ECE

Is de ECE-campus het Rotterdamse antwoord op Google HQ?

Een glijbaan, schommels en een bar - je verwacht ze eerder in het hoofdkantoor van Google dan op een campus.

Maar het is díe ondernemingsgeest die Erasmus University met het Erasmus Centre for Entrepreneurship (ECE) wil stimuleren. Met een beetje geluk maken we hier in Rotterdam op de ECE-campus van de Rotterdam Science Tower de geboorte mee van de volgende Google.

Het is tien uur ’s ochtends. In de kantoortuin op de elfde verdieping zijn groepjes mensen al volop aan het werk op hun laptops en tablets. De centraal gelegen bar is nog niet open, daar is het nog veel te vroeg voor, maar in de koffiecorner van de ECE-campus is het een drukte van belang. Ondernemers staan in de rij om een shot cafeïne te bemachtigen en zijn ondertussen druk met elkaar in gesprek, om daarna weer gauw aan de slag te gaan. Links van hen staat een kast die wel wat doet denken aan een trofeeënkast zoals je die op middelbare scholen ziet. “Heb je dit al gezien?” vraagt Hendrik Halbe, directeur van het ECE, terwijl hij iets oppakt wat het midden houdt tussen een tafeltennisset en een badmintonset. “Helix is ontworpen en gemaakt door studenten van Erasmus en het spel is nu overal te koop!”

Een unieke, interactieve omgeving

De ECE-campus in de Rotterdam Science Tower achter het Marconiplein heeft sinds de opening in maart 2014 een snelle groei doorgemaakt. Om tegemoet te komen aan de toenemende vraag naar werkruimte voor de meer dan vijftig start-ups die hier hun intrek hebben genomen, heeft de campus onlangs een nieuwe verdieping geopend. Hiervoor moest het een en ander worden verbouwd en het ontwerp dat zo ontstond heeft geleid tot een “interactieve verdieping, waar iedereen elkaar spreekt”, legt Halbe uit.

Met de unieke omgeving en sfeer waar zo vaak naar wordt verwezen, is deze interactiviteit de sleutel tot het succes van de campus. Het is waardevol om kennis en best practices te delen; toevallige ontmoetingen bij de pas geopende Starbucks-koffiecorner of bij de Bavaria Bar kunnen leiden tot innovatieve ideeën en oplossingen. Samen lachend van de glijbaan af gaan, van de ene verdieping naar de andere, trouwens ook. Naast kantoorruimte en flexplekken biedt de campus, met zijn sterk academische achtergrond door de band met EUR, een informele, interactieve omgeving waar start-ups van elkaar leren.

Van student naar topondernemer

De in de ECE-campus gevestigde start-ups beschikken over een wisselende mate van ervaring. De leden variëren van studenten die hard aan hun eerste doorbraak werken tot zogenaamde serieondernemers. Jan Borghuis en Gijs van Lookeren Campagne van Greenwheels, het succesvolle platform voor deelauto’s, zijn slechts twee van de serieondernemers die de campus als uitvalsbasis hebben. Greenwheels is geen traditioneel autoverhuurbedrijf, maar maakt het mogelijk auto’s te delen; gebruikers kunnen per kwartier een auto huren, hun voertuig op een handige locatie ophalen en 24/7 online reserveren. Nadat Greenwheels begin 2015 werd gekocht door Volkswagen zijn de twee heren verhuisd naar de ECE-campus, waar ze aan een nieuwe onderneming werken. Dankzij de verschillende expertiseniveaus van de leden gecombineerd met hun interdisciplinaire achtergrond biedt de campus start-ups een leerrijke omgeving  met alle ruimte voor samenwerking.

Korstiaan Zandvliet, CEO en medeoprichter van het crowdfundingplatform voor start-ups Symbid, is zeer te spreken over de sfeer op de campus. Terugdenkend aan zijn tijd op RSM vertelt hij dat hij op een steenworp afstand woonde van zijn medeoprichters en dat er veel meer studentondernemers bij hem in de straat woonden. Inmiddels werken veel van deze oud-studenten voor of samen met Symbid, terwijl weer anderen hun eigen bedrijf of bedrijven hebben opgezet en het platform gebruikten om de financiering voor hun onderneming rond te krijgen. Volgens Zandvliet is de ECE-campus goed te vergelijken met de gemeenschap van ondernemers die hij zich herinnert van zijn jaren op RSM: een trefpunt voor gelijkgestemden. “Hier op de campus zie je allerlei verschillende stromingen samenkomen die zich met ondernemerschap bezighouden. Je hebt de academische kant, de professionals, diverse kleine studentenbedrijven en mensen die gewoon geïnteresseerd zijn in ondernemerschap en ondernemersactiviteiten.”

