Direct naar inhoud

Advertentie

Advertentie Studentendrukwerk

Lydia viert dertig jaar kapperszaak op de campus: ‘Ze is de lijm van onze gemeenschap’

Gepubliceerd op:

Eigenaar en kapster Lydia van Santen-Blom viert deze maand het dertigste jubileum van haar salon op de campus. Voor veel studenten, medewerkers, alumni en gepensioneerden is haar kapperszaak meer dan een plek om je haar te laten knippen.

Van Santen-Blom kent iedere klant bij naam.

Afbeelding door: Geisje van der Linden

Klanten komen aan de lopende band bij Hairdesign by Lydia op de hoek van het Polakgebouw. Elk halfuur schuift er iemand anders aan. Tussen het knippen door neemt eigenaar en kapster Lydia van Santen-Blom telefonisch reserveringen op en kletst ze met de klanten. Per dag knipt ze gemiddeld twintig mensen en iedereen kent ze bij naam.

Op een grauwe koude dag in januari klinken in haar kapperszaak Top 40-liedjes van Radio 538 op de achtergrond. Aan de muur hangt een Erasmus-ets die Van Santen-Blom kreeg van de universiteit bij haar twintigste jubileum op de campus. “Deze ets is heel bijzonder voor mij. Hij is in beperkte oplage gemaakt en die van mij is nummer 11 van de 50.” Ze kijkt er zichtbaar trots naar. “Die neem ik zeker mee als ik ooit wegga.”

Van Santen-Blom hangt haar Erasmus-ets vol trots aan de muur.

Afbeelding door: Geisje van der Linden

Trouwe klanten

“Lydia knipt mijn haar al vanaf het moment dat ze hier begon”, vertelt Jan Schildt vanuit de kappersstoel. Hij werkte dertig jaar op de universiteit en is al een aantal jaar met pensioen. “Toch kom ik hier nog steeds elke vier weken. Er is gewoon geen kapper leuker dan Lydia.”

Van Santen-Blom lacht. Ze pakt een scheermes en smeert schuim op de nek van Schildt. “Ik weet nog toen jij een Elvisthema had voor je vijfenvijftigste verjaardag. Iedereen op jouw afdeling kwam verkleed: de mannen in Elvispakken, de vrouwen in petticoats. En de mannen stonden bij mij in de rij om hun Elvishaar te laten stijlen.” Jan knikt. “Wat was dat een leuk feest.”

Jan Schildt is al klant bij Lydia sinds haar beginjaren.

Afbeelding door: Geisje van der Linden

Met een ronde spiegel achter zijn hoofd laat Van Santen-Blom het resultaat van haar werk aan Schildt zien. Hij knikt tevreden. Voordat hij betaalt, mag hij van Van Santen-Blom in de grabbelton graaien. Ter ere van het jubileum heeft Van Santen-Blom een grabbelton gemaakt waarin kaartjes met prijzen zitten, van een gratis knipbeurt tot shampoo. “Tien procent korting!”, leest Schildt op zijn kaartje. “Nou, wat leuk!”

Schildt is niet de enige trouwe klant van Van Santen-Blom. “Sommige klanten komen al zo lang dat hun kinderen nu hier studeren. Een keer kwam een student naar me toe en zei: mijn vader liet altijd bij jou zijn haar knippen. En ik dacht: meen je dat nou?” Sommigen komen nog steeds, ook nadat ze uit Rotterdam zijn verhuisd. “Ik heb iemand die in Ierland woont. Als ze haar ouders bezoekt, stuurt ze een appje: ‘Lydia, ik ben er weer.’ Dan komt ze langs.”

Studenten komen ook bij haar salon. “Ik heb weleens ouders aan de telefoon. Ze vragen dan of hun kind langs mag komen en dat zij het knippen betalen via bankoverschrijving. Natuurlijk is dat geen probleem.”

