Hoe Tante Sjaan vijftig jaar geleden streed voor de positie van vrouwen op de EUR
Wie in cijfers, nieuwsartikelen of rapporten over de positie van vrouwen aan de universiteit duikt, stuit steeds weer op de analyse dat er een ´cultuurverandering´ nodig is. Als iemand weet wat dat betekent, dan zijn het de vrouwen van Tante Sjaan wel, die vijftig jaar geleden vanuit Studium Generale streden voor hun positie als vrouw op de universiteit en daarbuiten.

Afbeelding door: Esther Dijkstra
‘Tante Sjaan’ werd opgericht in het Internationale Jaar van de Vrouw 1975 en werd een begrip van Rotterdam tot Nairobi. In het jaar dat Studium Generale zeventig jaar bestaat én Rotterdam het Jaar van de Vrouw viert, blikken medeoprichtsters Marianne Ketting en Nelleke Nicolai terug. “Wij zijn de veroorzakers van een nieuwe manier van denken geworden.”
Marianne Ketting was tot 1992 directeur van Studium Generale. Daarna werd ze zelfstandig expert op het gebied van creative thinking and innovation en adviseur van ministeries, zorgpartijen, scholen en universiteiten. Ketting is in 2015 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Nelleke Nicolai behoorde in 1966 tot de eerste lichting geneeskundestudenten in Rotterdam. Na haar specialisatie in de psychiatrie was ze meer dan vijftig jaar werkzaam als psychiater, psychoanalyticus en psychotherapeut. Nicolai is schrijfster van meerdere psychiatrische handboeken. In 2021 kreeg ze de Freud penning uitgereikt voor haar bijdrage aan het psychoanalytisch gedachtegoed.
Mannelijke abortusraad

Afbeelding door: Archief Tante Sjaan
Een hoogleraar die opmerkt dat vrouwen na hun veertigste ‘verlept zijn en hun functie verloren’. Een abortusberaad in het Dijkzigt ziekenhuis (voorloper van het Erasmus MC) waarin een groep mannen beslist of een verkrachte vrouw in aanmerking komt voor abortus. Of een crèche waarvoor mannelijke medewerkers niet, maar vrouwen wel moesten betalen. Marianne Ketting (toenmalig directeur van Studium Generale) en Nelleke Nicolai (begon in 1973 aan haar specialisatie psychiatrie) rijgen vijftig jaar na dato nog altijd verontwaardigd de anekdotes aaneen. Ketting: “Je kunt je dat nu niet meer voorstellen. Nou, ik toen ook niet.”
Ketting en Nicolai, inmiddels beiden lang gepensioneerd, halen met een mengeling van trots, plezier en strijdbaarheid herinneringen op. Nicolai: “Via Studium Generale begonnen we met een groep vrouwelijke medewerkers en studenten te praten over wat voor soort problemen je als vrouw tegenkwam op de verschillende faculteiten. Het begon met hele simpele dingen, zoals iemand uit onze groep die met jonge kinderen zat, heel slim was, hoogleraarwaardig, maar die die functie kon bereiken vanwege heel gebrekkige kinderopvang.” Het openlijke en ondergrondse seksisme inspireerde de vrouwen tot actie. Met de wind van de tweede feministische golf in de rug richtten ze in 1975, het Internationale Jaar van de Vrouw, bij Studium Generale de vrouwenwerkgroep ‘Tante Sjaan’ op. Nicolai: “Dat klonk gewoon lekker Rotterdams.”
Dit jaar bestaat Studium Generale zeventig jaar. Op dinsdag 16 september wordt dat gevierd op de campus. Studium Generale organiseert het hele jaar door wetenschappelijke, maatschappelijke en culturele programma’s voor studenten en medewerkers.
Pijnlijk proces
Via Tante Sjaan werd praktisch onrecht zoals het gebrek aan kinderopvang bevochten, maar vooral ook taboes bespreekbaar gemaakt. Ketting: “Ik denk dat wij de veroorzakers van een nieuwe manier van denken zijn geworden. Niet alleen, maar als onderdeel van de [feministische] stroom heeft Tante Sjaan een belangrijke rol gespeeld.” Tussen 1975 en 1985 organiseerde de werkgroep een tiental symposia, met namen als Sjaan kleef aan (over vrouwbeeld en verleiding), Sjaan slaat weer toe (Ambitie, Professionalisering, Karriëre) en Is Tante Sjaan nou nog niet klaar? (symposium over veranderende normen bij vrouwen en seksualiteit). Ketting: “De symposia waren niet alleen een inhaalslag voor kennis die vooral uit de VS kwam, maar ze gingen vooral over bewustwording van het maatschappelijk beeld van vrouwen, ook bij onszelf.” Nicolai: “We moesten nog veel ontdekken over onze eigen vanzelfsprekende opvattingen over wat mannen en vrouwen horen te doen – best een langdurig en pijnlijk proces.” Ketting vervolgt: “We moesten zelf nog overtuigd worden dat we gelijk hadden. Het was een tijd van ontdekken, maar ook het steun zoeken en krijgen bij elkaar.”
