Waarom deze wetenschappers graag samenwerken met Defensie
De Nederlandse universiteiten willen meer samenwerken met Defensie. Dat is voor sommige wetenschappers controversieel, voor andere is het dagelijkse kost. In hoeverre verschilt hun werk met ander onderzoek en waar ligt voor hen de grens? Drie wetenschappers vertellen over hun samenwerking.

Afbeelding door: Mediacentrum Defensie
Hoogleraar Management Science Albert Wagelmans van de Erasmus School of Economics windt er geen doekjes om. De relatie tussen zijn werkveld operationele research en Defensie: zijn vakgebied vindt zijn oorsprong in Tweede Wereldoorlog. “Militairen wilden weten hoe je voor 95 procent zeker kan weten dat je met je bom een doel raakt. Dus gingen wetenschappers nepbommetjes gooien en meten waar ze terecht kwamen. En als je een invasie in Frankrijk wil doen, hoe plan je dat dan? Daar komt een enorme logistiek bij kijken. Veel van de opgedane kennis was na de oorlog goed toepasbaar in bedrijfsprocessen en logistiek.”
Algoritmes voor luchtafweer
Defensie bleef na de oorlog een rol spelen in het vakgebied én later ook in de carrière van Wagelmans. Meestal ging dat via TNO, een onafhankelijke organisatie die veel onderzoek doet voor Defensie. “De eerste keer dat ik met TNO samenwerkte ontstond dat via een student. Die ging onderzoek doen naar de luchtafweer op fregatten. Zo’n systeem koop je weliswaar, maar dat is niet kant-en-klaar. Je krijgt er geen algoritme bij voor de aansturing. Dat moet je zelf ontwikkelen, want als de fabrikant iedereen dezelfde software zou geven, heeft geen enkele klant een strategisch voordeel en weet de tegenstander precies wat je hebt.”
Later ontstond er ook een promotietraject samen met TNO en de Nederlandse Defensie Academie. “Die organisaties kennen geen promotierecht. Ook zijn wetenschappers vaak beter bekend met de literatuur. En TNO heeft een wetenschappelijke reputatie hoog te houden, en samenwerking met een universiteit helpt daarbij”, legt Wagelmans uit. De promovendus onderzocht algoritmes voor verkenningsvluchten met drones. Wagelmans benadrukt dat het om verkenning ging en dus niet om offensieve drones. “Het onderzoek hiernaar is gewoon openbaar. Wel publiceren we soms hetzelfde experiment maar met andere cijfers dan TNO krijgt.”
Liegen tijdens een verhoor
Ook universitair docent Sophie van der Zee (ESE) werkt geregeld samen met militairen. Dat begon met de Engelse krijgsmacht: zij promoveerde in 2013 aan Lancaster University op liegen tijdens verhoorgesprekken. Haar promotie werd betaald door een destijds geheime tak van de Britse overheid. Daarom besloot ze dat niet op haar proefschrift te vermelden.
Over het algemeen kan ze open zijn over al haar onderzoek, zegt ze er direct achteraan. “Maar je merkt dat het in die sector op prijs wordt gesteld als je discreet bent, dus niet alle lezingen en workshops die je geeft meteen op LinkedIn plaatst.” Het zijn ongeschreven regels waar Van der Zee zich aan houdt.
Motion capture-pakken
Ook in Nederland doet Van der Zee opdrachten voor Defensie. Zo gaf ze onlangs twee lezingen aan selectiepsychologen over hoe ze in gesprekken met rekruten kunnen ontdekken of iemand liegt, wellicht chantabel is of een insider threat zou kunnen vormen.
Gevoeliger lag haar onderzoek naar het gebruik van motion capture-pakken voor het detecteren van leugens. Dat zijn pakken die zijn volgehangen met sensoren en precies de bewegingen van de drager vastleggen. “Ik zocht naar een methode om de menselijke bias uit leugendetectie te filteren. Dankzij die pakken kun je in het lab met 80 procent zekerheid zeggen of iemand liegt. Dat werkte beter dan verwacht. En de technologie is niet ingewikkeld: de benodigde sensoren zitten in je smartwatch, dus het kan in potentie op grote schaal worden ingezet. Daar zitten maatschappelijke risico’s aan vast.” Er kwam interesse voor vanuit inlichtingendiensten. “Maar als ik daar op inga, wordt het lastiger om je bevindingen te publiceren en je hebt weinig controle meer over wat er verder mee gebeurt. Dat wil ik niet.”
Dat het onderzoek niet zonder enige controverse is, bleek tijdens een lezing over de pakken in de Verenigde Staten. “Toen ik erover vertelde werd iemand in het publiek heel boos. Die vergeleek mijn werk met het ontwikkelen van de atoombom. En eerlijk: ik zou ook niet in een maatschappij willen leven waarin zulke leugendetectie grootschalig wordt toegepast.
“Maar mijn onderzoek kan ook wenselijke toepassingen hebben, zoals in specifieke verhoorsituaties. Hoe je gedrag verandert als je liegt is ook gewoon een interessant wetenschappelijk vraagstuk. Door nieuwe technologie te gebruiken, heb ik aan dit vraagstuk bijgedragen. We hebben wel nagedacht om dit soort onderzoek te beschermen met ethische licentieovereenkomsten. Daarmee kun je vastleggen voor welke doeleinden je onderzoek gebruikt mag worden. Maar wie gaat dat controleren? Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om dat niet te doen, omdat het niet valt te handhaven.”
