De Universiteitsraad probeert zich aan te passen aan een internationaliserende universiteit en vergadert in het Engels. Vergaderen met tolken of in het Nederlands degradeert internationale leden tot ‘tweederangs’, schrijft René Karens.

Chris Aalberts constateert ongemak over de pilot ‘Engelstalig vergaderen’ die de Universiteitsraad in November is gestart. Hij betoogt dat de Universiteitsraad ofwel voor echte tweetaligheid zou moeten kiezen, in navolging van het Europees Parlement, ofwel zou moeten kiezen voor Nederlandstalige vergaderingen als volledig tweetalig te duur is. Die conclusie is volgens mij iets te kort door de bocht.

Steeds meer niet-Nederlandstalige medewerkers en studenten werken of studeren aan onze universiteit. Sinds vorig collegejaar zijn internationale raadsleden gekozen als lid van de Universiteitsraad. Vorig jaar hanteerden wij hiervoor de tweetalige oplossing ‘á la Europees Parlement’:  tolken tijdens de vergaderingen. Deze ervaring liet zien dat internationale leden dan ook nog niet volwaardig mee kunnen doen in de inhoudelijke discussies. Er is in de praktijk, in de woorden van Chris Aalberts, sprake van ‘tweederangs leden’. Met volledig Nederlandstalig vergaderen is dit probleem alleen maar groter; dan degraderen we onze niet-Nederlandstalige collega’s pas echt tot tweederangs leden. Op korte termijn voor het raadswerk Nederlands leren is geen realistische eis, want deze leden werken of studeren hier vaak tijdelijk, in een verder volledig Engelstalige omgeving. We zijn dus nog zoekend naar wat de beste werkwijze is.

Het belangrijkste uitgangspunt in deze zoektocht zou moeten zijn dat de Universiteitsraad alle medewerkers en studenten van de EUR vertegenwoordigt. Dit betekent dat elk gekozen lid volwaardig moet kunnen deelnemen aan beraadslagingen, en dat vergaderingen van de Universiteitsraad voor alle medewerkers en studenten die interesse hebben toegankelijk moet zijn. Ook voor de groeiende groep niet-Nederlandstaligen.

Het doel van de pilot ‘Engelstalig vergaderen’ is om ons te helpen bepalen of  vergaderen in het Engels hierbij helpt. Ervaringen in de pilot zullen in januari worden vergeleken met de ervaringen van de tweetalige oplossing vorig jaar; van een definitief besluit is dus nog geen sprake. Kosten of het al dan niet ontstaan van ongemak zijn daarbij niet leidend; zoveel mogelijk gekozen leden de mogelijkheid bieden volledig mee te doen in de vergadering wel.

Wij zoeken als Universiteitsraad nog naar de beste manier om alle gekozen leden de beste kansen te bieden hun raadlidmaatschap zo goed mogelijk in te vullen. Aanpassen aan veranderende omstandigheden, zoals internationalisering, is niet makkelijk en vraagt van alle betrokkenen, (Raadsleden, Griffie, College van Bestuur) extra inspanning. Wat ‘gezond ongemak’ hoort daar waarschijnlijk bij. Dat is echter nog geen reden om te stoppen met zoeken naar de beste oplossing. Ik waardeer alle input en tips vanuit de universitaire gemeenschap die ons in dit proces kunnen helpen. Ik nodig iedereen daarnaast graag uit om eens te komen kijken hoe zo’n vergadering eraan toe gaat en ons te laten weten wat er beter zou kunnen. De vergaderdata zijn te vinden op www.eur.nl/uraad.

René Karens is masterstudent Bestuurskunde en voorzitter van de Universiteitsraad. Reageren? Mail naar redactie@em.eur.nl.