‘Afgekraakt worden is pijnlijk’

Complimenten ontvangen is voor de meeste mensen geen enkel probleem. Maar hoe reageer je als er minder lovend wordt gereageerd op je werk? Tim de Mey, hoofddocent Theoretische filosofie, vertelt over zijn ervaringen met negatieve recensies.

Als ik dit boek op de middelbare school voor mijn examen had moeten doorwerken, zou ik later geen regel filosofie meer gelezen hebben.’

Niet de fijnste reactie om als schrijver van het examenboek voor het VWO-vak filosofie te lezen in dagblad Trouw. Maar de auteur van dienst, Vlaming Tim de Mey, kon er eigenlijk wel om lachen. “Dit soort oppervlakkige opmerkingen zijn zo flauw, daar zit ik echt niet mee. Alleen als het over de inhoud gaat, wordt het moeilijker. Heel eerlijk: dat was af en toe wel vervelend.”

Plasje

De Mey had überhaupt niet verwacht dat zijn boek Het voordeel van de twijfel na publicatie zo veel stof zou doen opwaaien. Hij dacht juist dat hij na het schrijven van de laatste letter van zijn boek over scepticisme en het belang van twijfelen het ergste achter de rug had. “Omdat het examenmateriaal zou worden, keek een commissie mee. Tien tot vijftien collega-filosofen mochten hun plasje doen over mijn stukken. Dat was niet leuk, vooral omdat de kritiek niet consistent was. Wat de één goed vond, vond de ander niks en dat bleef maar doorgaan.”

Maar de storm ging niet liggen. Sterker nog: na het verschijnen van het boek eind 2014 stroomden de recensies en beschouwingen binnen. “Er werd veel over gesproken. Uiteindelijk denk ik dat een derde van de recensies lovend was en twee derde opmerkingen had op punten in het boek.” De negatieve recensies verdeelde de Vlaming in zijn hoofd in twee categorieën. “Aan de ene kant is er de algemene kritiek. Op mijn schrijfstijl, de vorm van het boek of bepaald woordgebruik. Daar ben ik alleen maar blij mee. Ik neem al die punten mee en ik probeer daar ook echt wat mee te doen.”

Flight of fight

Moeilijker wordt het wanneer er recensenten ingaan op de inhoud van het boek en dus de (filosofische) gedachten van De Mey. “Dan is kritiek toch een stuk lastiger te accepteren. Je weet namelijk zelf ook wel waar de pijnpunten in je eigen werk zitten. Als je daar dan compleet op wordt afgekraakt, is dat pijnlijk. De vinger wordt dan gelegd op je eigen, diepere onzekerheden.” Eén recensie heeft De Mey zelfs nooit kunnen uitlezen. “Daar werd zo ernstig getwijfeld aan mijn ideeën, dat ik het niet meer aankon. Het werd te persoonlijk.”

'Dat is ook mijn advies aan collega’s die te maken krijgen met negatieve recensies. Leer wat je ervan kan leren en laat de rest gaan'

De tactiek die De Mey hanteert bij het verwerken van recensies, is altijd dezelfde. “Je kunt kiezen voor flight of fight. Ik kies altijd voor dat eerste en heb nog nooit gereageerd op een recensie. Nee, ook niet op de recensie die ik niet heb uitgelezen. Er is geen productieve uitkomst mogelijk als je gaat reageren. Je komt er zelf nooit goed uit. Ik laat het daarom altijd maar gaan. Het is moeilijk, zeker als het persoonlijk wordt, maar ik denk dat het op de lange termijn toch het beste is. Dat is ook mijn advies aan collega’s die te maken krijgen met negatieve recensies. Leer wat je ervan kan leren en laat de rest gaan.”

Die instelling zorgt ervoor dat hij het plezier in het schrijven nog lang niet heeft verloren. “Opmerkingen als ‘Wie dit leest, gaat nooit meer filosofie lezen’ kan ik van mij af laten glijden, omdat ik ook veel enthousiaste reacties kreeg en krijg van leerlingen en docenten. Natuurlijk, kritiek op de inhoud blijft altijd moeilijk. Je eigen onzekerheden worden namelijk bevestigd en ik weet zeker: dat is voor niemand leuk. Maar ik ben niet ontmoedigd. Ik heb de smaak te pakken.”

Deel dit artikel

  • Geef een reactie
  • Reacties

  • Je hebt altijd mensen die het beter weten en houden van klagen. Semi-professionele zeikerds zoals ik die een artikel afstruinen op zoek naar punten om af te kraken. Maar een beetje perspectief is wel op zijn plaats: wij zijn een kleine minderheid, hoe luidruchtig we ook zijn op het internet.

    De meeste mensen die een boek of artikel lezen, gaan niet na zitten denken hoe ze de inhoud af kunnen kraken. Die lezen het boek of artikel en zeggen “nee, daar ben ik het eigenlijk niet mee eens maar dat is niet erg”, of “dat is een goed punt maar mijn geslijm zou niets toevoegen”. Zo’n houding houdt misschien sommige intellectuele inzichten tegen, maar zorgt er ook voor dat we elkaar niet voortdurend in de haren vliegen om minuscule meningsverschillen.

    De Mey hoeft zich pas zorgen te maken als honderden lezers zich direct tot hem wenden met inhoudelijke kritiek. Tot die tijd zijn het gewoon mensen die het lekker vinden om over het werk van anderen heen te zeiken. Want voor die kleine, luidruchtige minderheid waar ik toe behoor voelt dat gewoon erg lekker.

  • Reacties zijn momenteel gesloten.