Moeizame zoektocht naar wetenschapsfraude

De wetenschappelijke integriteit bij Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstituten is sinds 2005 vaker geschonden dan de universiteiten begin 2012 meldden, stelt journalist Frank van Kolfschooten in zijn boek ‘Ontspoorde wetenschap’.

 

‘Valse vooruitgang’ heette het boek over bedrog in de wetenschap waarmee Van Kolfschooten in 1993 naam maakte. Eind 2011 besloot hij een vervolgboek te schrijven waarvan het resultaat vrijdag in de boekhandel ligt. Bij universiteiten vond hij in totaal 33 zaken waarin de schending van wetenschappelijke integriteit vaststaat. Twee zaken bij het Nederlands Kanker Instituut en TNO werden eveneens gegrond verklaard.

Het ging in vijftien gevallen om plagiaat, elf keer om het verzinnen of vervalsen van data, vier keer om auteurskwesties en vijf keer om schendingen als belangenverstrengeling. Er werden 24 sancties opgelegd, variërend van berisping tot ontslag.

Bij elke universiteit speelde sinds 2005 minstens één integriteitsaffaire die gegrond is verklaard. Uitzonderingen zijn de Open Universiteit, de Universiteit Twente en de Universiteit Maastricht, al bestaan er twijfels over de manier waarop een Maastrichtse commissie is omgegaan met een klacht over de psychologe Elke Geraerts, die nu bij de Erasmus Universiteit werkt. Drie collega’s van haar hebben het psychologietijdschrift Memory gevraagd om hen als coauteurs van een artikel van Geraerts te schrappen, omdat de onderzoeksdata niet zouden kloppen. De redactie doet nader onderzoek naar de studie.

Van Kolfschooten moest veel zaken zelf achterhalen, ook al omdat de informatie die universiteitenvereniging VSNU begin 2012 aan NRC-Handelsblad ter beschikking had gesteld, nog onoverzichtelijk en onvolledig was. “Enkele zaken die zonder twijfel bij universiteiten hadden plaatsgevonden bleven onder water”, schrijft hij.

Hij stuurde een ‘e-mailbombardement’ aan achtduizend wetenschappers met het verzoek om relevante zaken te melden. Het leverde duizend reacties op. Veel wetenschappers bleken zich zorgen te maken na de geruchtmakende Stapel-affaire en juichten onderzoek door een buitenstaander toe. Ze waren vaak kritisch over hun bestuurders, zeker als die rechtstreeks contact met Van Kolfschooten afraadden.

Dat gebeurde bijvoorbeeld door het VU Medisch Centrum dat ruim honderd medici een e-mail schreef waarin te lezen stond dat de dienst communicatie de journalist in contact had gebracht met de Ombudsman wetenschappelijke integriteit van het VUmc. “De raad van bestuur zou het daarom juist vinden dat u niet reageert op het verzoek van de betreffende journalist.”

Ook bestuurders van andere instellingen wezen hun personeel erop dat direct contact uit den boze was en dat alle contacten via de afdeling voorlichting moesten verlopen. Maar erg spraakzaam was men daar volgens Van Kolfschooten niet over fraudezaken, meestal “met het oog op de privacy”.

De Rijksuniversiteit Groningen wilde begin 2012 geen informatie beschikbaar stellen over fraudezaken, maar kwam daar van terug toen Van Kolfschooten erop wees dat ze daartoe wettelijk verplicht was. Eén advies over een plagiaatzaak ontbrak aanvankelijk, maar medio 2012 plaatste de RUG het alsnog op de website van de VSNU. Daar worden integriteitsschendingen sinds juni verzameld. Het beleid was kennelijk aangepast, constateert de auteur.

Ook de samenwerking met de Universiteit van Tilburg verliep moeizaam. De instelling hield vol dat er, voorafgaand aan de affaire Stapel, onder het rectoraat van Frank van der Duyn Schouten geen fraudemeldingen waren binnengekomen. Maar uit een per ongeluk aan de auteur verzonden mailtje zou blijken dat de betrokken Tilburgers een – nooit in behandeling genomen – plagiaatklacht doelbewust achterhielden.

De wetenschappers lieten zich intussen niet afschrikken en gaven informatie over integriteitskwesties waarmee Van Kolfschooten de informatie van de universiteiten kon aanvullen.

In het boek reconstrueert Van Kolfschooten tientallen bekende en minder bekende casussen van plagiaat en vervalsing. De recente affaires rond Stapel, Poldermans en Smeesters passeren de revue, maar ook de mogelijke fraude van emeritus VU-hoogleraar antropologie Mart Bax en een fraudegeval dat werd aangekaart door Twentse hoogleraar Bram Nauta.

‘Ontspoorde wetenschap’ bevat verder een historisch overzicht van plagiaat, te beginnen bij de Rotterdamse geleerde Erasmus. Die was niet alleen de eerste plagiator in de Nederlandse academische geschiedenis, maar waarschijnlijk ook de eerste vervalser. Hij voegde aan de door hem samengestelde verzamelde werken van de derde-eeuwse bisschop Cyprianus een geschrift toe dat hij waarschijnlijk zelf geschreven heeft. De tekst werd later nooit meer ergens aangetroffen. HOP

‘Ontspoorde wetenschap. Over fraude, plagiaat en academische mores.’ Uitgeverij De Kring, €19,95. Vanaf 26 oktober in de boekhandel (gesubsidieerd door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en Stichting Democratie en Media).

Deel dit artikel