Zo werd Tante Sjaan een thuisbasis voor studenten en medewerkers van de Erasmus Universiteit om openlijk van gedachten te wisselen. De publieke aftrap was op 27 februari 1975 met een manifestatie over vrouwenemancipatie getiteld Grote Schoonmaak. Al snel volgde daarop het Zwartboek over de positie van vrouwen op de Erasmus Universiteit. ‘Waarschuwing!’ staat er met koeienletters op de eerste pagina. ‘U staat op het punt een boek te gaan lezen dat, naast enig cijfermateriaal, welhaast niets anders bevat dan verhalen van gefrustreerde vrouwen.’
Mythes over seksualiteit
Het cijfermateriaal laat zien dat vrouwen op alle faculteiten ondervertegenwoordigd waren in onderzoeksfuncties, en juist oververtegenwoordigd in administratieve functies. Uit de anekdotes en interviews rijst een beeld dat hogerop komen voor vrouwen vrijwel onmogelijk was. Bij sollicitaties werd vrouwen openlijk te kennen gegeven dat de voorkeur uitging naar een man (‘juffrouw, dacht U dat we U in opleiding zouden nemen, zolang we aan elke vinger van een hand een man kunnen krijgen, die vrouw en kinderen moet onderhouden?’). Vrouwelijke artsen werden gevraagd waar de dokter is en vrouwen kregen van hun baas te verstaan dat ze de carrière van hun mannelijke collega voorrang moeten geven op die van henzelf.
De vrouwen die aan het woord komen in het Zwartboek zijn niet alleen studentes en medewerksters, maar ook vrouwelijke patiënten in het Erasmus MC. Nicolai legt uit: “Er was toen heel weinig bekend over het vrouwenlichaam en er waren veel mythes over seksualiteit, zoals dat een vrouw alleen klaar hoort te komen door penetratie, anders is ze geen echte vrouw. Ook het idee dat seksueel geweld tot een trauma kon leiden was niet bekend – het woord traumatisering bestond nog helemaal niet.”
‘We moesten nog veel ontdekken over onze eigen vanzelfsprekende opvattingen over wat mannen en vrouwen horen te doen’
Vrouwen in de gezondheidszorg
Omdat seksualiteit en lichamelijkheid zo bepalend zijn in het maatschappelijke beeld van vrouwen, werden dat belangrijke thema’s van de Tante Sjaan-symposia, met speciale aandacht voor de behandeling van vrouwen in de gezondheidszorg. Vanuit Tante Sjaan werden er cursussen over het vrouwenlichaam gegeven en inzichten daarvan kwamen terug in symposia, zoals Terug naar je lijf. Of hoe Tante Sjaan gedwongen werd gebruik te maken van de gezondheidszorg en daar niet goed van werd, maar ook in de oprichting van een voorlichtingscentrum bij de polikliniek Gynaecologie in toenmalig Dijkzigt.
De symposia werden voorbereid in werkgroepen van tien tot twintig vrouwen. Voor elk congres werden folders gestencild, die de leden verspreidden op de universiteit en met de fiets door de stad. De lezingen werden verslagen in congresbundels, die bij bibliotheken en vrouwenboekhandels in heel Nederland te krijgen waren. In de congresbundel Sjaan kleef aan (1983, oplage 1500 stuks) wordt trots vermeld dat er op dat moment van alle Tante Sjaan-congressen in totaal ongeveer 10.000 boekjes verkocht zijn.
Internationale conferenties
Gewapend met stencils en boekjes gingen de vrouwen van Tante Sjaan regelmatig op reis: ze gaven lezingen op andere universiteiten, op de Kijkduinconferentie (congres in 1982 over geweld tegen vrouwen, georganiseerd door toenmalig staatssecretaris Hedy D’Ancona, red.), internationale congressen als van de Medical Women’s International Association, op de VN Wereld Vrouwenconferentie in Nairobi in 1985 en – wellicht het hoogtepunt – op een summer school op het Griekse eiland Spetses, waarbij de delegatie werd uitgenodigd voor een ontbijt met de toenmalige Griekse presidentsvrouw en feministe Margaret Chant-Papandreou, waar de groep hielp met het ontwikkelen van vrouwenstudies in Griekenland.
