Direct naar inhoud

Hoe dure festivaltickets en topconcerten de hele livemuzieksector bedreigen

Gepubliceerd op:

Waar het een aantal jaar geleden vechten was om een kaartje voor Lowlands, is het festival dit jaar nog steeds niet uitverkocht. En Lowlands is niet de enige. Tegelijk vullen artiesten als Harry Styles tien keer de Arena, tegen gigantische prijzen. Het is code rood in de livemuzieksector.

Afbeelding door: Bas van der Schot

Festivals verkopen niet meer uit. Wat is er aan de hand?

“De festivalsector is extreem hard gegroeid tussen 2005 en 2016. Alles zat mee. Het publiek was het aan het ontdekken, dus er kwam steeds meer vraag naar. Gemeenten zagen het nog als een leuke manier om geld te verdienen en hun imago op te krikken. Maar de afgelopen jaren is dat gaan kantelen. Deels omdat de markt verzadigd was, maar met name door de hoge inflatie na Covid. Een festival is een tijdelijk dorp dat je moet bouwen, waar van alles ingevlogen moet worden. Dat betekent dat festivalorganisatoren met veel meer kostenstijgingen te maken hebben dan vaste podia. De gages van topartiesten zijn met 40 procent gestegen ten opzichte van 2019. En inmiddels zijn gemeenten veel strikter met regelgeving over bijvoorbeeld locaties, tijdstippen en geluidsrestricties. Ja, dat maakt het lastig.”

Martijn Mulder doet onderzoek naar de popsector, livemuziek en bredere vraagstukken binnen de culturele economie bij de Erasmus School of History, Culture and Communication. Daarnaast is hij docent en onderzoeker aan de Hogeschool Rotterdam. Ook is hij lid van de Raad van Toezicht van poppodium MEZZ in Breda, waar hij betrokken is bij het strategisch beleid en toezicht houdt op de organisatie.

Waarom verkopen grote concerten wel binnen een uur uit, en festivals niet?

“Jongeren willen een soort instant topbelevenis. En als je naar iemand als Harry Styles gaat, dan weet je dat je dat krijgt. Daarnaast kiezen topartiesten minder vaak voor festivals omdat een eigen zomertour meer geld oplevert. Echte fans zullen dan voor het concert kiezen. En dan vindt er een substitutie-effect plaats. Als je 300 euro uitgeeft voor Harry Styles in de Arena, dan kan je die 300 euro niet meer aan Lowlands uitgeven.

“De echte top van de top, die, zoals Harry Styles, tien keer de Arena uitverkoopt voor 250 euro per ticket, is maar een handjevol artiesten, hooguit twintig in de wereld. Maar dat werkt wel door. Want als, zeg, Bruno Mars niet meer op Pinkpop staat omdat hij voor een eigen tour kiest, dan blijven er minder headliners over voor Pinkpop. En als de keuze voor Pinkpop kleiner wordt, werkt dat ook weer door naar festivals als Lowlands en Down the Rabbit Hole. Zo hebben de topartiesten invloed op de hele sector maar tegelijkertijd zijn die headliners wel de publiekstrekkers voor de festivals.”

Is de vraag naar festivals minder geworden? Heeft Gen Z minder interesse in uitgaan en feesten dan millennials tien jaar geleden hadden?

“Of jongeren minder naar festivals gaan heb ik nog niet onderzocht. Ik heb het wel informeel aan mijn studenten op de Hogeschool gevraagd. Die zeggen dat ze wachten met een ticket kopen. Ze hebben er wel vertrouwen in dat ze last minute ook via ticketswap een kaartje kunnen bemachtigen, en ze willen zich niet al maanden van tevoren vastleggen. Dat geldt ook voor het iets oudere publiek.

“Ik denk niet dat de behoefte aan festivals minder is geworden, mensen vinden dat nog steeds heel leuk. Maar veel mensen wegen het langer af, omdat die tickets zoveel duurder zijn geworden. Dus waar mensen voorheen drie of vier keer per jaar naar een festival gingen, gaan ze nu nog maar één keer.”

