Bussemaker niet bang voor Eerste Kamer

Minister Bussemaker piekert er niet over om haar plannen voor een leenstelsel te schrappen, enkel en alleen omdat de Eerste Kamer dwars kan liggen. Zo zit het staatsrecht niet in elkaar, legde ze de Tweede Kamer uit.

Ze reageerde op een motie van SP’er Jasper van Dijk, gisteren in de Tweede Kamer. Hij voorziet dat er in de senaat geen meerderheid zal zijn voor het schrappen van de basisbeurs en wil voorkomen dat ambtenaren tijd en energie verspillen aan een wet die er nooit zal komen, zoals bij de langstudeerboete is gebeurd. Bovendien wil hij studenten en onderwijsinstellingen niet in onzekerheid laten. Daarom stelde hij een deadline voor. De minister zou zich vóór 1 juli moeten verzekeren van een redelijke parlementaire meerderheid of anders moeten afzien van haar plannen.

De koninklijke weg

“Ik moet u zeggen dat mij deze motie bevreemdt”, zei Bussemaker. Want er zijn in de Tweede Kamer toch twee regeringspartijen die haar met een ruime meerderheid steunen. Ze wil de “koninklijke weg volgen”, zei ze. Zij dient een wetsvoorstel in, de leden van de Tweede Kamer gaan met haar in debat en daarna stemmen ze. Vervolgens gaat het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer. Zoals altijd.

Parlementaire geschiedenis

Want Van Dijk zal toch niet bedoelen dat het primaat bij de Eerste Kamer ligt? “Dan ga ik eerst daar in debat en kom ik bij u terug als ik daar een meerderheid heb. En waar gaat u de wet dan op toetsen?  Uitvoerbaarheid?” Ze weigert de rollen van de Eerste en Tweede Kamer om te draaien, wilde ze maar zeggen. “Dan zouden we parlementaire geschiedenis schrijven.”

Onzekere steun

Van Dijk vond dat geen sterk antwoord. “De minister mag zich best een beetje van den domme houden, maar zij kijkt ook naar het journaal en de praatprogramma’s. Het hele land ziet in welke situatie het kabinet zich bevindt.” De steun in de Eerste Kamer is nu eenmaal onzeker, constateerde Van Dijk. Daarom probeerde hij het via een omweg nogmaals: wat is voor de minister aanvaardbaar? Hoeveel maanden van tevoren wil ze het leenstelsel invoeren voordat studenten ermee te maken krijgen?

Een ‘redelijke termijn’ is wenselijk, antwoordde ze. “In ieder geval een aantal maanden.” Er komt een communicatieplan om studenten voor te lichten. Ze hoopt hun snel duidelijkheid te kunnen geven. HOP

Deel dit artikel