6 dingen die je moet weten over het N=N-rapport

Studenten halen hun propedeuse sneller, maar of ze hierdoor ook sneller door afstuderen is nog maar de vraag

Beeld: CollegeDegrees360

Het is voor de meeste studenten al te lang geleden, maar er was ooit een tijd waarin de N=N-regel er nog niet was. Of ‘vroeger’ nou beter was dan nu, onderzocht Risbo, het onderzoeksinstituut dat verbonden is aan de sociale faculteit.

Is de studievoortgang van studenten veranderd sinds de invoering van N=N, en is er een verband tussen studiesucces en het aantal gecompenseerde onvoldoendes? Dit waren enkele onderzoeksvragen waarop het Risbo antwoorden zocht. De resultaten werden onlangs besproken in de universiteitsraad. EM ploos het rapport voor je uit en zette de belangrijkste bevindingen voor je op een rijtje:

  • Laten we beginnen met een voorbehoud. Het onderzoeksrapport is een tussentijdse evaluatie van een onderzoek over de langetermijneffecten van N=N. Aangezien niet alle studenten die in 2012/2013 zijn begonnen al klaar zijn met hun bachelor, spreekt het Risbo alleen van voorlopige resultaten.
  • Studenten zijn de Erasmus Universiteit niet gaan mijden door de invoer van N=N. Het absolute aantal is voor de meeste opleidingen zelfs gestegen. Dit wil overigens niet heel veel zeggen; het totale aantal studenten in Nederland is namelijk ook gestegen.
  • Een opluchting voor de Erasmus Universiteit: een aanzienlijk groter percentage studenten behaalt de propedeuse in één jaar in vergelijking met de jaren voordat de Erasmus Universiteit de N=N-maatregel invoerde.
  • De langetermijneffecten – tot nu toe – zijn wisselend. Zo behaalden studenten van de ESE/ESL en geschiedenisstudenten meer studiepunten sinds de invoering van N=N. Dit resultaat werd niet gevonden bij de opleidingen van de RSM, het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg en de opleidingen van Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) exclusief Geschiedenis. De extracurriculaire activiteiten in het tweede jaar vormen een mogelijke verklaring volgens de onderzoekers.
  • De compensatieregeling was de water bij de wijn wat betreft de N=N-maatregel. Het leidde tot kritiek van onder andere de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). De verwachting van de criticasters was dat het zou leiden tot niveauverlies, aangezien studenten met onvoldoendes alsnog door mochten naar het volgende jaar. Bij een aantal opleidingen bleken de studenten die in het eerste jaar onvoldoendes moesten compenseren minder studiepunten in het tweede en derde jaar te behalen dan studenten die alleen maar voldoendes scoorden in het eerste jaar. Dit verband was overigens maar te vinden bij een aantal opleidingen. Daarnaast waren er maar een handjevol studenten die onvoldoendes moesten compenseren.
  • Ondanks het marginale verband tussen onvoldoendes en studiesucces in latere jaren, stelt het Risbo voor om studenten maar twee onvoldoendes te laten compenseren. Een ingreep waar het College van Bestuur al van heeft laten weten niets voor te voelen. Het college wil dat besluit namelijk overlaten aan de examencommissies.

De universiteitsraad had zo zijn bedenkingen bij het onderzoek. Hoe kun je de resultaten vergelijken wanneer de opleidingen zo verschillen in opbouw en in de handhaving van de regels? Meer dan schouders ophalen bij dit gegeven kan het Risbo ook niet doen. Begin maart verwacht het Risbo meer inzichten te kunnen geven op de langetermijneffecten van N=N.

Lees het hele rapportHet N=N-rapportDownload

Deel dit artikel