Ik kan me voorstellen dat dat problemen oplevert voor festivalorganisatoren.

“Inderdaad. Het lastige voor festivalorganisatoren is dat ze het geld al moeten uitgeven voordat ze het binnen hebben. Vroeg uitverkopen geeft financiële zekerheid, en dat is nu minder vanzelfsprekend.

“Wilde Weide Festival deed laatst een oproep: als er niet snel nog tweeduizend tickets verkocht werden, zou het niet doorgaan. Uiteindelijk haalde Wilde Weide het met hakken over de sloot, hoewel het niet meer dan quitte zal draaien. Maar er waren de afgelopen zomers meerdere festivals die het niet haalden. Vooral in de dance- en elektronische hoek zijn festivals kort voor aanvang afgezegd, zoals Graveland Festival en Supercharged. Nieuwe festivals winstgevend krijgen is sowieso moeilijk, dat lukt vaak niet binnen vijf jaar. Veel festivals die de afgelopen tien jaar zijn gestart, zijn na één of twee edities alweer gestopt omdat het niets opleverde.”

Speelt ook mee dat festivals worden overgenomen door private-equityfondsen zoals KKR?

“Op het moment dat het DGTL, met een heel progressief publiek, overgenomen wordt door een private-equitybank die ook investeert in dubieuze praktijken, dan zal een deel van de bezoekers daar niet blij mee zijn. Maar ik betwijfel of dat een reden is dat het niet uitverkoopt. Uit een rondgang bij de Zwarte Cross, dat ook onder de paraplu van KKR valt, bleek dat het de Zwarte Crossbezoeker niks interesseert.

“Een aantal festivals is weer uit die organisatie gestapt, omdat hun vrijheid te veel werd ingeperkt. Als de investeerder wil dat er winst wordt gemaakt en de kosten stijgen, moet je als organisator veiliger, meer mainstream programmeren.”

'Als kleine zalen en experimenteerruimte verdwijnen, dan stokt uiteindelijk de hele keten'

Wat voor effect hebben die verschuivingen op de rest van de popmuzieksector?

“De livemuzieksector bestaat uit verschillende lagen die met elkaar verbonden zijn. In de toplaag kunnen grote artiesten hoge prijzen stellen, omdat de vraag het aanbod overstijgt. Onderaan is het precies andersom. Er is een overschot aan beginnende acts die vechten om speelplekken en inkomsten. Daartussen zit een middenlaag van artiesten die wel succesvol zijn, maar alsnog nauwelijks rondkomen. Een artiest als Froukje zegt dat ze van haar werk kan leven, maar dat ze haar crew geen structurele zekerheid kan bieden.

“Die lagen hebben elkaar nodig, maar de kosten en opbrengsten zijn oneerlijk verdeeld. 85 procent van de optredens is in kleine zalen, maar daar wordt maar 15 procent van het geld verdiend. Laagdrempelige, informele podia, zoals cafés en buurthuizen verdwijnen. Het aantal optredens op dat soort plekken is in vijftien jaar gedaald van 30 naar ongeveer 7 procent.

“De top kan alleen blijven bestaan als er onderaan nieuwe artiesten doorstromen. Als kleine zalen en experimenteerruimte verdwijnen, dan stokt uiteindelijk de hele keten. Daarom moeten we die lagen beter met elkaar verbinden. In het Verenigd Koninkrijk loopt bijvoorbeeld een experiment waarbij per ticket van grote concerten een kleine bijdrage wordt afgedragen aan een fonds voor kleinere podia en opkomende artiesten.”

Je zit in de Raad van Toezicht bij poppodium MEZZ in Breda. Wat merkt MEZZ van deze veranderingen?

“Het aantal evenementen dat we bij MEZZ organiseren stijgt. Juist omdat die informele speelplekken verdwijnen. Daardoor komen beginnende artiesten eerder bij ons in de kleine zaal terecht. Dus we hebben meer concerten, en trekken ook meer publiek, maar ondanks dat blijven we financieel in de min staan. Dat is wel bizar, dat de ticketverkoop zo hard groeit, maar de kosten toch sneller stijgen dan de inkomsten.

