ESL-docenten blij met korter academisch jaar, studenten moeten nog wennen aan grotere groepen
Afgelopen studiejaar was de overgang naar een korter academisch jaar bij de bacheloropleidingen van Erasmus School of Law (ESL). Docenten zijn voorzichtig enthousiast over het nieuwe systeem, terwijl studenten nog moeten wennen aan de veranderingen.

Afbeelding door: Sonja Schravesande
Docent Monika Glavina vindt het zogenoemde Slimmer academisch jaar ‘fantastisch’. In dit nieuwe systeem krijgen studenten een korter onderwijsjaar, waardoor de werkdruk van studenten én docenten lager zou moeten worden. Komend september stapt de universiteit over naar dit model, maar de ESL is er afgelopen studiejaar al mee begonnen.
Voor Glavina pakt het nieuwe systeem heel goed uit. “Mijn vak zat tien jaar lang in het laatste blok. Tegen die tijd waren studenten al moe. Het liep door tot in juli, nakijkwerk ging door tot eind juli en zelfs in augustus. Het ging maar door en door, je had nooit langer zomervakantie dan twee weken. Nu zitten we in het eerste blok en begin ik in september met frisse studenten. Dat merk ik meteen aan de opkomst.”
Lees verder
-
Academisch jaar wordt korter vanaf volgend jaar
Gepubliceerd op:-
Onderwijs
-
Korter jaar, langere vakperiode
Volgens decaan Harriët Schelhaas moet het nieuwe systeem zorgen voor minder werkdruk en meer rust in de academische kalender. Voor de overgang zijn afgelopen collegejaar ingrijpende veranderingen doorgevoerd, vooral in bachelorjaar 2 en 3.
In plaats van veertig weken onderwijs zijn er nu nog maar 32 onderwijsweken bij de faculteit. Voorheen bestond het jaar uit acht vakperiodes van vijf weken, waarin studenten één vak volgden en een traject juridische academische vaardigheden. Nu duurt een vak acht weken en volgen studenten twee vakken parallel, naast de juridische vaardigheden.
Docent en vakcoördinator Bestuursrecht Hanne Kok vindt de langere vakperiode prettig. “Ik heb als student het oude systeem meegemaakt. Je leerde in die vijf weken heel erg hard, maar daarna was je het ook heel snel weer vergeten. Nu zijn studenten langer met de stof bezig, waardoor ik hoop dat het beter blijft hangen.”
Grotere werkgroepen
Niet alleen de structuur, ook de invulling van vakken is veranderd. Waar studenten eerst wekelijks vier uur hoorcollege voor een vak hadden, is dat nu opgesplitst in colleges van twee uur per vak. Ook de groepsgrootte is aangepast in de bachelorjaren 2 en 3. Daarvoor werkte de faculteit met probleemgestuurd onderwijs, waarbij tutoren groepen van rond de veertien studenten begeleidden. Nu geeft een vakdocent werkgroepen aan zo’n veertig studenten.
Wouter Scherpenisse, docent en vakcoördinator Staatsrecht, ziet hier voordelen van. “Het nieuwe model doet meer recht aan de traditionele verhouding tussen student en docent. Daarvoor waren studenten tijdens de onderwijsgroepen vooral op elkaar aangewezen. Docenten hadden een faciliterende rol, waardoor er kleinschaliger met tutoren kon worden gewerkt”, legt hij uit. “Nu krijgen studenten werkgroepen van vakdocenten, dus er is naast zelfstandige werkvormen meer ruimte voor directe interactie met en begeleiding van de docent.”
Ook voor docenten is het volgens Scherpenisse prettiger. “Een docent geeft iedere week eenzelfde werkgroep aan verschillende groepen studenten”, licht hij toe. “Dat maakt het onderwijs efficiënter en verlaagt de werkdruk gedurende de week: de docent hoeft slechts één thema per week voor te bereiden.”
Lees verder
-
Korter academisch jaar is ‘geen toverstokje dat werkdruk gaat oplossen, maar het gaat helpen’
Gepubliceerd op:-
Onderwijs
-
Studenten net zo druk
Onder studenten klinkt een ander geluid. Vooral het gelijktijdig volgen van twee vakken zorgt volgens een aantal studenten voor meer stress. “Ik vond het fijn dat ik eerst maar één vak tegelijk had. Nu zijn het er twee en dat is zwaar”, zegt een tweedejaarsstudent Criminologie, die anoniem wil blijven omdat hij niet herkend wil worden door zijn docent en medestudenten. “Soms sluiten vakken inhoudelijk niet altijd goed op elkaar aan, waardoor je echt twee keer zo hard moet werken als voorheen.”
Decaan Schelhaas begrijpt het punt wel, al zou het verschil volgens haar niet zo groot moeten zijn omdat de vakperiodes langer zijn. “Dat studenten het wel druk hebben, dat geloof ik. Twee vakken, juridische vaardigheden en dus ook twee tentamens vragen veel planning. Studenten moeten tijdens de looptijd van het vak echt wel aan de bak, maar daar staan rustmomenten tegenover. Na elk blok is er een onderwijsvrije week en de kerst- en zomerperiode zijn veel langer.”