Ketting: “We wilden niet één keer iets organiseren dat daarna weer weg was, we wilden iets dat bleef. Daarom maakten we de congresbundels en dachten we strategisch na over welke sprekers we uitnodigden, mensen die iets in de melk te brokkelen hadden, beroemdheden. Zo voedden we de studenten eigenlijk ook een beetje op in het nadenken over vrouwen en feminisme.”
Wijnvlek
Eén zo’n beroemdheid was Kathleen Barry, een Amerikaanse sociologe en feministe, die in 1981 een lezing verzorgde over seksuele slavernij van vrouwen op het congres Sjaan slaat terug, symposium over sexe en geweld. Sjaan werkte voor dat symposium samen met de hoofdinspecteur van de politie, de gemeente en ministeries – een belangrijke stap richting bewustzijn over en maatregelen tegen vrouwenhandel. Kathleen Barry werd eind jaren tachtig medeoprichtster van de VN Coalitie tegen Vrouwenhandel. Nicolai, trots: “De kracht van wat we deden, was dat de symposia een enorme wijnvlek waren die zich uitspreidde.” Zowel leden als spreeksters kwamen na hun Sjaan-tijd op invloedrijke plekken terecht – van hoogleraar in Utrecht tot medeoprichter van een vrouwengezondheidscentrum in Utrecht, maar ook in wijkraden en basiswelzijnszorg. Ketting richtte een stichting op tegen vrouwenhandel en Nicolai begon vanuit Sjaan met vrouwenhulpverlening. Als voorzitter van de projectgroep Vrouwenhulpverlening – die gesteund werd door de Rijksoverheid – deed ze onderzoek naar sekse specifieke problematiek en nieuwe behandelingen in de ggz.

Afbeelding door: Archief Tante Sjaan
Het creëren van meer bewustzijn ging niet zonder weerstand. Vanuit de universiteit werd met argusogen naar Tante Sjaan gekeken. Ketting: “Studium Generale is voor de ontwikkeling van de wetenschap. Dit was allemaal wetenschap, maar wel andere dan ze gewend waren. Vanuit de universiteit werd agressief, achterdochtig, lacherig gereageerd.” Nicolai: “We moesten zelf nog uitvogelen hoe we de discussie vorm konden geven zonder de hele tijd in een conflictsituatie terecht te komen. Dat was niet de bedoeling. Het was de bedoeling om aandacht voor bepaalde problematiek en gelijkwaardigheid te krijgen.”
Houten kelen
Met het verdwijnen van financiering begin jaren 2000, is aandacht voor ‘vrouwenthema’s’ wat weggesleten, maar de impact is gebleven. Nicolai: “Een heleboel dingen zijn geïncorporeerd in ons normale leven. Dus waar wij voor hebben geknokt, is nu normaal geworden.”
Ketting en Nicolai kijken vooral terug op een periode met heel veel plezier. Nicolai: “Er was een sfeer van opwinding en opgetogenheid. Van: we kunnen samen iets bereiken, we hoeven niet te blijven wachten tot er iets van bovenaf gebeurt, we kunnen het van onderaf opzetten.” En bovendien hoefde het niet altijd even serieus. Nicolai: “We richtten ook een koor op. Dat heette De houten kelen, omdat niemand echt goed kon zingen.” Ketting lacht: “We zeiden: we zingen niet mooi, maar wel hard. Weet je, dat was een beetje de sfeer.”
Lees meer
-
Vrouwen: sterker in het onderwijs, minder aan de top
Gepubliceerd op:-
Diversiteit
-
De redactie
Meest gelezen
-
Turndown service
Gepubliceerd op:-
Column
-
-
Onderwijsraad hekelt ‘eenzijdige’ blik op welzijn van studenten
Gepubliceerd op:-
Studentenleven
-
-
First Philosophy: een filosofiepodcast voor beginners én gevorderden
Gepubliceerd op:-
Onderwijs
-
Reacties
Reacties zijn gesloten.
Lees verder in diversiteit
-
Mannen vaker dan vrouwen op prestigieuze post aan universiteit
Gepubliceerd op:-
Diversiteit
-
-
Chief Diversity Officer: ‘Ik denk dat het belangrijk is om juist nu koersvast te blijven’
Gepubliceerd op:-
Diversiteit
-
-
Vrouwen: sterker in het onderwijs, minder aan de top
Gepubliceerd op:-
Diversiteit
-