“We hebben een code rood gegeven aan de overheid vanuit de branchevereniging. Podia zijn echt goed bezig. Ze tonen innovatief ondernemerschap, trekken meer bezoekers, maar draaien toch verlies. Hierdoor moet MEZZ moeilijke keuzes in de programmering maken. We moeten spannend programmeren, daarvoor zijn we tenslotte een poppodium. Maar we moeten ook danceavonden en tributebands, die enorm populair zijn, boeken.”

Afbeelding door: Bas van der Schot

Wat verwacht je van de overheid in reactie op de code rood? Wat kan de overheid doen aan de problemen in de sector?

“De oproep is: geef ruimte om te experimenteren, versimpel de vergunningen, en erken popmuziek als cultuur. Er gaat maar een fractie van de landelijke en gemeentelijke cultuursubsidies naar popmuziek. Het overgrote deel gaat naar klassieke muziek. Daarnaast moeten veel podia ontvangen subsidie weer terugbetalen in de vorm van huur van panden die ze van de gemeente huren. En vaak wordt die huur jaarlijks verhoogd, terwijl de subsidie niet gecorrigeerd wordt voor inflatie, waardoor podia dus feitelijk jaarlijks steeds minder krijgen. En het zou ook helpen dat gemeenten gaan inzien dat festivals méér zijn dan alleen een evenement. Ze dragen ook bij aan sociale cohesie, talentontwikkeling en het culturele klimaat van een stad.”

'De sector is de afgelopen jaren sterk geprofessionaliseerd, maar daarmee ook wat braaf geworden'

Ligt er ook een verantwoordelijkheid bij bezoekers om de sector, en ook beginnende artiesten, te ondersteunen?

“Het zou mooi zijn als bezoekers vaker kiezen voor kleinere poppodia, in plaats van in één keer hun geld uit te geven bij een topconcert. Maar je kan ze ook niks opleggen. Bij MEZZ organiseren we al jaren het ‘Ik Zie U Graag’-festival, met Vlaamse artiesten. Daar boekten we altijd ten minste één Vlaamse headliner, zoals Novastar. Onze programmeur gooide het vorig jaar over een andere boeg, en boekte alleen maar opkomend Vlaams talent. We hebben een trouw publiek, echte muziekliefhebbers die nieuwe muziek willen ontdekken. Die komen wel, dachten we. Er werd minder dan de helft van de tickets verkocht. We hebben tienduizenden euro’s verloren op dat festival. Dit jaar hadden we Haunted Youth. Uitverkocht. Zo zie je maar, zelfs een toegewijd publiek kan je niet dwingen.”

Het klinkt allemaal niet zo rooskleurig, zeker gezien er meer inflatie op komst is. Heb je hoop voor de popsector?

“Ik ben er heilig van overtuigd dat die sector zich uiteindelijk aanpast aan de nieuwe omstandigheden. Dat kan betekenen dat er festivals verdwijnen of anders worden georganiseerd, maar daardoor ontstaat ruimte voor wat nieuws.

“De sector is de afgelopen jaren sterk geprofessionaliseerd, met mooie zalen en steeds meer comfort, maar daarmee ook wat braaf geworden. Jongeren hebben soms eerder het idee dat ze een theater instappen, in plaats van een club, terwijl ze juist aangeven behoefte te hebben aan meer underground plekken. Het zijn niet de plekken waar jongeren hun tegencultuur vinden. Podia proberen daar wel in te voorzien. Bij MEZZ bijvoorbeeld door samen te werken met het skatepark, waar we laagdrempelig toffe punkbandjes neer kunnen zetten.”

De redactie

Reacties

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen ga je akkoord met onze regels voor het plaatsen van een reactie. Lees ze alsjeblieft voordat je een reactie plaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met (verplicht)