Wout werkt namelijk precies vijftig jaar voor de universiteit. Ik kan niet zeggen Erasmus Universiteit, want die bestond in naam nog niet toen hij met vijftien jaar als postbediende bij de medische faculteit begon.

Hoe ging dat in die tijd? Je was twaalf als je naar de technische school ging, dertien als je koos wat je wilde worden: schilder, bakker, timmerman. Maar wat wist je nou op die leeftijd? In het najaar van 1970 was hij klaar met de schildersopleiding toen zijn ouders vroegen of-ie wel schilder wilde worden? Nee, eigenlijk niet.

Kleine Wout

In een advertentieblaadje stond een vacature voor postbediende bij de nieuwe medische faculteit, vier jaar daarvoor opgericht. Of dat niet iets voor hem was? Omdat hij nog net geen zestien was, moest zijn moeder – zeer tegen de zin van kleine Wout – mee naar het sollicitatiegesprek.

Wout groeide op in een arbeidersgezin in de schaduw van de Kuip op Zuid. Vader werkte bij de werf van Piet Smit als scheepsbouwer. Hij wist hoegenaamd niets van de academische wereld. Ja, hij kende het Dijkzigtziekenhuis (nu het Erasmus MC, red.), maar verder was alles nieuw.

De witte hoogbouw van de faculteit was pas tot de zesde verdieping af, maar al wel in gebruik. “Je ging met een bouwlift naar de volgende verdieping.” Het was best spannend, als tiener langs bij hoogleraren – één was bekend als tv-dokter – om een handtekening op een poststuk te halen.

Veel afdelingen als post- en archiefzaken werden in die dagen gerund door ‘mannen die nog in de oost hadden gevochten’ en die de laatste jaren van hun werkzame leven in Rijksdienst sleten als afdelingshoofd. Kolonel, Schout bij nacht, dat werk. Als de jonge postbediende zich bij zijn baas meldde met een opmerking als ‘ik dacht misschien…’, kreeg hij te horen: ‘Jij hoeft niet te denken, dat doen wij wel’. En Wout vond dat wel oké.

Het zijn woorden die je niet vaak meer hoort, maar Wout zegt het gewoon: “Ik ben nooit zo ambitieus geweest. Het belangrijkste is dat ik het naar m’n zin heb, en dat heb ik het altijd gehad. We hebben het thuis altijd goed gehad. Ik hoef geen grotere auto. Als ik de Staatsloterij zou winnen, zou ik niet anders gaan leven.”

Onder het maaiveld

Na zeven jaar bij post- en archiefzaken van de medische faculteit, die inmiddels was samengegaan met de Nederlandse Economische Hogeschool en sinds 1973 Erasmus Universiteit heette, zette Wout zijn werkzaamheden vanaf 1977 voort op campus Woudestein. Om precies te zijn in het souterrain van het Bestuursgebouw (waar nu de Erasmus School of Economics huist, red.), alwaar hij tot 2018 zijn werkzaamheden verrichtte tussen de draaistellingkasten vol personeelsdossiers en bestuurlijke notulen.

Pas twee jaar geleden werd hij, na de laatste reorganisatie, verkast naar het P-gebouw. Weer onder het maaiveld werkt hij zijn laatste jaren en verdwijnt onder zijn handen het papieren archief van de universiteit. Archiefstukken gaan óf naar een externe partij die het opslaat, óf het wordt gedigitaliseerd, óf er wordt een ‘verklaring van vernietiging’ aangemaakt. Wat wel op papier moet worden bewaard gaat naar het Nationaal Archief of naar het Stadsarchief van Rotterdam. “Ik geloof niet dat ik een opvolger krijg”, zegt Den Hollander gelaten.

Hij is er de man niet naar om daarvan wakker te liggen, ‘van een archief hoeft maar ongeveer 10 procent écht bewaard te worden’. Maar gek is het wel, hoe die vijftig jaar voorbij zijn getrokken en het einde nu écht in zicht is. Over vier maanden mag hij met pensioen.