Gevechtsbereidheid
Michal Onderco is hoogleraar International Relations en deed samen met onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam NWO-onderzoek naar de gevechtsbereidheid van de bevolking in verschillende landen. Na een panelgesprek over hun onderzoek werden de drie onderzoekers in contact gebracht met aanwezige medewerkers van de Defensie Academie. Onderco en zijn collega’s waren toen al op zoek naar meer onderzoeksgeld. Ze hebben vervolgens samen een voorstel geschreven, voor het uitbreiden van hun onderzoek met geld voor wetenschappelijk onderzoek van Defensie.
De samenwerking liep vooral via een van de collega’s. “Mijn eigen contact met Defensie beperkte zich tot een kopje koffie om te praten over het onderzoek.” Er zaten volgens Onderco geen speciale voorwaarden aan verbonden. “De Erasmus Universiteit heeft een lang document waarin alle voorwaarden staan om onze wetenschappelijke onafhankelijkheid te waarborgen. Dat heeft Defensie netjes ondertekend.” Alle onderzoeksresultaten kunnen gewoon gedeeld worden.
Duidelijke grens
Gegevens over gevechtsbereidheid per land is wellicht geen informatie die direct offensief kan worden ingezet. Toch trekt Onderco ook een hele duidelijke grens. “Ik werk niet mee aan de beïnvloeding van de publieke opinie. Dus als Defensie zou willen kijken hoe we meer mensen gevechtsbereid krijgen, dan werk ik daar niet aan mee.”
Het klinkt wellicht alsof motieven van mensen die niet willen vechten eenvoudig te vertalen zijn naar een methode om die mensen op andere gedachten te brengen, maar dat is volgens de hoogleraar niet het geval. “Mensen die niet willen vechten voor hun land kun je grofweg in twee groepen opdelen: het ene deel is te bang en wil liever dat een ander het voor hen opknapt. Het andere deel vertrouwt de overheid niet en wil daarom niet voor het land vechten. Iemand die de overheid niet vertrouwt, kun je als overheid niet snel overtuigen.”
Heel nuttig
Het mag geen verrassing zijn dat wetenschappers die al samenwerken met Defensie, redelijk positief staan tegenover meer investeringen daarin. “Ik zie het als een kans”, zegt Wagelmans. “Zeker in de hybride oorlogsvoering van vandaag is veel expertise nodig, geavanceerde technische kennis. Het kan heel nuttig zijn, maar we moeten wel kritisch blijven”, vindt de hoogleraar Management Science. “Ik zou ook geen onderzoek willen doen dat nuttig kan zijn voor een moorddadig regime, maar daar is in Nederland geen sprake van.”
Is Wagelmans niet bang dat algoritmes voor verkenningsdrones ook gebruikt worden voor aanvallen met drones? “Natuurlijk wil je dat niet. Maar regulier onderzoek kan óók gebruikt worden op manieren die je als wetenschapper niet voorziet, dat heeft weinig te maken met samenwerking met Defensie of niet.”
Pacifist in hart en nieren
Van der Zee is ambivalenter in haar houding ten opzichte van de samenwerking. “Het is een ingewikkeld tijdperk. Ik snap de terughoudendheid wel, ik ben zelf pacifist in hart en nieren. En er kan een regering aan de macht komen die je onderzoek op andere manieren inzet en daarmee zou je indirect kunnen bijdragen aan onderzoek dat uiteindelijk levens kan kosten. Maar ik maak me eerlijk gezegd meer zorgen over het feit dat er minder geld naar onderwijs gaat en het gebrek aan stabiliteit in de politiek dan over samenwerking met Defensie.”
Wetenschappelijke samenwerking met Defensie heeft volgens haar een ‘onnodig negatief imago’: er was bij haar geen sprake van geheimhouding van de inhoud en de wetenschappelijke onafhankelijkheid bleef overeind.
Weerbaarheid
Onderco is over het algemeen positief dat er meer geld naar Defensie gaat in de meeste Europese landen. Dat onderzoek daardoor ook vaker vanuit Defensie gefinancierd zal worden, is volgens hem geen verkeerde zaak. “Universiteiten hebben wel aandacht voor weerbaarheid, maar die trekken dat erg breed. Defensie heeft een iets nauwere focus.”
Lees verder
-
Waarom studentenvakbond LSVb zich verzet tegen militarisering
Gepubliceerd op:-
Politiek
-
De redactie
-
Elmer SmalingAdjunct-hoofdredacteur
Reacties
Meer Wetenschap
-
Zeven EUR-wetenschappers krijgen een Vidi-beurs
Gepubliceerd op:-
Wetenschap
-
-
Nieuwe gedragscode voor wetenschap benadrukt ‘eigenheid en autonomie’
Gepubliceerd op:-
Wetenschap
-
-
Haatcampagnes en politieke druk: KNAW wil wettelijke bescherming van academische vrijheid
Gepubliceerd op:-
Wetenschap
-
Laat een reactie achter