Bij twaalf van de veertien universiteiten in Nederland steeg het percentage vrouwelijk hoogleraren. Alleen op  de Universiteit Leiden en de Universiteit van Amsterdam daalde het aantal vrouwelijke hoogleraren. Het LNVH is blij met de stijgende lijn maar teleurgesteld dat de stijging zo gering is. Het rapport laat een flinke landelijke afname van de groei zien ten opzichte van vorig jaar, namelijk van 2,2 naar 1,1 procent groei.

Op de EUR  is het aantal fors gestegen. “We stonden eerst helemaal onderaan in het rijtje, maar we hebben een historische sprong gemaakt, van 13 procent in 2017 naar 21 procent eind 2019. En daar houdt het niet op, midden november van dit jaar zaten we op 25 procent (exclusief het Erasmus MC), daar zijn we erg blij om”, zegt Chief Diversity Officer Semiha Denktaş. “We zitten enorm in de lift.” De stijging komt voor een groot deel doordat veel bijzonder hoogleraren aan de universiteit, waarvan een groot deel vrouw is, promoveerde tot gewoon hoogleraar.

Afname van de groei

Landelijk is de trend minder rooskleurig. “De mate van stijging van dit jaar is teleurstellend”, zegt Hanneke Takkenberg, voorzitter van de LNVH. “Vorig jaar was er nog een grote stijging te zien, maar dat lijkt een eenmalig effect te zijn.” De groei van vorig jaar was voornamelijk te danken aan de Westerdijk Talentimpuls, waarbij landelijk middelen beschikbaar kwamen voor de benoeming van honderd extra vrouwelijke hoogleraren. Volgens het LNVH laat dit zien dat specifieke acties buiten het reguliere benoemingsproces om nodig zijn om versnelling te creëren, en er onverminderd aandacht moet zijn om de percentages binnen het reguliere benoemingsproces te laten groeien.

Minder vrouwen per stap op de carrièreladder

Nog steeds neemt het aantal vrouwen per stap op de carrièreladder sterk af. Zo is meer dan de helft van de studenten dat afstudeert vrouw. Bij promovendi en universitair docenten is dat al minder dan de helft. Bij universitaire hoofddocenten daalt het aandeel al flink naar minder dan een derde. Het percentage vrouwelijke hoogleraren spant de kroon en bedraagt slechts 24 procent.

Ambitieuze streefcijfers

Ondanks de afname van de groei ziet Takkenberg de komende jaren niet geheel somber in. “Ik zie dat alle universiteiten ambitieuze streefcijfers hebben opgesteld. Dat we een stagnatie in groei zien wil niet zeggen dat de universiteiten achterover leunen, integendeel.”

Het landelijk streven is om in 2025 een derde aan vrouwelijke hoogleraren te hebben op universiteiten. “Maar op echte gelijkheid moeten we helaas nog lang wachten”, zegt Takkenberg. Volgens voorspellingen in het rapport zal het zeker nog tot 2041 duren voordat er een gelijke man-vrouwverdeling is bereikt op het niveau van hoogleraren.

  1. De Glazen Plafond Index (GPI) is een indicator voor
    (belemmeringen in) de doorstroom van vrouwen naar
    hogere functiecategorieën.

    GPI > 1,0 – Belemmerde doorstroom
    GPI = 1,0 – Normale doorstroom
    GPI < 1,0 – Makkelijke doorstroom

    De GPI wordt berekend door het percentage vrouwen
    in functiecategorie x-1 te delen door het percentage
    vrouwen in functiecategorie x.
    De GPI geeft geen informatie over de feitelijke doorstroming en is niet hetzelfde als de doorstroomkans. ↩︎