Direct naar inhoud

Studiesucces door bindend studieadvies op losse schroeven, maar EUR houdt vast aan Nominaal=Normaal

Gepubliceerd op:

Het bindend studieadvies draagt niet bij aan studiesucces, blijkt uit een groot landelijk onderzoek. Onderzoeker Rob Kickert is kritisch over de pedagogische gevolgen van het bsa. De universiteit neemt de bevindingen serieus, maar schaft het bsa van zestig punten in het eerste jaar voorlopig niet af.

Afbeelding door: Ami Rinn

Een onderzoek van VU-promovendus Sander de Vries onder 700.000 bachelorstudenten concludeert dat het bsa – de regel dat je met te weinig punten na het eerste jaar je opleiding moet verlaten – geen effectief middel is om studiesucces te verbeteren. Het heeft eerder negatieve effecten dan positieve: het verhoogt de uitval in het eerste jaar en verkort de studieduur niet. Ongeveer de helft van de studenten die door het bsa moet stoppen, zou hun opleiding waarschijnlijk wél hebben afgerond zonder bsa.

Het heeft daarnaast geen positief effect op slagingspercentage. Integendeel: in totaal behalen 1,7 procent minder studenten een diploma. Het onderzoek is gebaseerd op CBS-gegevens in de periode van 1994 tot 2014. De Landelijke Studentenvakbond ziet de resultaten als bevestiging dat het bsa vooral stress veroorzaakt. Wat hen betreft is het bsa van tafel.

Bevindingen bestuderen en toetsen

De Erasmus Universiteit vindt het onderzoek waardevol en gebruikt het als aanleiding voor interne studie en evaluatie, vertelt beleidsadviseur Aida Tunović van de Academische zaken. Binnen haar afdeling, maar ook op faculteiten wordt bekeken wat de bevindingen betekenen voor het huidige beleid. “We waarderen dit soort onderzoek, omdat het ons helpt ons beleid te verrijken en te toetsen”, reageert ze.

Tegelijkertijd plaatst ze een belangrijke kanttekening: de data die De Vries gebruikt, loopt tot 2014, precies het jaar waarin de universiteit het beleid ‘nominaal is normaal’ volledig invoerde. Daardoor is het volgens Tunović lastig om de conclusies toe te passen op de situatie van de EUR. “Vooralsnog willen we de bevindingen nader bestuderen. Niet alleen dit onderzoek, maar ook bijvoorbeeld dat van Hogeschool Zuyd. Meerdere hogescholen hebben het bsa losgelaten of aangepast en we zijn benieuwd wat het effect ervan is.” Of dit tot beleidswijzigingen leidt, is nog te vroeg om te zeggen.

Lees verder

Verkeerde discussie

Rob Kickert, onderzoeker en universitair docent bij de Educatieve Master Primair Onderwijs van de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences, vindt het interessant dat het nieuwe onderzoek zoveel stof doet opwaaien. “Ik vind het ergens ook vreemd dat het debat vooral een economische discussie is, terwijl je zou hopen dat het een onderwijs- of pedagogische discussie is.”

Met ‘economisch’ doelt hij erop dat het bsa vaak wordt ingezet om studierendement te verbeteren. Ook het nieuwe onderzoek richt zich op hoe snel en hoeveel studenten hun diploma behalen. “Terwijl dat eigenlijk niet je doel is als opleiding. Je doel is goed onderwijs geven. Ik snap dat rendement relevant is, maar ik zou de vraag of je een bsa invoert daar niet primair op baseren. Je moet je afvragen: wat is het doel van je opleiding en draagt het bsa daaraan bij?”

Onderwijskwaliteit

Zelf onderzocht Kickert voor zijn proefschrift het ‘nominaal is normaal’-beleid aan de EUR – een set aan regels om de studievoortgang te bevorderen, waar een streng bsa een onderdeel van is. Hij keek naar prestaties en motivatie van studenten. Zijn conclusies verschillen van het nieuwe landelijke onderzoek, namelijk dat hogere prestatie-eisen vaak wél leiden tot betere resultaten. “Eisen zoals een bsa van zestig studiepunten helpen studenten om gemotiveerder te zijn en ook hard te blijven werken wanneer het niet leuk of interessant is. Op meetbare aspecten, zoals cijfers en studievoortgang, zie je positieve effecten”, vertelt Kickert. “Maar wat er gebeurt met niet-meetbare aspecten – zoals kritisch denken, creativiteit of persoonlijke ontwikkeling – is veel moeilijker vast te stellen.”