Grotere groepen
Studenten ervaren ook de grotere werkgroepen als een nadeel. “Het is aanzienlijk drukker en je krijgt niet altijd de kans om je vragen bij de docent neer te leggen”, zegt student Rechtsgeleerdheid Mark. Chris Grimmius, docent en tutor bij de afdeling Law and Markets, begrijpt de kritiek. “In grotere groepen is er inderdaad minder persoonlijke aandacht en het is lastiger om iedereen betrokken te houden. Daarom werken we binnen het vak vaak in kleinere groepen, zodat er toch ruimte blijft voor gerichte begeleiding.”
De overstap naar grotere groepen is bewust gemaakt, vertelt decaan Schelhaas. “Kleinschalig onderwijs is financieel niet meer haalbaar”, zegt ze. Toch probeert de faculteit volgens haar binnen grote groepen kleinschaligheid te creëren, bijvoorbeeld door studenten in groepjes van vijf te laten werken. Onderwijsdecaan Maarten Verbrugh vult aan dat eerstejaars bewust nog wel in kleine groepen zitten. “De overgang van de middelbare school naar de universiteit is groot. Daarom vinden we groepen van veertien in het eerste jaar belangrijk, we willen dat ze in een kleine, veilige omgeving starten. In het tweede jaar is die noodzaak minder groot. Overigens zijn werkgroepen met veertig studenten, waarin bovendien niet alle studenten aanwezig zijn, nog steeds vrij kleinschalig in verhouding tot veel andere opleidingen.”
Feedback van studenten
Dat studenten moeite hebben met grotere groepen is ook bekend bij docent Glavina. Ze neemt de feedback van studenten mee voor verbetering, vertelt ze. Bij het vak Europees recht deelde ze de groep studenten bijvoorbeeld op in zogenoemde expertgroepen. Elke groep kreeg een deel van een probleem toegewezen om zich vervolgens daarin te verdiepen en die kennis met anderen te delen.
“Het idee was dat studenten niet het hele probleem hoefden voor te bereiden, maar alleen hun eigen onderdeel. In theorie klonk dat fantastisch, maar studenten vonden het in de praktijk chaotisch, vooral omdat de groepen elke week wisselden en ze steeds met nieuwe mensen moesten samenwerken”, vertelt ze. “Het blijft zoeken naar wat werkt. Maar ik denk dat we met feedback van studenten en door samen te blijven verbeteren echt stappen kunnen zetten.”
'Iedereen heeft hard gewerkt. Dit jaar hebben we meer drukke momenten, maar we zien dit als investering voor komende jaren'
(Nog niet) lagere werkdruk
Op de vraag of de werkdruk afneemt, is de onderwijsdecaan Verbrugh nog voorzichtig. “De overgang is een hele operatie geweest. Iedereen heeft hard gewerkt. Dit jaar hebben we meer drukke momenten, maar we zien dit als investering voor komende jaren.”
Docent Kok beaamt dit. “Sommige dingen kosten op dit moment meer tijd, omdat alles opnieuw ontwikkeld moest worden.” Ook Grimmius verwacht dat de werkdruk uiteindelijk afneemt. “Dit eerste jaar vroeg extra voorbereiding. We moesten nieuwe werkvormen bedenken en alles opzetten. Dat kost tijd, maar dat wordt de komende jaren minder.”
Meer tijd in zomer en winter
Waar zowel studenten als docenten enthousiast over zijn, is de rustigere winter- en zomerperiode. “Ik vond het heerlijk dat ik tijdens kerst echt vrij was”, vertelt tweedejaarsstudent Sanne. “En mijn laatste tentamen is straks al in de eerste week van juli. Vorig jaar liep dat nog door tot eind juli.”
Ook Kok merkt het verschil. “Voor Bestuursrecht viel de kerstvakantie midden in het blok. Dat gaf rust. Het was fijn om met kerst echt vrij te zijn, zonder meteen daarna tentamens.” Glavina merkt bovendien dat het kortere onderwijsjaar haar meer ruimte geeft voor onderzoek. “In de zomer heb ik nu echt tijd om te schrijven en me volledig op mijn onderzoek te richten. Dat is voor mij een groot voordeel.”
Toekomst
Ondertussen kijkt het bestuur al vooruit. “We zijn nu bezig om te bepalen hoe we dit volgend jaar gaan toepassen op de masters”, zegt Verbrugh. “Met twintig masteropleidingen is dat een flinke operatie, al biedt het masteronderwijs meer flexibiliteit dan het bacheloronderwijs.” Voor docent Scherpenisse blijft één punt centraal staan: kwaliteit. “We moeten ervoor zorgen dat het niveau gelijk blijft. Verandering mag nooit betekenen dat we het makkelijker maken. De kwaliteit van het onderwijs staat voorop en moet altijd voorop blijven staan.”
Lees meer
-
‘Randvoorwaarden voor goed onderwijs en onderzoek worden langzaam uitgehold op de universiteit’
Gepubliceerd op:-
Opinie
-
De redactie
-
Feba SukmanaRedacteur
Reacties
Meer Onderwijs
-
Extreme hitte: universiteit houdt klimaat Exam Centre scherp in de gaten
Gepubliceerd op:-
Onderwijs
-
-
Studentenorganisaties sturen brandbrief: studenten ‘overvragen’ het onderwijs niet, ze worden zelf overvraagd
Gepubliceerd op:-
Mentale gezondheid
-
Onderwijs
-
-
Aantal internationals neemt voor het eerst af
Gepubliceerd op:-
Onderwijs
-
Laat een reactie achter