Lees meer

Van Rijn: universiteiten te afhankelijk van studentenaantallen

Maatregelen zijn hard nodig om de kwaliteit van het Nederlandse hoger onderwijs te…

Het Nederlandse hoger onderwijs en onderzoek is van hoge kwaliteit, maar dat is niet lang meer vol te houden, staat in het advies dat de commissie onder leiding van voormalig staatssecretaris Martin van Rijn woensdagochtend presenteerde.

Om die hoge kwaliteit toch vol te houden, doet de commissie aanbevelingen hoe het geld over de universiteiten herverdeeld moet worden. Het resultaat van die herverdeling is dat er in 2019 netto 70 miljoen euro wordt verschoven tussen de universiteiten. De vier technische universiteiten profiteren daarvan het meest en de drie jonge universiteiten (Maastricht, Tilburg en Rotterdam) en de Open Universiteit het minst.

Vijftien miljoen euro

De EUR zou door de herverdeling bijna 5 procent van de rijksbijdrage van 2019 moeten inleveren. Volgens een analyse in het rapport gaat dat om bijna 15 miljoen euro, verspreid over twee jaar. Dat is het meest van alle Nederlandse  universiteiten.

Grote vragen

Volgens het College van Bestuur biedt het rapport van de commissie ‘een helder advies over de grote vragen rond de financiering van universiteiten, en een doorkijk naar een wenselijke ontwikkeling: van het huidige verdeelmodel naar een daadwerkelijk bekostigingsmodel’.

Maar de gevolgen daarvan zijn ingrijpend: “Als de minister het advies van de commissie volgt, krijgt de EUR de komende jaren te maken met forse en pijnlijke kortingen, zo blijkt uit de eerste berekeningen”, schrijft het College. “De voorgestelde kortingen doen geen recht aan het grote belang van de alfa- en gammawetenschappen en medisch cluster – in Rotterdam en bij andere universiteiten.”

“De complexiteit van de huidige maatschappelijke vraagstukken vraagt juist nadrukkelijk ook om inzichten vanuit de sociale en geesteswetenschappen. Denk aan de technologisering van de maatschappij, geopolitieke verschuivingen, migratie, ethische vraagstukken, de wijze waarop markten werken, onderzoek naar ongelijkheid, de toekomst van de stad, sociale cohesie en samenwerking in Europa. De nieuwe strategie van de EUR richt zich nadrukkelijk op die complexe vraagstukken.”

Al 2 reacties — discussieer mee!