'Sommige klanten komen al zo lang dat hun kinderen nu hier studeren'

Dertig jaar bestaan

In januari 1996 opende voor het eerst een kapperszaak op de campus. Van Santen-Blom kwam er in 1999 werken. Vijf jaar later nam ze de zaak over en veranderde ze de naam in Hairdesign by Lydia. De overname lukte mede dankzij haar klanten, vertelt ze. Een student Econometrie maakte een bedrijfsplan voor haar, maar de bank wees haar aanvraag af. “Ze zeiden: je hebt geen hoge opleiding en je bent al boven de dertig. Dus dat wordt hem niet.” Een andere klant bood hulp aan. “Mijn man gaat het voor jou regelen, zei ze.” De man bleek alumnus en werkte bij de Stichting Ondernemersbelangen Rotterdam. “Hij zei: het komt in orde. En dat was ook zo.”

De zaak verhuisde meerdere keren. Eerst zat Van Santen-Blom in de kelder van het Tinbergengebouw. Een gang was ingericht als ‘winkelstraat’ met een bloemenzaak, een boekwinkel en een kledingwinkel. “Het was heel gezellig. Elke ochtend dronken we samen koffie voordat we onze zaak openden.” In 2012 verhuisde ze naar het V-gebouw vanwege het renovatieplan van het Tinbergengebouw. Daarna volgden het Polak- en het Hattagebouw. “Na een half jaar Hatta mocht ik weer terug naar Polak. Nu zit ik hier al elf jaar.”

Het dagelijkse gereedschap van Van Santen-Blom.

Afbeelding door: Geisje van der Linden

De lijm van de gemeenschap

De volgende klant meldt zich. “Hé, waar is je baard?”, vraagt Van Santen-Blom met wijde ogen. De klant, Jeroen Melein, directeur Digitalisation & Information Services bij de Rotterdam School of Management, lacht. Ook hij komt al jaren bij Van Santen-Blom. “Lydia knipt mijn haar goed en het voelt hier altijd warm en gezellig.” Zijn halve afdeling komt ook bij deze salon, vertelt hij. “En mijn zoon kwam vroeger ook mee omdat hij uit de schaal met snoepjes mocht graaien.”

Volgens Melein vervult Van Santen-Blom een belangrijke rol op de campus. “We vergeten soms dat ondernemers op de campus, zoals Lydia, de lijm zijn die de gemeenschap nodig heeft om zich met elkaar verbonden te voelen. Ze maakt het fijn hier. Naast je werk en je collega’s heb je ook je kapper. Je bouwt dus het gevoel op dat je hier thuishoort.

Haar kapperszaak is meer dan een plek om je haar te laten knippen, zegt Van Santen-Blom.

Afbeelding door: Geisje van der Linden

De kappersstoel als praatstoel

Van Santen-Blom is het daarmee eens. Haar kapperszaak is meer dan een plek om je haar te laten knippen. “Deze stoel is ook een soort praatstoel. Mensen vertellen hier van alles.” Soms zijn de verhalen zwaar. “Ooit vertelde een medewerker me dat hij depressief was en aan zelfdoding dacht. Toevallig kende ik een psycholoog die hier ook kwam. Ik heb hem meteen naar haar gestuurd.”

'Ik hou van de campus en de mensen, dus we zien wel hoe lang ik het nog volhoud'

Andersom staan haar klanten ook voor haar klaar. Toen haar dochter een beenmergtransplantatie moest ondergaan, werkte ze acht weken halve dagen en bracht ze de rest van de tijd door in het ziekenhuis. Van haar klanten kreeg ze de steun die ze nodig had. “De duizenden kaarten die wij van mijn klanten kregen, dat was niet normaal. Dat vergeet ik nooit meer.”

Toch denkt ze niet dat ze nog tien jaar doorgaat. “Ik ben nu 58 en het is zwaar werk. Maar zoals het nu loopt, vind ik het leuk. Ik hou van de campus en de mensen, dus we zien wel hoe lang ik het nog volhoud.”

Een lijst met artikelen

De redactie

Reacties

Laat een reactie achter

Door een reactie te plaatsen ga je akkoord met onze regels voor het plaatsen van een reactie. Lees ze alsjeblieft voordat je een reactie plaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met (verplicht)