Toen er werd besloten dat de gebouwen een eigen naam zouden krijgen, droegen alle faculteiten van de EUR drie namen aan die belangrijk zijn geweest voor hun vakgebied. Zo ontstond er een lijst van 27 namen. “Uiteindelijk zijn de gebouwen vernoemd naar toonaangevende hoogleraren en medewerkers van de EUR”, vertelt Roman Koot, conservator erfgoed van de universiteit. “Een paar gebouwen werden daarnaast vernoemd naar Rotterdammers van wie de gedachtengoed belangrijk is voor de universiteit, zoals Desiderius Erasmus en Pierre Bayle.”

kaartje Campus Woudestein

Lees meer

Daarom hebben de campusgebouwen deze letters

Het Mandevillegebouw is niet het M-gebouw, maar T. Het Tinbergen en het Theilgebouw is…

Oog voor diversiteit

De meeste gebouwen werden vernoemd naar westerse mannen, en dus is er weinig diversiteit, geeft Koot toe. Er is één gebouw dat vernoemd werd naar een vrouw: het Van der Gootgebouw. “Willemijn van der Goot promoveerde in 1930 aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool, de voorganger van de EUR, en was de eerste promovenda in Nederland op het gebied van economie”, vertelt Koot.

De enige niet-westerse benaming is het Hattagebouw. Mohammad Hatta was een student van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool. Hij was een founding father van Indonesische staat. Dat de EUR voor de naam Hatta heeft gekozen was volgens Koot best bijzonder. Hatta verzette zich tegen de Nederlandse overheersing van Nederlands-Indië en was na de onafhankelijkheid gedurende vele jaren een van de belangrijkste figuren in de Indonesische politiek, onder meer als minister-president. Koot: “Heel terecht dat de EUR trots is op zijn voormalige economiestudent.”

Nieuw gebouw

Straks krijgt de campus een nieuw gebouw (tot nu toe met Polak II als werktitel) erbij. De naam voor dit gebouw wordt op dit moment bedacht, zegt Koot, maar zelf heeft hij nog geen idee wat het wordt. Koot: “In het kader van diversiteit zou het mooi zijn als het gebouw naar een vrouw wordt vernoemd en wel van een niet-Nederlandse achtergrond.”

Van onafhankelijkheidsstrijder tot Nobelprijswinnaar

Dit zijn de naamgevers van negen gebouwen op campus Woudestein:

Baylegebouw (ook wel J-gebouw)
Pierre Bayle (1647–1706) is een van de grootste filosofen uit de tijd van de Verlichting. Hij was een Franse protestant die in 1681 vanwege geloofsvervolging uitweek naar Rotterdam.

Erasmusgebouw (A-gebouw)

De Erasmus Universiteit is bij de oprichting in 1973 als de eerste universiteit in Nederland vernoemd naar een persoon. Desiderius Erasmus is in 1466 in Rotterdam geboren. Hij geldt als een belangrijk geleerde op het terrein van de humanistiek en theologie.

In het Erasmusgebouw is het College van Bestuur gehuisvest. Ook de Aula en de Erasmus Gallery bevinden zich in het gebouw.

Van der Gootgebouw (M-gebouw)
Willemijn van der Goot (1897–1989) studeerde tussen 1919 en 1926 aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool, de voorganger van de EUR. Zij promoveerde er in 1930 als eerste vrouw en was daarmee de eerste promovenda in Nederland met een dissertatie over een economisch onderwerp. Van der Goot behoorde in 1935 tot de drie oprichtsters van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging. Haar meest bekende publicatie is het door haar en door Anna de Waal geredigeerde boek Van moeder op dochter, het aandeel van de vrouw in een veranderende wereld, een standaardwerk over de geschiedenis van de vrouwenbeweging in Nederland in de twintigste eeuw.

Het gebouw heeft grote zalen die vaak worden gebruikt als tentamenzalen.

Hattagebouw (U-gebouw)
Mohammad Hatta (1902–1980) studeerde tussen 1921 en 1932 aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool. Tijdens zijn studie in Rotterdam was hij voorzitter van de vereniging van Indonesische studenten in Nederland, een progressieve, nationalistische groepering die zich sterk maakt voor het verbreken van de koloniale banden met Nederland. Hatta is een van de founding fathers van de Republiek Indonesië. Samen met Soekarno riep hij op 17 augustus 1945 de Indonesische onafhankelijkheid uit.

Mandevillegebouw (T-gebouw)
Bernard Mandeville (1670–1733) volgde in Rotterdam colleges bij Pierre Bayle aan de Illustere School. Hij studeerde aan de Leidse universiteit filosofie en geneeskunde. Vanaf 1691 woonde hij in Londen. Daar maakte hij naam als arts. Mandeville publiceerde veel, onder meer over psychiatrische aandoeningen en een aanklacht tegen slavernij.

De Rotterdamse School of Management is gehuisvest in dit gebouw, evenals de Erasmus Sustainability Hub.

Polakgebouw (Y-gebouw)
Nico Polak (1887–1948) was alumnus, promovendus en hoogleraar van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool en de Nederlandse Economische Hogeschool, de voorgangers van de universiteit. Hij behoorde in 1913 tot de eerste lichting studenten, promoveerde in 1921 en werd in 1922 benoemd tot hoogleraar Bedrijfsleer, later Bedrijfseconomie genoemd. Het vakgebied groeide dankzij Polak uit tot een volwaardig onderdeel van de economische wetenschap.

Het Polakgebouw heeft collegezalen en studieplekken voor studenten. De Community for Learning and Innovation (CLI) bevindt zich in dit gebouw.

Sandersgebouw (L-gebouw)
Piet Sanders (1912–2012) werd in 1959 aangesteld als hoogleraar Burgerlijk recht en internationaal privaatrecht aan de Nederlandse Economische Hogeschool. Tot zijn taak hoorde ook het voorbereiden van een juridische faculteit (tegenwoordig Erasmus School of Law).  Sanders was de eerste decaan en bleef bij de faculteit tot aan zijn emeritaat in 1981.

De Erasmus School of Law is gevestigd in dit gebouw.

Theilgebouw (C-gebouw)
Henri Theil (1924–2000) werd in 1953 hoogleraar Econometrie aan de Nederlandse Economische Hogeschool. Hij was in 1956 oprichter en eerste directeur van het Econometrisch Instituut. Theil schreef een groot aantal boeken en tijdschriftartikelen. Drie van zijn boeken werden ‘citation classics’ volgens de normen van de Social Sciences Citation Index. Bekend werd ook zijn maatstaf voor inkomensongelijkheid, de Theil-coëfficiënt.

Tinbergengebouw (H-gebouw)
Jan Tinbergen (1903–1994) was hoogleraar aan de Nederlandse Economische Hogeschool. Hij heeft op veel gebieden in de economie baanbrekend werk verricht. Zijn belangrijkste wetenschappelijke bijdragen liggen op het gebied van de econometrie en de theorie van de economische politiek. Hiervoor kreeg hij, samen met de Noor Ragnar Frisch, in 1969 de eerste Nobelprijs voor de economie toegekend.