is de naam van de studie aangepast: van ‘Maatschappijgeschiedenis’ naar ‘Geschiedenis’. De bachelor en de master worden tegenwoordig allebei in een internationale versie aangeboden.

Grever is een groot voorstander van die internationalisering van de studie. “De internationale studenten verrijken de discussies en daardoor de colleges. We betrekken altijd actuele, internationale zaken bij de colleges en met de studenten van over de hele wereld worden die discussies ineens diepgaander. De overeenkomsten bespreken tussen de wapenwedloop in de vorige eeuw en de huidige zinspelingen van de Amerikaanse president om weer kernwapens te maken, is veel interessanter als er ook studenten uit de VS en Rusland mee discussiëren.”

Geschiedenis viert de veertigste verjaardag vrijdag met een conferentie. Ironisch genoeg wil de afdeling dan niet te veel terugkijken op de historie van de geschiedenisstudie. “We kijken vooruit”, vertelt Grever. “Daarom hebben we op het congres ook veel ruimte voor onze jonge onderzoekers, zij zijn de toekomst.”

  1. Het boek is samengesteld door Alex van Stipriaan, Gijsbert Oonk en Sandra Manickam ↩︎
Al één reactie — discussieer mee!