“We helpen elkaar, het is een ecosysteem van bedrijven waar alle betrokkenen van profiteren” — Korstiaan Zandvliet, CEO en medeoprichter van Symbid

“Symbid, bijvoorbeeld, biedt de kleinere start-ups ondersteuning op het gebied van financiering.” Sinds de lancering van hun platform, The Funding Network™, in maart 2015, heeft Symbid al meer dan 164 miljoen euro aan investeringen voor start-ups weten aan te trekken. “De ECE-campus biedt een op samenwerking gerichte, gestructureerde benadering van ondernemersactiviteiten en kan daarbij steunen op de academische programma’s van een van ’s werelds meest gerenommeerde universiteiten op het terrein van ondernemerschap,” merkt Zandvliet op over het succes van de campus.

The ‘campus playground’ 
De ‘campus speeltuin’ — compleet met schommels. Foto: ECE.

Waar het ECE de perfecte thuisbasis vormt voor een onderneming als Symbid, gebruiken anderen de campus om de bal aan het rollen te brengen en daarna naar een andere locatie te vertrekken. Zo ging het ook bij Elqava, een abonnementservice voor koffie opgezet door studentondernemers van EUR, die nu flexruimte huren in het Groothandelsgebouw tegenover het Centraal Station. Tom Pieter, salesmanager bij Elqava en student IBCoM, is na hun vertrek nog steeds positief over de sfeer bij het ECE. “Het ECE is een fantastische opleider. De campus biedt een voortreffelijke sfeer als je net begint. Neem bijvoorbeeld het crowdfundingplatform Symbid: het bedrijf zelf is nuttig voor een start-up, maar dat geldt ook voor de mensen die erbij betrokken zijn,  ze staan altijd klaar met goede raad en helpen je om connecties op te bouwen. We hebben veel profijt gehad van de ervaring van dit soort bedrijven en ook van de sprekers die het ECE bezochten. Of het nu een specifiek evenement betreft of gastcolleges tijdens de minor ondernemerschap, het zijn stuk voor stuk zeer inspirerende ervaringen waar je leerzame inzichten en adviezen aan overhoudt.”

Tom legt uit dat met name de locatie reden was om het ECE te verlaten. Het was “gewoon te ver” van de stad en de Woudestein-campus. Daarnaast is hij van mening dat Elqava uit moest vliegen om te kunnen blijven groeien en leren. “We hadden onze hulpbronnen daar uitgeput. Het is nu eenmaal zo dat je als ondernemer uiteindelijk echt aan de bak moet en dat betekende voor ons dat we erop uit moesten trekken om het geleerde in praktijk te brengen,” zegt Tom.

 

In november 2013 pitchte Elqava zijn product bij EM.

EUR en de ECE-campus

Het ECE mag dan ten opzichte van de EUR helemaal aan de andere kant van de stad liggen, maar zoals Justin Jansen, wetenschappelijk directeur van het ECE en hoogleraar Ondernemerschap bij RSM, benadrukt, werkt de universiteit wel nauw samen met de campus. “De rol van de universiteit is niet alleen om bepaalde vaardigheden aan te leren of te helpen ontwikkelen, maar ook om onze studenten de kans te bieden op verschillende manieren te groeien,” aldus Jansen. “We werken mee aan de ontwikkeling van de start-up- en groeiversneller-programma’s en verzorgen er veel lessen, onder andere voor de minor ondernemerschap. Cursussen in het masterprogramma worden ook daar gegeven vanwege de sfeer en omdat veel van de [meer dan vijftig] daar gevestigde start-ups als gastdocenten optreden in onze programma’s”, zegt hij. “Vijf tot tien jaar geleden dacht iedere student bedrijfsadministratie later bij een groot bedrijf terecht te komen. We laten nu zien dat er andere keuzemogelijkheden zijn: ondernemer worden is ook een haalbare optie.”

Justin Jansen, wetenschappelijk directeur van het ECE en hoogleraar Ondernemerschap bij RSM, aan het woord tijdens het ECE Congres 2014. Foto met toestemming van het ECE.