Wout den Hollander (1)
Wout den Hollander Beeld door: Amber Leijen

Laatste jaren pittig

Voelt dat als ‘eindelijk’? Niet per se. Hoewel hij ernaar uitkijkt meer tijd te kunnen besteden aan zijn hobby muziek verzamelen, en zijn drie kleinkinderen uiteraard.
Hij had gewoon nooit gedacht dat hij de vijftig jaar in dienst van de universiteit vol zou hoeven maken. Maar alle vut- en prepensioenregelingen ‘werden iedere keer net voordat ik aan de beurt was, de nek omgedraaid’. Pas vorig jaar was er een meevaller, toen de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar werd teruggebracht naar 66 jaar en vier maanden. Dat de universiteit hem niet na vijftig dienstjaren heeft vrijgesteld van werkzaamheden, vindt hij jammer, maar hij wil er niet te veel woorden aan vuil maken.

De laatste jaren waren wel pittig; weer een reorganisatie, een aantal vaste collega’s die om verschillende redenen na decennia vertrokken en de veranderde manier van met elkaar omgaan op de universiteit.

‘Andere tijd’

“Vroeger kende ik praktisch iedereen. Je kende het College van Bestuur bij naam, je had meer persoonlijk contact. Nu moet je je vraag per e-mail stellen en duurt het soms dagen voor je antwoord hebt.” Hij mist dan wel eens de oude tijd met koffiemomentjes rond verjaardagen en het borrelmoment op vrijdag om 4 uur, als de dossiers dicht en de koelkasten opengingen. Menig bewoner van het Bestuursgebouw schoof dan aan om het leven door te nemen, zo kwam een voormalig secretaris van het CvB vaak net toevallig op dat tijdstip binnenlopen.

En hij was jaren actief in het voetbalteam van de universiteit en betrokken bij het in 2004 ter ziele gegane O&W-sporttoernooi, waar alle universiteiten van Nederland én het ministerie van Onderwijs streden om de cup. “Het was wat warmer, socialer”, zegt hij zonder te willen klagen. “Het is gewoon een andere tijd.”

Mooiste jaren

De mooiste jaren van de afgelopen halve eeuw beleefde Wout toen hij samenwerkte met Marco, een verstandelijk gehandicapte man die hij onder zijn hoede kreeg. “Ik werkte vooral alleen en had veel handwerk te doen, en ik ben een rustig persoon, dus daarom zullen ze mij wel hebben gevraagd”, zegt hij daar nu over.

Zo’n dertien, veertien jaar lang begeleidde hij Marco in zijn werkzaamheden, maar het was meer dan taakjes opleggen. “Hij had enorm dikke brillenglazen en kon nauwelijks iets zien als hij moest typen. Toen hebben we hem naar een opticien gebracht waar de dochter van een collega werkte, en hebben ze hem lenzen aangemeten: hij zag 50 procent meer dan daarvoor en functioneerde daardoor een stuk beter! Dat soort dingen deed je.”

Ruim twaalf jaar geleden overleed Marco plotseling. Een week later kwam al de vraag of hij een nieuwe medewerker wilde vanuit de zorginstelling. Hij kan er nog kwaad om worden, zo snel als ze op de stoep stonden. Voor hem hoefde het even niet meer.

Erasmus met de reispet

Zijn vijftigjarig jubileum werd door corona noodgedwongen klein gevierd. “’s Ochtends taart en koffie en ’s middags ben ik buiten bij het Erasmusbeeld toegesproken door mijn leidinggevenden in aanwezigheid van mijn collega’s en mijn vrouw. Ik heb het beeldje van Erasmus met de reispet gekregen, dat is wel bijzonder geloof ik. Toen nog een kop koffie en daarna ben ik gewoon weer aan het werk gegaan.”

En ’s avonds, na het terugfietsen over de brug naar zijn huis in IJsselmonde, uit eten met vrouw en kinderen. Omdat het misschien geen verdienste maar toch wel bijzonder is: vijftig jaar voor dezelfde baas werken.

Al 9 reacties — discussieer mee!