Als het gaat om de niet-meetbare aspecten vreest Kickert dat het bsa de onderwijskwaliteit juist negatief beïnvloedt. Volgens hem komt dat door de sterke nadruk op toetsen. “Die meten maar een deel van wat belangrijk is. Dat wordt een probleem als prestaties op die toetsen doorslaggevend worden.” Het bsa vergroot die druk verder. “Omdat studenten studiepunten moeten behalen, gaan ze zich dan nog meer richten op alleen datgene wat getoetst wordt.”

'Ik vrees dat deze studenten door het bsa niet genoeg tijd krijgen om te ‘landen’ in het hoger onderwijs'

Ook maakt hij zich zorgen over kansenongelijkheid. Sommige studenten worden volgens hem onterecht benadeeld door het bsa, zoals eerstegeneratiestudenten, studenten met een functiebeperking of studenten die meer tegenslag ervaren. “Ik vrees dat deze studenten door het bsa niet genoeg tijd krijgen om te ‘landen’ in het hoger onderwijs.”

‘Nominaal=Normaal’ staat niet op zichzelf

De universiteitsbrede regel ‘nominaal is normaal’ houdt in dat studenten in het eerste jaar zestig studiepunten moeten behalen om door te mogen naar het tweede jaar. “Het klinkt streng, maar binnen het systeem zijn er wel mogelijkheden”, legt beleidsadviseur Tunović uit. Zo is er een compensatiemogelijkheid van maximaal twee vakken, waarbij cijfers gecombineerd mogen worden. Daarnaast zijn er regelingen voor bijzondere omstandigheden. “Studenten kunnen hun situatie altijd bespreken met een mentor of studieadviseur.”

Het idee achter het beleid is dat studenten het tweede jaar beginnen zonder openstaande vakken. Een ander voordeel is volgens Tunović dat studenten minder uitstelgedrag vertonen. Beide effecten zorgen ervoor dat studenten in het tweede jaar minder stress ervaren. “Als je bijvoorbeeld de norm verlaagt naar veertig studiepunten, geef je in het eerste jaar misschien meer ruimte, maar verschuift de stress naar latere jaren. Studenten moeten die punten alsnog halen en vallen mogelijk later uit, met grotere financiële gevolgen”, licht ze toe. “Met dit systeem ga je met meer zelfvertrouwen het tweede jaar in. Dat draagt bij aan zowel studiesucces als welzijn.”

Daarnaast ziet Tunović dat studenten zich eerder thuis voelen dankzij ‘nominaal is normaal’. “Studenten gaan samen door naar het tweede jaar en volgen dezelfde vakken. Je mengt eerste- en tweedejaars minder. Dat versterkt het gevoel dat je bij elkaar hoort en samen door de studie gaat.”

Lees verder

Tunović benadrukt dat het bsa niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van een breder onderwijssysteem. “Het is gebaseerd op een goed doordacht curriculum waar rekening wordt gehouden met de behoeften van studenten”, vertelt ze. “We hebben aandacht voor persoonlijke en professionele ontwikkeling en weerbaarheid van studenten. Daarnaast kijken we continu hoe we studenten zo goed mogelijk kunnen begeleiden en ondersteunen. In de afgelopen jaren hebben we veel geïnvesteerd in studentenwelzijn, tutoren en studiebegeleiding. Ook in de voorlichting vooraf, zodat studenten weten wat ze kunnen verwachten.”

Kritisch

Kickert blijft kritisch. Is het bsa volgens hem pedagogisch wenselijk? “Dat moet je per opleiding bekijken, maar over de hele linie zou ik zeggen: nee.” Hij citeert twee Belgische pedagogen, Jan Masschelein en Maarten Simons: het kernwoord in het onderwijs is ‘proberen’. “En het bsa staat dat ‘proberen’ in de weg.”

De redactie

Reacties

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen ga je akkoord met onze regels voor het plaatsen van een reactie. Lees ze alsjeblieft voordat je een reactie plaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met (verplicht)

Meer Onderwijs