Voor studenten die serieus nadenken over het ondernemerschap biedt het Student Entrepreneurs Excellence Programme (StEEP) van de EUR ondersteuning bij het jongleren met academische en zakelijke verplichtingen. Hendrik Halbe, directeur van het ECE: “Veel mensen kijken naar de Zuckerbergs zonder zich te realiseren dat het heel zwaar is om ondernemer te zijn, het is keihard werken –  het is gewoon topsport. We hebben StEEP opgezet om deze topondernemers hulp te bieden wanneer ze af en toe worstelen met de combinatie ondernemen en studeren op hoog niveau. StEEP biedt ondersteuning door middel van coaching en helpt bij het plannen van de werklast, zowel aan de ondernemerskant als aan de studiekant. Dankzij coaching op beide fronten lukt het ze om af te studeren.”

Uitwisselingsprogramma met Silicon Valley voor start-ups

Met het oog op de snel uitbreidende campus en de groeiende internationale reputatie speurt het ECE altijd naar nieuwe kansen. Er zit momenteel een gegadigde in de pijplijn waar zowel de start-ups op de campus als de op ondernemerschap gerichte studenten van de EUR profijt van kunnen hebben. “We gaan wellicht samenwerken met Silicon Valley en de University of California”, licht Jansen toe. “De University of California is geïnteresseerd in het reilen en zeilen op de ECE-campus, waaruit je zou kunnen opmaken dat ze niet tevreden zijn over de manier waarop de samenwerking met Silicon Valley verloopt. Ze zien in ons een voorbeeld van hoe een specifiek voor jong ondernemerstalent ingerichte ruimte kan worden gerund en hoe een dergelijk centrum, waar iedere dag weer iets nieuws gebeurt, functioneert.”

“Ze zien in ons een voorbeeld van hoe een specifiek voor jong ondernemerstalent ingerichte ruimte kan worden gerund”

Jansen legt uit dat ze van plan zijn een uitwisselingsprogramma op te zetten, waarbij start-ups uit Rotterdam naar Silicon Valley gaan en andersom. EUR-studenten zouden ook van een dergelijk programma kunnen profiteren, vooral degenen die de grotendeels op de ECE-campus onderwezen minor ondernemerschap volgen. Natuurlijk zou het ondernemers ook grote kansen bieden om op een breder internationaal niveau kennis en best parctices te delen. “Nu gaat het om samenwerking met de University of California, maar misschien doen we in de toekomst wel iets vergelijkbaars met andere hotspots waar ook ter wereld”, zegt Jansen. Hij noemt daarbij Aziatische bestemmingen als voor de hand liggende partners.

ECE directeur Hendrik Halbe glijdt van de glijbaan. Foto ECE.

Campus ontworpen om interactie te bevorderen

De campus zelf, die zich bevindt op de tiende en elfde verdieping van de Rotterdam Science Tower, is voor een speciaal doeleinde gebouwd. De inrichting bevordert de communicatie en interactie tussen de ondernemers en biedt aankomende ondernemers de keuze tussen de glijbaan en de trap om zich van de ene verdieping naar de andere te verplaatsen. “In veel gebouwen is de communicatie tussen verdiepingen ronduit slecht. Om daar verandering in te brengen, moet je iets doen wat aandacht trekt,” zegt Halbe over de nieuwe glijbaan. Ondernemers kunnen er ook voor kiezen om te vergaderen in de ‘campus playground’, waar de stoelen zijn vervangen door schommels en de vloer bedekt is met kunstgras. Sommige details maken volgens Halbe gesprekken los, ze breken als het ware het ijs. “Ondernemerschap gaat over het onmogelijke doen of dingen doen die krankzinnig lijken”, zegt hij, een vergelijking trekkend met de nieuwe glijbaan tussen de verdiepingen. “Ja, over die glijbaan hebben we lang geaarzeld, maar uiteindelijk hebben we het toch gedaan.”

Dus wie weet wordt de volgende Google wel hier in Rotterdam geboren. Met zoveel bruisende ondernemersactiviteiten en steun van een van de toonaangevende universiteiten op het gebied van ondernemerschap ligt er voor het Erasmus Centre for Entrepreneurship een veelbelovende toekomst in het verschiet.

“Ondernemerschap gaat over het onmogelijke doen of dingen doen die krankzinnig lijken” — Hendrik Halbe, directeur van het ECE

Deel dit artikel

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
  • Hiermee kun je je aanmelden voor de EM nieuwsbrief. Je krijgt elke donderdag een mail met het belangrijkste nieuws van de week. Er is een Nederlandstalige en een Engelstalige editie.

    Vragen over de nieuwsbrief? Lees eerst onze veelgestelde vragen.