Weinig weerstand in de zaal maakt Joris Luyendijk een tikkie arrogant

Volle bak is het donderdagavond, in het Erasmus Paviljoen. Veel ESE-studenten willen van journalist en antropoloog Joris Luyendijk weleens horen hoe hun gedroomde toekomst – een baan in de Londense City – eruit zal zien. Luyendijk heeft in drie jaar tijd zo’n 200 medewerkers van Londense banken geïnterviewd. En nu is hij heel pessimistisch over de toekomst van de financiële sector.

Luyendijk is Lentegast van SG Erasmus, en dus volgt de avond het format van het bekende VPRO-programma Zomergasten. Joris Luyendijk heeft tien tv-fragmenten uitgezocht, en het is de taak van presentator Geert Maarse om publiek en gast van het ene fragment naar het andere te leiden.

Al gauw blijkt dat een onmogelijke opdracht. Luyendijk heeft zeer uiteenlopende fragmenten uitgekozen, stuk voor stuk interessant genoeg voor een avond levendige discussie: The Young Ones, een comedyserie uit de jaren ’80 over studenten; een horrorpanda in een Egyptische commercial; The Act of Killing, een documentaire over de moorden die gepleegd werden na de Indonesische onafhankelijkheid en een interview met Ischa Meijer door Theo van Gogh. Genoeg gespreksstof, maar het publiek komt toch vooral voor Luyendijks nieuwe boek, Dit kan niet waar zijn, een drie jaar durend antropologisch onderzoek tussen de bankiers in The City.

Beschadigde mensen

De boodschap die Luyendijk heeft voor zijn toeschouwers – veelal studenten die graag naar de City zouden gaan – is niet mals: werknemers in de City zijn beschadigde mensen. Wie anders wil er 80 uur per week werken, geen tijd hebben voor een relatie en te veel geld om nog met normale mensen om te gaan. Het wekt wrevel in de zaal: “Luyendijk zit gewoon te shockeren”, zegt een City-wannabe-student in de pauze.

Luyendijk is inderdaad minder genuanceerd dan in het boek, maar alle opmerkingen van de journalist dienen één doel: reacties uitlokken. Die komen er nauwelijks. Dus pest Luyendijk verder. Het antwoord op de vraag hoe je de bankensector toch op de rails kunt krijgen: “Niet op de VVD stemmen.” Die mantra herhaalt hij nog twee keer. Toenemend gemurmel in de zaal, maar geen reactie.

Perverse prikkels

Twee sprekers durven kritische kanttekeningen te plaatsen: is je beeld niet enorm vertekend doordat je alleen maar mensen op je af hebt laten komen? Heb je, kortom, niet alleen met de losers gesproken, vraagt een studente zich af. Een andere student verwijt Luyendijk dat hij niet zozeer de bankensector beschrijft, alswel de hele wereld: bestaat niet de hele wereld uit perverse prikkels?

Luyendijk pareert de vragen met eenvoud: “Ja het kan zijn dat ik het slachtoffer ben van selection bias, maar daar heeft elk onderzoek last van. En: “Nee, je neerleggen bij het idee dat de hele wereld bestaat uit perverse prikkels, is te simpel. Dat is de neoliberale gedachte. Hoe kun je verklaren dat er dertig jaar geen crisis is geweest in de banken, en na de deregulering wel?” Weerwoord krijgt hij niet.

Dodelijk saai

Luyendijk raakt overmoediger met de minuut. “Ik vind de manier waarop de meeste mensen praten gewoon saai. ‘Ben jij nog op vakantie geweest? Ja, jij ook?’ Dodelijk saai.” Maarse probeert publiek en gast weer bij elkaar te brengen door Luyendijk scherp te wijzen op zijn arrogantie: “Denk je niet dat mensen dat enorm irritant vinden? Vind je mij ook doodsaai als ik zometeen aan de bar over mijn wintersport vertel?”

Dankzij een gulle lach en zelfrelativering glijden ook deze vragen van Luyendijk af. Maar niet veel later doet hij er nog een schepje bovenop: “Ik verveel me heel snel. Maar ik ben blij dat 98 procent van de mensen dat niet hebben, anders zou de maatschappij niet meer functioneren.” Voor zijn veel genuanceerdere boodschap uit het boek, is door alle fragmenten over andere onderwerpen weinig tijd. Daar moet je het boek maar voor lezen. ES

Deel dit artikel